vrijdag 21 februari 2020

De schaduw van Erasmus (Joris Tulkens)

Björn Roose bespreekt - De schaduw van Erasmus (Joris Tulkens)
De keren dat ik fictie koop op een jaar zijn zoniet op één vinger dan toch op één hand te tellen (de fictie in de kranten krijg ik gratis), maar als een zeer goede kameraad, met min of meer gelijklopende interesses, mij een roman schenkt, ga ik die uiteraard wel lezen. Zo ook dus met De schaduw van Erasmus, een historische roman, van Joris Tulkens.

Altijd een beetje uitkijken met dit genre, het leeft uiteindelijk bij de gratie van het dooreenlopen van Dichtung en Wahrheit, maar Tulkens heeft die twee in dit geval toch op een vrij lezenswaardige manier weten te verweven. Goed, de nierstenen van Erasmus zijn nu niet meteen een sterk aansprekend onderwerp, maar als je ze combineert – letterlijk en figuurlijk – met “de groeipijnen van het humanisme” waarvan op de achterflap sprake is, worden ze dat wel. En je leert in dit boek niet zo heel veel over de geleerde (tenzij je, zoals ondergetekende, niet op de hoogte bent van de verhalen over zijn geaardheid, maar die interesseren me hoegenaamd niet), maar toch altijd meer dan op plaatsen waar veel mensen hun info gaan halen, bijvoorbeeld op het internet.

Dat laatste is wat ik ook even deed in het kader van deze boekbespreking: ik moest 18 resultaten ver bladeren op Google voor ik het eerste stukje tekst over de humanist aantrof. Alles wat daarvóór kwam, ging over reisverzekeringen (had Erasmus wel kunnen gebruiken, gezien zijn bij momenten ook tijdens reizen opduikende gezondheidsproblemen), een uitwisselingsprogramma, een ziekenhuis, een atheneum en een hogeschool, een studentennetwerk, en een bushalte. Het duurde tot resultaat 99 voor ik een verwijzing naar de man (en niet naar een van de andere dingen) vond die naar Wiki leidde (de quotes dan nog) en ik vond in eerste instantie géén verwijzing naar een Wikipedia-lemma over “de grote Erasmus” (dixit Huizinga). Ik moest zowaar toen ik op het einde van de Google-resultaten kwam, klikken op de mogelijkheid om weggelaten resultaten te zien om daar verandering in te brengen. Google blijkt het Wikipedia-artikel over het “Erasmus-programma” namelijk wél belangrijk genoeg te vinden om het al op de eerste pagina van de resultaten te laten zien, maar het artikel gewijd aan de man naar wie het genoemd werd niét.

Nee, echt, van het internet kan je interessante dingen leren. Had Desiderius Erasmus wellicht ook gevonden. “Interessant” in die zin dat het hoe langer hoe meer verwordt tot een gigantische hoop modder waarin de parels nog nauwelijks te vinden zijn. Een hoop modder die tegenwoordig toch ook zo’n beetje dient als “bibliotheek” voor jongens en meisjes die nog wél iets willen leren. Arme jeugd …

Soit, misschien kan die arme jeugd al eens beginnen met deze roman van Tulkens als ze op zoek is naar info over Erasmus. Er staan wel wat citaten en tekstuele verwijzingen in naar ’s mans werk en tijd en de human interest maakt het allicht allemaal wat makkelijker te behappen. Het mag dan al dateren van 2006, maar Erasmus’ Lof der Zotheid is zo’n 500 jaar ouder en ook nog steeds het lezen waard.

Björn Roose

donderdag 13 februari 2020

Pension Waldidylle - Het noorden van Duitsland herontdekt (Gerrit Jan Zwier)


Björn Roose bespreekt - Pension Waldidylle (Gerrit Jan Zwier)
Ik lees wel eens vaker reisverhalen, en daar zijn soms hele goeie bij, maar mijn favoriete genre is het niet. Dat ik deze Pension Waldidylle - Het noorden van Duitsland herontdekt ter hand nam, lag dan ook louter aan het feit dat ik in de bibliotheek op zoek was naar een paar reisgidsen voor Duitsland en dit boek daartussen verdwaald vond.

Hoe dan ook: een begin als een ander van een hele serie boekbesprekingen. Want een boekbespreking heeft u sinds eind november 2019 al niet meer van mij gehad. Ten eerste omdat ik een aantal boeken gelezen heb waarvan de bespreking terecht komt in het blad TeKoS, ten tweede omdat ik sindsdien geen tijd heb gevonden om nog een bespreking te schrijven. Wat onder andere ligt aan het feit dat ik sinds begin januari een tiental boeken gelezen heb ...

Maar eerst deze Waldidylle dus: een behoorlijk bedrieglijke titel en dat niet alleen omwille van de foto op de voorpagina, waarop wel degelijk een huis met een paar bomen te zien is, maar dan wel midden in de velden. Nee, ook omwille van het feit dat de auteur nauwelijks een woud aandoet, daar in Noord-Duitsland. Meer dan de helft van het boek is gewijd aan de Wadden (de Duitse dan), gevolgd door een hoofdstuk over Sleeswijk-Holstein (een streek, aldus de auteur,"rijk aan akkers maar arm aan bossen"), de Lüneburger Heide (waarover de auteur Heine citeert: "Haar borst was kaal als de Lüneburger Heide"), Monschau (of all places ...), Würzburg, en Rüdesheim (aan de Rijn, niet in het bos). Als die hoofdstukken niet onderbroken waren door eentje waarin Zwier Heine volgt door de Harz, eentje waarin hij in het spoor van pastoor Kneipp probeert te lopen en "Een landschap voor romantici" (in het imaginaire voetspoor van Caspar David Friedrich), dan hadden we helemaal geen woud gezien in dit boek.

Maar goed, een titel is maar een titel. De inhoud, die is belangrijker. Helaas valt er over die inhoud niet zo heel veel te vertellen. Of toch wel: als ik op basis van de stukjes van Zwier zou beslissen of ik ergens heen ging, dan deed ik het voor géén van de bestemmingen waar hij geweest is. Ik ben op alle bewoonde Nederlandse Waddeneilanden (Texel, Vlieland, Terschelling, Ameland en Schiermonnikoog) geweest, maar ik zou op basis van zijn beschrijvingen geen enkel van de Duitse bezoeken. Zwier vaart, Zwier zanikt over het ontbreken van een vuurtoren, Zwier eet een of andere lokale schotel, Zwier drinkt een lokaal drankje, en dat is het zowat.

Goed, uiteindelijk meldt hij wel waarom er geen vuurtorens op de meeste van de Duitse Waddeneilanden staan: "Overigens had de bevolking er vroeger weinig belang bij dat passerende schepen voor de ondiepten voor de kust werden gewaarschuwd - net als op andere eilanden vormde de lading van gestrande schepen een belangrijke bron van inkomsten". Maar waarom daar dan iedere keer opnieuw een boog over spannen? Net zoals hij dat doet over de kuuroorden die hij zo'n beetje overal tegenkomt. Ja, we weten dat er kuuroorden zijn en we weten dat Zwier die bollocks vindt (ik ook), maar waarom moet dat voortdurend herhaald worden? Dat is op den duur net zo interessant als de "zijsprongetjes" van Zwier over hoe hij ooit eens op een wijnproefavond geweest is of over hoe hij half zat een meisje heeft zitten binnen doen. Totaal niet dus.

En dan dat gezeik over die heksen in Würzburg ... Ja, de heksenvervolging is een interessant gegeven uit onze geschiedenis. En ja, daar mag best een boek aan gewijd worden. Maar als je een stad als Würzburg bezoekt, valt er toch wel wat meer te doen dan je verdiepen in een slecht gedocumenteerde historie. Vooral als je je bezighoudt met het schrijven van reisverhalen, me dunkt.

Dan had ik liever wat meer gelezen over de "moderne" geschiedenis van Duitsland. Daarover, over de Duitse geschiedenis van na de Tweede Wereldoorlog, heeft Zwier het in het hoofdstuk "Een landschap voor romantici", waarin hij onder andere op zoek gaat naar wat er in het landschap nog te zien is van wat eens het IJzeren Gordijn was. Of over Caspar David Friedrich. Al heeft een geïnteresseerde meer aan diens schilderijen, dan aan de Schwärmerei van Zwier. Of over de genocidaire bombardementen van Amerikanen en Britten op steden als Dresden (wat dan toch weer in zekere zin goedgepraat wordt door Zwier, een gewoonte die helaas even verderfelijk als wijdverspreid is).

Maar, om deze bespreking op een positieve noot te eindigen, de foto's in het midden van het boek zijn de moeite waard en geven een beter beeld dan Zwier zelf van de bezochte gebieden. En ik zou zeker niet nalaten te bezoeken wat Zwier oninteressant weet te maken. Ikzelf heb intussen toch al wat afgereisd in Duitsland en ik ben zelfs uit een toeristenval als Rüdesheim en een lichtelijk overroepen stadje als Monschau niet binnen het half uur vertrokken en heb in Würzburg een hele dag rondgelopen (ik dwaal zelden door een stad: als ik een stad bezoek, is dat meestal met een plan in de hand). Gewoon dit boek overslaan dus.

Björn Roose

zaterdag 30 november 2019

De grote mythen van de moderne geschiedenis (door Jacques R. Pauwels)

Björn Roose bespreekt - De grote mythen van de moderne geschiedenis (Jacques R. Pauwels)
Laat ons wel wezen: als EPO een boek uitgeeft, dan kan je daar met de beste wil van de wereld niet van verwachten dat het zelfs maar een béétje objectief zal zijn. EPO betekent voluit immers nog steeds Éducation Prolétarienne/Proletariese Opvoeding en is niet meer dan de met de pen gewapende arm van clubjes als de voormalige Kommunistische Partij en de tegenwoordige PVDA (voor de Nederlandse lezers: ook in Vlaanderen staat dit voor Partij van de Arbeid, maar hier is deze partij regelrecht communistisch). Dat geeft niet als het uitgegeven boek duidelijk een opiniërend doel heeft, maar het is een serieuze adder onder het gras als zo'n boek net voorwendt de opiniëring te vermijden, of sterker nog: te bestrijden. En dat is precies wat De grote mythen van de moderne geschiedenis van Jacques R. Pauwels beweert te doen: "Hij houdt een reeks hardnekkige opvattingen tegen het licht, zet ze in hun juiste context, onderzoekt wanneer ze in onze geesten begonnen doorsijpelen [sic] en stelt de klassieke vraag: wie had daar voordeel bij? Een boek over de kleuren van de waarheid dat de lezer zal doen uitroepen: zo leerden wij dat niet op school!"

En inderdaad, zo leerde ik dat, in een aantal gevallen, niet op school. Maar ik heb, in tegenstelling wellicht tot het door EPO beoogde publiek (het soort mensen misschien dat naar de "zomeruniversiteit" van de PVDA gaat), ook nog een en ander geleerd sinds ik van school af ben. En in véél gevallen blijken "de kleuren van de waarheid" er toch andere te zijn dan degene die Jacques R. Pauwels door zijn communistische bril ziet. Ik heb mij dan ook heel vaak en heel veel geërgerd aan dit boek en het alleen maar uitgelezen omdat mij gevraagd was of een vraaggesprek met die man misschien de moeite waard was. Het antwoord is: nee.

Alleen al de manier waarop hij te werk gaat, zegt genoeg. Aan het begin van elk hoofdstuk noemt hij een zogenaamde "mythe" en wat volgens hem de "werkelijkheid" is. Het hoofdstuk over de Franse Revolutie begint hij aldus met de "mythe" dat de Franse Revolutie "een zinloze slachting [was] waarbij het bloeddorstige Parijse gepeupel onder aanvoering van jakobijnse schurken zoals Robespierre talloze onschuldige mensen ombracht", waarna "een geniaal man, Napoleon Bonaparte, als een deus ex machina ten tonele [verscheen] om de orde te herstellen en Frankrijk met ongeziene macht en roem te lauweren". Daar tegenover stelt hij als "werkelijkheid" dat "ondanks het bloedvergieten dat ermee gepaard ging, en dat minder te wijten was aan de revolutionaire dan aan de contrarevolutionaire terreur, (...) de Franse Revolutie neer[kwam] op een enorm belangrijke eerste stap vooruit in de richting van de politieke en sociale ontvoogding van de grote meerderheid van het volk. Een stap vooruit in de richting van democratie dus, niet alleen in Frankrijk maar in Europa en de hele wereld. Napoleon daarentegen was in vele opzichten wel een kind van de Revolutie, maar hij was helemaal geen democraat en zijn queeste naar glorie voor hemzelf en de grande nation kostte honderdduizenden mensen het leven". Een realistisch standpunt behoort kennelijk niét tot de mogelijkheden. Nee, Napoleon was geen democraat, maar Robespierre en consoorten waren dat óók niet. En nee, het Parijse gepeupel was niet bloeddorstig an sich, net zomin als alle jacobijnen schurken waren, maar het Parijse gepeupel wérd wel bloeddorstig onder leiding van een aantal jacobijnse schurken. En ja, bepaalde ideeën achter de Franse Revolutie waren op bepaalde vlakken een stap in de goede richting, maar die stap was noch enorm, noch zou ze leiden tot de "politieke en sociale ontvoogding van de grote meerderheid van het volk". Die grote meerderheid is ook op de dag van vandaag nog niet ontvoogd en zal dat ook nooit worden, hoeveel revoluties er ook aan te pas komen en hoeveel boeken EPO ook publiceert om naïevelingen in de communistische richting te sturen en ze wijs te maken dat ze daardoor "ontvoogd" zullen worden en in een "democratie" terecht zullen komen.

Ik ga niet op elke slak in dit boek zout leggen - anders moet ik zelf een boek schrijven, terwijl er al zoveel degelijk leesvoer te vinden is -, maar een paar dingen wil ik er toch van tussen halen. Dit bijvoorbeeld, op pagina 27: "Dit verhoogde de revolutionaire druk in Parijs, met als gevolg dramatische en bloederige gebeurtenissen zoals de bestorming van het paleis van de koning op 10 augustus 1792 - niet zonder reden beschouwd als de incarnatie van de contrarevolutie - en de beruchte afslachting van ware en vermeende contrarevolutionairen in de Parijse gevangenissen van 2 tot 5 september van dat jaar. De Revolutie werd zo steeds radicaler en daarmee in vele opzichten democratischer". Echt, het afslachten van mensen met een andere mening in gevangenissen is, volgens Jacques R. Pauwels, democratisch.

Of dit: "Dat betekende dat ze de Revolutie tot Frankrijk beperkten, en vooral tot het hart van Frankrijk, de hoofdstad Parijs. Het is geen toeval dat de onthoofdingen, die nauw geassocieerd worden met de radicale Revolutie en die straks nog ter sprake komen, plaatsvonden in het midden van het plein in het midden van de stad in het midden van het land". Nu weet ik niet hoe het met úw aardrijkskundig inzicht is gesteld, maar een klein kind kan op de kaart van Frankrijk aanduiden waar zo ongeveer het midden van het land is en dat is niet eens in de buurt van Parijs. Er is wat betwisting rond waar het dan wel is, maar iedere gemeente en stad die claimt het te zijn, ligt binnen dezelfde straal van 15 kilometer. Laten we dus voor het gemak even de gemeente nemen die wordt beschouwd als het oudste middelpunt van Frankrijk, volgens de grenzen van 1800 (dus ook bij de Franse Revolutie): Bruère-Allichamps. Die ligt zo'n 260 kilometer zuidelijk van Parijs. Da's dus even ver van Parijs als ... Roeselare.

Of dit: "Robespierres schrikbewind, verbonden met de voortschrijdende democratisering van de Franse Revolutie, heeft volgens schattingen aan maximaal 50,000 mensen het leven gekost, dat wil zeggen ongeveer 0,2 procent van de toenmalige bevolking van Frankrijk. Dat is bitter weinig in vergelijking met het aantal slachtoffers van de oorlogen die gepaard gingen met de externalisering van de Revolutie en daarmee het stopzetten van het revolutionaire democratiseringsproces. Alleen al de Slag bij Waterloo, de laatste van Napoleon, veroorzaakte de dood of verminking van 45,000 tot 50,000 mensen. Met de voorafgaande 'schermutselingen' bij Ligny en bij Quatre-Bras erbij ging het om 80,000 à 90,000 doden en gewonden". Ja, u leest dat goed: het vermoorden van politieke tegenstanders, of wat daarvoor moet doorgaan, wordt hier qua aantallen vergeleken met het omkomen van soldaten tijdens een oorlog én geminimaliseerd in vergelijking met de totale bevolking. Een mens mag er niet aan denken wat een schertsfiguur als Jacques R. Pauwels denkt over pakweg de 34 moorden gepleegd door de Rote Armee Fraktion. 34 Duitsers vallen per slot van rekening statistisch in het niet ten opzichte van het totaal aantal Duitsers en zelfs ten opzichte van het aantal doden ten gevolge van, pakweg, verkeersongevallen.

Of dit: "het zogezegde dictatoriale optreden van Lenin". Of: "Lenin, die het Russische volk de felbegeerde vrede brengt, wordt als een dictator afgeschilderd". Of de klassieker (ook nu nog meegegeven op, onder andere, school): "Zijn beruchtste verschijningsvorm was het Duitse nationaalsocialisme of nazisme, een bizar etiket dat verdoezelde dat die beweging niets met socialisme te maken had en integendeel een aartsvijand was van alle vormen van marxistisch socialisme". Nog los van het feit dat die "aartsvijand", zijnde de Sovjet-Unie, dan toch maar al te graag met de nationaal-socialisten samenwerkte, maakt Pauwels hier duidelijk op welke manier de nationaal-socialisten gedeklasseerd worden als socialisten: ze hebben een probleem met het "marxistisch socialisme", dus met het communisme, net zoals heel veel andere socialisten dat hebben.

Ik kan blijven en blijven en blijven doorgaan, maar dat heeft weinig nut. Wie de geschiedenis bekijkt vanuit één mythe - "de communisten zijn de goeie" - kan noch wil ooit een objectief boek schrijven. Dat is des te meer zonde omdat Pauwels hier en daar wel degelijk een thema aanraakt dat het uitspitten waard is. Als je het dan, in plaats van het uit te spitten, bedelft onder een hoop communistische onzin, dan heb je jezelf en je uitgeverij misschien een plezier gedaan, maar de lezer die graag bereid is wat bij te leren (en ik reken mezelf tot die categorie), zal bij het lezen van al die leugens en halve waarheden eerder tot de conclusie komen dat de rest van je verhaal óók bollocks is.

Björn Roose

vrijdag 29 november 2019

12 regels voor het leven - Een remedie tegen chaos (door Jordan B. Peterson)

Björn Roose bespreekt - 12 regels voor het leven (Jordan B. Peterson)
Jordan B. Peterson heeft het in de afgelopen jaren wereldwijd geschopt van illustere onbekende tot heel erg bekende klinisch psycholoog, cultuurcriticus en hoogleraar in de psychologie. Zoiets heb je tegenwoordig - ook als je je verzet tegen zaken als politieke correctheid, genderflauwekul en zogenaamde safe spaces - natuurlijk niet in de eerste plaats te danken aan boeken, maar aan sociale media. U zou dus kunnen gaan kijken wat Peterson zelf vertelt over zijn 12 regels voor het leven en over vele andere zaken (hier vindt u zijn kanaal, zo'n 2,4 miljoen volgers zijn u al vooraf gegaan), maar laat ons wel wezen: ten eerste zal u in die video's nooit zo'n volledige uitleg krijgen als in een boek van zo'n 460 bladzijden, ten tweede leest u geen boekbesprekingen omdat u liever naar video's kijkt.

Bij deze dus een korte boekbespreking van 12 regels voor het leven - Een remedie tegen chaos, het boek dat uitgeverij Prometheus in 2018/19 ook op de Nederlandstalige markt verspreidde, daarmee meteen aantonend dat Peterson onmogelijk in het hoekje te houden is waar zijn - eerlijk is eerlijk - linkse tegenstanders hem graag hebben, het verdomhoekje. De verkoop zal overigens niet slecht geweest zijn, want intussen heeft Prometheus een nieuw boek van Peterson uit, Betekenis geven aan het leven - Atlas van onze mythen en motieven, maar dat geheel ter zijde.

Ik ga geen poging ondernemen dit boek samen te vatten, maar kan u wel die twaalf regels meegeven:

- Regel 1: Sta rechtop, met je schouders naar achteren
- Regel 2: Behandel jezelf als iemand voor wiens zorg je verantwoordelijk bent
- Regel 3: Sluit vriendschap met mensen die het beste met je voorhebben
- Regel 4: Vergelijk jezelf met wie je gisteren was, niet met wie iemand anders vandaag is
- Regel 5: Laat je kinderen nooit iets doen waardoor je de pest aan ze krijgt
- Regel 6: Zorg dat je huis op orde is voordat je kritiek spuit op de wereld
- Regel 7: Streef na wat betekenisvol is (niet wat opportuun is)
- Regel 8: Vertel de waarheid, of lieg in elk geval niet
- Regel 9: Ga ervan uit dat degene naar wie je luistert iets weet wat jij niet weet
- Regel 10: Wees precies in wat je zegt
- Regel 11: Laat kinderen die skateboarden hun gang gaan
- Regel 12: Aai een kat wanneer je er eentje tegenkomt op straat

Veel van die regels zouden eigenlijk voor zichzelf moeten spreken, maar Peterson weet ze zo uit te leggen en zo uitgebreid te stofferen met voorbeelden uit zijn praktijk, zijn leven, de literatuur en de geschiedenis, dat ze ook nog eens interessant worden.

Het lijkt me ook bijzonder moeilijk het fundamenteel oneens te zijn met wat de man schrijft. Minstens wat de regels op zich en de waarde ervan aangaat. Wat niet wil zeggen dat álles wat hij schrijft per definitie juist zou zijn. Dat vond ik in ieder geval met betrekking tot de rechtstreekse lijn die hij trekt tussen David Attenborough, de Club van Rome, de schutters van Columbine High School, en regelrechte massamoordenaars. Louter op basis van het feit dat Attenborough de menselijke soort - mijns inziens terecht - als een plaag voor de natuur ziet en de Club van Rome het had over een kankergezwel, kan je toch niet gaan beweren dat die mensen een vrijbrief geven aan massamoordenaars om die plaag dan maar uit te roeien. Ik geloof - zoals Jordan B. Peterson, dat weet ik wel zeker - sterk in individuele verantwoordelijkheid. Attenborough heeft nooit van zijn leven gewerkt aan plannen om de mensheid ten onder te doen gaan (de mensheid is daar, zelfs ongepland, perfect zélf toe in staat, alleen zal ze in haar ondergang eerst nog duizenden en duizenden andere soorten meenemen). En de Club van Rome heeft het voor zover ik weet dan wel nu en dan over bevolkingsbeperking, maar heeft net zomin als Thomas Malthus ooit gepleit voor kunstmatige hongersnoden, epidemieën of oorlogen, zelfs niet eens voor de moral restraint waar Malthus het over had. Malthus vond namelijk, geheel in lijn met het denken van zijn tijd, dat armen die niet in staat zouden zijn een gezin te ondersteunen ook niet aan een gezin moesten beginnen; de Club van Rome en vele anderen vonden niet dat die moral restraint moest gecommandeerd worden door een fysische beperking. Het zou alleen maar goed zijn als mensen in het algemeen beduidend minder kinderen op de wereld gaan zetten. Mensen in het algemeen, schrijf ik wel degelijk, maar Peterson stelt dat idee kennelijk op dezelfde lijn met "beweren dat het bestaan erop vooruit zou gaan als er geen joden, zwarten, moslims of Engelsen waren".

Soit, misschien ligt zijn afkeer van bevolkingsbeperking - een thema dat overigens voor de rest niet ter sprake komt in het boek en ook nauwelijks wat te maken heeft met het hoofdstuk waarin het aangehaald wordt (Regel 11 - Laat kinderen die skateboarden hun gang gaan) - wel in zijn christelijke inspiratie. Mij stoort die niet echt (ik ben een heiden, geen die hard "humanist" of atheïst), maar té veel putten uit je eigenste geloof, uit je eigen heilige boeken, terwijl ook andere bronnen, die van andere religies bijvoorbeeld, vaak exact hetzelfde zeggen, is een beetje vervelend. Geloof is per slot van rekening, minstens in onze westerse wereld, grotendeels een persoonlijke zaak, waardoor de referenties ernaar van nul en generlei waarde zijn voor wie jouw persoonlijke zaak niet deelt.

Maar goed, da's detailkritiek. Het feit alleen al dat Peterson bijvoorbeeld ook regelmatig teruggrijpt naar Friedrich Nietzsche, die toch niet meteen als een grote vriend van het joods-christelijke geloof dient te worden beschouwd, maakt dat trouwens goed. Dat in dit boek, telkens ergens bij de uitleg rond een van die twaalf regels, verder nog mensen als Theodor Adorno, Ludwig van Beethoven, Richard Dawkins, René Descartes, Fjodor Dostojevski, T.S. Eliot, Sigmund Freud, Johann Wolfgang (von) Goethe, Thomas Hobbes, Max Horkheimer, Carl Gustav Jung, Sören Kierkegaard, Vladimir Iljitsj Lenin, Mao Zedong, Karl Marx, John Milton, Isaac Newton, George Orwell, Karl Popper, Jean-Jacques Rousseau, Jean-Paul Sartre, Socrates, Alexander Solzjenitsyn, Jozef Stalin, Frans de Waal , William Butler Yeats en vele andere bekenden en (iets) minder bekenden hun entree maken (en soms herhaaldelijk maken), moge verduidelijken dat dit geen zoveelste "zelfhulpboekje" is, geen niemendalletje voor new agers, maar een poging om op een serieuze manier, met veel achtergrond en uitgaand van een zekere mate aan kennis bij de lezers, vooral jongere mensen (maar ook oudere) een leidraad voor het leven te geven. Een inspanning die zeker de moeite waard is in tijden dat alle leidraden doorgeknipt lijken te zijn of te worden.

PS: leuk dat uitgeverij Prometheus goudopdruk gebruikt heeft op de omslag van het boek. Minder leuk dat die goudopdruk er nog tijdens een eerste lezing begint af te gaan, waardoor de titel van het boek al snel niet meer leesbaar is. Niet proberen duur over te komen met goedkope materialen: het zou zomaar een regel voor uitgeverijen en andere bedrijven kunnen zijn ... 

Björn Roose

donderdag 31 oktober 2019

Perestrojka - Een nieuwe visie voor mijn land en de wereld (door Michail Gorbatsjov)

Björn Roose bespreekt - Perestrojka (Michail Gorbatsjov)
Laat ons wel wezen, alleen al het feit dat er "en de wereld" in de titel van dit boek staat, zou het afschrikwekkend genoeg moeten maken om het te lezen (of net niet). Michail Gorbatsjov was per slot van rekening - en mensen schijnen dat van communisten véél eerder te vergeten dan van, pakweg, nationaal-socialisten of fascisten - een dictator van het ergste soort: een die mensen omwille van hun politieke mening naar gevangenissen stuurde, ze liet martelen, verhinderde dat wie dan ook het land uit kon tenzij met toestemming van de regering. En dictators met visies voor "de wereld" dienen dan wel met aandacht gevolgd te worden, maar vooral aan een korte lijn gehouden.

Dat is met Gorbatsjov niet gebeurd omdat het voorwerp van zijn dictatuur in zijn handen uiteenviel en hij er met de schrik van af kwam. Hij is, net zomin als wie dan ook van zijn dictatoriale machtsapparaat, ooit vervolgd, wat toch wel eigenaardig mag heten. Hij mag overal ter wereld zijn opwachting maken, wordt als een vriend onthaald door zetelende en voormalige staatshoofden, en heeft tegenwoordig weer een boekje in de boekhandel liggen. Is dat omdat hij, doordat de Sovjet-Unie in duigen viel, zogezegd de Koude Oorlog heeft beëindigd (een onvrijwillige prestatie waarvoor hij ook nog eens de Nobelprijs voor de Vrede kreeg) ? Omdat machthebbers wereldwijd in niets anders dan macht geloven en Gorbatsjov dus na de ondergang van zijn dictatuur een schoothondje werd ? Of toch, misschien, omdat de ideologie van die machthebbers in essentie niet zoveel verschilt van die van de voormalige dictator ?

Ik zou het niet kunnen zeggen, maar dat alleen al zijn redenen genoeg om Perestrojka - Een nieuwe visie voor mijn land en de wereld ook zoveel jaar na datum eens te lezen. Eigenlijk alléén dat, zou ik daar aan durven toevoegen, want het boek is behalve zeer leugenachtig (het bevat op zijn best hier en daar een halve waarheid) vooral buitengewoon slecht geschreven. Zelfs over wié het geschreven heeft, schept het boek trouwens geen duidelijkheid: de inleiding begint dan wel met de zinssnede "Met het schrijven van dit boek heb ik mij rechtstreeks willen wenden tot (...)", maar een paar bladzijden later is dat al wij geworden, "wij, de partijleiding van de Sovjet-Unie, zijn tot de conclusie gekomen - en wij blijven dit herhalen (...)".

En wat schrijven die "wij" dan? Een hoop nonsens, zo bleek al een paar jaar later. Deze bijvoorbeeld: "Het Sovjetvolk begrijpt en aanvaardt dit beleid. Perestrojka heeft de hele samenleving in beweging gebracht". Of - ronduit hilarisch - dit: "Het is algemeen bekend dat de Sovjet-Unie al heel lang streeft naar vrede en samenwerking en vele voorstellen heeft aangedragen die, indien ze waren aangenomen, de internationale toestand genormaliseerd zouden hebben". Niet dat de Verenigde Staten wél "naar vrede en samenwerking" streefden, natuurlijk, maar als je een zogenaamd ernstig bedoeld boek al met zo'n grappen begint, moet je niet verwachten dat de lezer de rest nog serieus zal nemen. Al helemaal niet als je er vervolgens in slaagt het ene moment toe te geven dat de economie van je rijk de dieperik in gaat, om het volgende moment te zeggen dat "de wetenschap, de economie en de cultuur (...) zich verder [bleven] ontwikkelen", of in de ene paragraaf te verkondigen dat "een groot aantal partijorganisaties in de districten (...) niet in staat [was] om de principes te handhaven of om vastberaden ten strijde te trekken tegen de slechte tendensen, slappe houdingen, de praktijk om elkaar te dekken en de verslapte discipline" om de volgende paragraaf te beginnen met "Uiteraard deden de partijorganisaties wel hun werk (...)".

Da's een beetje al te gek, al wordt het meteen nog gekker: "Er werd een beleid van openheid afgekondigd. Degenen die zich uitspraken vóór de Partij, de regering en economische en openbare instellingen en die hun activiteiten openlijk bedreven, mochten hun gang gaan en ten onrechte opgelegde beperkingen en verboden werden opgeheven". Echt, zo staat het er. Geen censuur dus ... voor wie het eens is met de dictatuur. Wellicht is dat soort ... tsja, hoe noem je dat? ... grapjasserij wat de dictator even later aanduidt met de term "socialistische democratie"? Zoiets als de verplichte "liberale democratie" en het "Optimismus ist eine moralische Pflicht" van Verhofstadt en consoorten? Of is het toch gewoon "democratie" zoals we die ook in het "vrije" westen kennen? "(...) initiatief van de massa", aldus Gorbatsjov, "het grootst mogelijke respect voor het individu en aandacht voor persoonlijke waardigheid". Zoiets dan als om de zoveel jaren mogen gaan stemmen en voor de rest niks in de pap te brokken hebben, maar dan zonder het stemmen?

Een mens vraagt zich hoe dan ook af waarom perestrojka nodig was, met zijn "werkelijk revolutionaire karakter" en "allesomvattende reikwijdte". "(...) de moeilijkheden en problemen van de jaren zeventig en tachtig [waren]" per slot van rekening, "niet een of andere crisis voor het socialisme als sociaal en politiek systeem, maar (...) veeleer het resultaat van een onvoldoende consequente toepassing van de beginselen van het socialisme, van het afwijken ervan". Méér "socialisme" moest dus de Sovjet-meubelen redden, zoals volgens de Eurocraten méér "Europa" (lees: Europese Unie) de EU-meubelen zal redden.

Maar goed, "er [kwamen] (...) wel misrekeningen en beleidsfouten voor", maar "het is een feit dat de post-revolutionaire ontwikkeling (...) voornamelijk [moeilijke] perioden heeft gekend" door "imperialistische krachten en hun botte inmenging in onze binnenlandse aangelegenheden". Alles ging goed in de Sovjet-Unie tot die smerige kapitalisten zich kwamen bemoeien. Een Sovjet-versie van "alles ging goed in de Verenigde Staten tot die smerige Russen er voor zorgden dat Donald Trump verkozen raakte", dus. Een fenomeen dat zich in ieder geval niet zou voordoen in de "open" dictatuur van Gorbatsjov, want "ik bedoel niet dat men mensen moet overhalen, zoals sommige kandidaten in bepaalde landen tijdens verkiezingscampagnes doen". Nee, verkiezingen, "daar houdt ons volk niet van". "Zij willen de waarheid weten" en de dictatuur kent die.

Trouwens, de dictator en zijn acolieten leerden bij: "De opvattingen van het socialisme blijven zich ontwikkelen; ze worden voortdurend verrijkt doordat historische ervaringen en objectieve omstandigheden worden verdisconteerd. Wij hebben altijd geleerd, en dat doen we nog steeds, van Lenins creatieve benadering van de theorie en praktijk van socialistische opbouw. We gebruiken zijn wetenschappelijke methoden en maken ons zijn gave tot het analyseren van concrete situaties eigen. Tijdens het voortschrijden van perestrojka bestuderen we steeds weer opnieuw Lenins werken, en dan vooral zijn laatste". Ligt het aan mij of hoor ik daar een communistische echo van het islamisme, dat ook steeds bereid is bij te leren als het maar gebeurt op basis van de werken van Mohammed, vooral zijn laatste?

Soit, op sommige punten had Gorbatsjov wél gelijk: "Onze tegenstanders in het Westen hebben deze zwakte, die zich het duidelijkst aftekende aan het einde van de jaren zeventig en in het begin van de jaren tachtig, opgemerkt en zij maakten zich gereed om de Sovjet-Unie te verwijzen naar het 'kerkhof van de geschiedenis'. Maar hun requiem kwam duidelijk te vroeg". Het duurde inderdaad nog vijf jaar vanaf de afkondiging van perestrojka en glasnost tot de Sovjet-Unie definitief ten grave werd gedragen. "Waarheid, dat is de hoofdzaak", aldus Gorbatsjov, "Lenin zei: 'Meer licht! Laat de Partij alles weten!' Meer dan ooit tevoren moeten wij vermijden dat er ergens donkere hoeken zijn, waar opnieuw schimmel kan ontstaan en waar alles waartegen wij vastbesloten ten strijde zijn getrokken, de gelegenheid krijgt te gaan woekeren". Maar dat het licht zou binnenkomen langs de scheuren in het IJzeren Gordijn, langs een gevallen Muur van Berlijn, dát had "de Partij" duidelijk niet zien aankomen.

Ach wat, ik kan nog een hele tijd doorgaan over de media en de "intelligentia" zoals de dictator die zag, over de "volledige bedrijfscalculatie" waar hij zo hoog mee opliep, over de "gegarandeerde baan", het "gratis middelbaar en hoger onderwijs", de "gratis medische verzorging", de "goede voorzieningen voor bejaarde burgers", de "directe democratie", de "unie van socialistische volken", de "natuurlijke keuze" van het Russisch als gemeenschappelijke taal voor iedereen die zich "beschermd" voelde door de Sovjets, over de vrede die de Sovjets over de wereld zouden verspreiden, enzovoort, maar de feiten ontdaan van de dikke laag propaganda hebben intussen al lang bewezen anders te zijn. "In 1917 zei Lenin", aldus Gorbatsjov, "Nu wij een revolutie zijn begonnen, moeten wij doorgaan tot het bittere einde". Waarop Gorbatsjov, zoveelste dictatoriale opvolger van de dictatoriale Lenin, liet volgen: "Dit geldt ook voor perestrojka: de Partij zal doorgaan tot het bittere einde". En dat deed ze.

Al was het einde dus niet écht bitter voor Gorbatsjov. Hij overleefde - in tegenstelling tot zovele tegenstanders van het communisme - zijn dictatuur en dat kan een rechtgeaard mens alleen maar jammer vinden. "(...) we moeten de politici nooit opsplitsen in favoriete en niet-favoriete, in gerespecteerde en niet-gerespecteerde", schrijft Gorbatsjov op het einde van het hoofdstuk Ontwapeningskwesties en de betrekkingen tussen de Sovjet-Unie en de Verenigde Staten. Maar ik ben van oordeel dat "politici" mogen opgesplitst worden in zij die verdienen opgehangen te worden en zij die dat niet verdienen. En dictators vallen hoe dan ook niét in die laatste categorie.

Björn Roose

woensdag 30 oktober 2019

Naar Engeland gedeporteerd - Vlaamse geïnterneerden op het eiland Man - 1940-1945 (door Carlos H. Vlaemynck)

Björn Roose bespreekt - Naar Engeland gedeporteerd (Carlos H. Vlaemynck)
11 november komt er weer aan en daarmee de jaarlijkse herdenkingen. Die zullen ook respectievelijk 100 jaar na het einde van de Eerste Wereldoorlog en bijna 75 jaar na het einde van de Tweede ongetwijfeld behalve over oorlog en vrede ook over de good guys en de bad guys gaan. Niet meer dan passend dus om in deze tijd van het jaar een boekje te lezen dat nóg maar eens aantoont dat de officiële good guys dat verre van altijd waren (en zijn).

Naar Engeland gedeporteerd - Vlaamse geïnterneerden op het eiland Man - 1940-1945 is zo'n boekje. Carlos H. Vlaemynck schreef het neer "uit de mond" (zoals dat dan heet) van Ieperling Luc Desramault en ik ga er van uit dat het in 1984 bij De Nederlandsche Boekhandel (DNB, sinds 1986 bekend onder de naam Uitgeverij Pelckmans) verschenen werk ook nu nog verbazing kan wekken bij de lezers. Ikzelf kende de basis van het verhaal, maar niet de "details", en dit boek gaat in zowel op die basis als op die "details".

Wat die basis betreft, die doet Vlaemynck al meteen in zijn inleiding uit de doeken:

"Toen België op 10 mei 1940 voor de tweede maal in nog geen kwarteeuw door Duitse troepen overrompeld werd, besloot de regering alle verdachte personen, zowel vreemdelingen als landgenoten, bij wijze van voorzorgsmaatregel in hechtenis te nemen. Van uur tot uur zonden de nationale radiozenders oproepen uit waarin de bevolking aangespoord werd hulp te verlenen bij het onschadelijk maken van vijandelijke parachutisten, spionnen en saboteurs. Weldra maakte er zich een ware spionnen-psychose van de bevolking meester. Deze psychose werd in de hand gewerkt door de sterke verhalen van de honderdduizenden vluchtelingen. Overal dacht men leden van de 'Vijfde Colonne' te zien en het aantal preventieve arrestaties steeg onrustbarend. Duizenden mensen, onder wie vooral leden van het V.N.V., het Verdinaso, Rex en de K.P. kwamen aldus in de gevangenis terecht. De meesten onder hen waren onschuldig. Zij kregen echter de kans niet hun onschuld te bewijzen omdat hun aanhouding slechts een zogenaamde 'voorlopige administratieve veiligheidsmaatregel' was, hetgeen iedere vorm van rechtsbijstand uitsloot. Nadat de Franse en Britse troepen op de 19de mei het Nederlandse en het Belgische leger te hulp waren gesneld, gingen de militaire autoriteiten van beide mogendheden eveneens tot aanhoudingen op Belgisch grondgebied over. Zij deden dit onder voorwendsel de aanvoerlijnen van hun strijdkrachten in het opmarsgebied veilig te stellen. Vooral de Fransen lieten zich bij dit wederrechtelijke optreden - België was immers een bondgenoot en geen bezet gebied - niet onbetuigd. Met het oog op de te verrichten arrestaties hadden zij zelfs maanden vooraf door geheime agenten in het neutrale België 'verdachtenlijsten' laten opstellen. Ten gevolge van het bijzonder snel oprukken van de Duitse troepen werd een aanzienlijk aantal politieke gevangenen in uiterst verwarde omstandigheden naar Frankrijk gedeporteerd. Voor velen onder hen betekende deze wegvoering het begin van een wekenlange lijdensweg. [Voor onder andere Joris Van Severen betekende het zelfs het einde, noot van mij] Een kleine groep verdachten kwam evenwel in Engeland terecht."

Bij die "kleine groep verdachten" het hoofdpersonage van dit boekje, Luc Desramault, destijds gouwleider (regionaal leider) van het Algemeen Vlaamsch Nationaal Jeugdverbond, voor wie deze deportatie vijf jaar zou duren. Liever dan hier het hele verhaal dunnetjes over te doen, houd ik het bij een aantal veelbetekenende citaten:

"Onze bewaking [bij de eerste stop, de gevangenis van Ieper, noot van mij] bestond deels uit politieagenten en deels uit leden van een soort plaatselijke burgerwacht." [terwijl in "klassieke" geschiedenisboeken altijd volgehouden wordt dat burgers pas andere burgers gingen gevangenhouden tijdens de repressie-annex-straatterreur, noot van mij]

"In de bus [waarmee de stouterds afgevoerd werden richting Oostende om van daar richting Engeland gedeporteerd te worden, noot van mij] kregen wij het gezelschap van een zestal Joodse vrouwen die drie kinderen bij zich hadden. Voorts waren er nog enkele communisten bij uit Moeskroen, Wervik en Menen alsook enkele vreemdelingen." [Geef toe, een gezelschap dat, als de Vlaams-nationalistische "verdachten" nationaal-socialisten zouden geweest zijn, toch wel zéér explosief was samengesteld, noot van mij.]

"Op onze bus zat er een jonge jodin die door de natuur met heel wat charmes begunstigd was. Zij bracht het zover dat een van de gendarmen erg verlangend werd om even met haar alleen te zijn ... Toen beiden na geruime tijd terugkwamen, bleek de jodin in het bezit te zijn van enkele koekjes en karamels die wij van haar konden kopen om onze kwellende honger te stillen. Zij bracht het zover dat wij zelfs een weinig water kregen om onze brandende keel te verfrissen." [Het gemengde gezelschap had dus duidelijk ook geen hekel aan mekaar, noot van mij.]

"Niettegenstaande wij slechts verdachten waren, werden wij onderworpen aan het reglement dat van toepassing was op de veroordeelden [in de Londense gevangenis Pentonville, noot van mij] (...) Onze ondervragers hadden een burgerpak aan en waren telkens met vieren. Merkwaardig genoegen kregen wij nooit hun gelaat te zien. Zij droegen steeds een zwarte satijnen kap voorzien van twee doorkijkspleten en een mondopening over het hoofd. Het maakte aanvankelijk een vrij lugubere indruk en liet ons het ergste vermoeden. (...) De ondervragingen duurden twee dagen telkens zonder onderbreking van 8 tot 12 uur en van 13 tot 17 uur. Zij gingen gepaard met heel veel intimidatie. Herhaaldelijk kregen wij te horen dat indien wij de waarheid niet zouden zeggen, zij er die wel uit zouden krijgen! Herhaalde malen verklaarden zij onomwonden dat zij ons zouden afmaken, hetgeen bij ons de bedenking ontlokte dat indien zij toch reeds van plan waren ons te liquideren het dan in feite geen zin meer had om ons te ondervragen. Het kruisverhoor bestond meestal uit vragen die zij door elkaar stelden in de hoop ons op tegenstrijdige antwoorden te kunnen vangen. Dit leverde evenwel niets op aangezien wij niets te verbergen hadden. Wij waren weliswaar allemaal op de een of andere wijze in de Vlaamse beweging actief geweest, maar dit had met de oorlog nooit iets te maken gehad." [Deze mensen waren dus zonder welke officiële beschuldiging dan ook opgepakt, gedeporteerd en gevangen gezet en nu hoopte de belgische staat er op dat ze zelf bewijzen zouden leveren van collaboratie terwijl ze zelfs ... de oorlog niet van dichtbij hadden gezien, noot van mij.]

"Toen wij in Hutchinson [Hutchinson Camp, een Brits concentratiekamp op het eiland Man, noot van mij] aankwamen, zaten er naar schatting wel vijfduizend joden in het kamp en hoop en al een vijftigtal niet-joden, onder wie Leo Hoste en ik." [Weer dat eigenaardige idee om potentiële "nationaal-socialisten" op te sluiten samen met joden, noot van mij.]

"Het is via dit communicatiesysteem [in de gevangenis van Leeds, de volgende halte van Desramault, noot van mij] dat wij tot de ontdekking kwamen dat er in de gevangenis heel veel Ierse politieke gevangenen zaten. Zij waren leden van de I.R.A. Wij hadden deze drie mysterieuze letters reeds herhaaldelijk als graffiti op de muren van de gevangenis zien prijken, maar de inhoudelijke betekenis van dit letterwoord was toen nog maar een vaag begrip voor ons. Geleidelijk aan leerden wij deze Ierse nationalisten en hun strijd voor de volledige hereniging van hun eiland in één onafhankelijke republiek beter kennen." [Ofte flater nummer zoveel van de Engelsen, noot van mij.]

"Hoezeer de Londense politiemannen zich [dit keer in Camp X, een ander concentratiekamp op het eiland Man, noot van mij] ook inspanden om het kampleven draaglijker te maken, toch kreeg de drang naar de vrijheid sommigen van ons zo erg te pakken dat er ontvluchtingspogingen werden ondernomen. Een van de merkwaardigste pogingen werd op touw gezet door drie geïnterneerde Nederlanders. Een was officier bij de Koninklijke Nederlandse Marine, de tweede was stuurman bij de Nederlandse Koopvaardij en de derde was piloot bij de K.L.M.. Alle drie werden, terecht of ten onrechte, dat heb ik nooit geweten, verdacht van lidmaatschap bij de N.S.B. Zij hadden hun tocht zorgvuldig gepland en voorbereid. Aldus hadden zij wekenlang in de fabriek waar zij overdag werkten kleine hoeveelheden benzine gehamsterd. Op een mooie morgen kaapten zij ongezien een motorbootje, brachten de benzine aan boord en startten de motor. Met een brede zwaai staken zij van wal en stevenden op volle kracht de Ierse Zee in zuidwestelijke richting op met de kennelijke bedoeling de kust van de neutrale Ierse Republiek te kunnen bereiken. Aanvankelijk scheen hun poging te zullen slagen maar plots kwamen zij echter in een opstekende storm terecht. Aangezien de Ierse Zee een soort van binnenzee is, zijn de golfslagen er kort maar krachtig. Zij kregen water in de boot en de motor begon te sputteren. Weldra viel hij geheel stil en wat zij ook probeerden om hem weer op gang te krijgen, niets mocht baten. Voortgestuwd door de storm dreven zij af naar de Schotse kust. Een Brits legervliegtuig had reeds de drenkelingen opgemerkt en toen hun vaartuig in de branding aan diggelen sloeg en zij uitgeput aan land strompelden, werden zij er opgewacht door militairen die hen oprecht feliciteerden met de gedurfde stunt! Later moesten zij voor een krijgsgerecht verschijnen en werden er tot één maand gevangenisstraf veroordeeld wegens diefstal van benzine en het ontvreemden van een boot. De Britse eigenaar van het vaartuigje weigerde schadevergoeding te vragen. Als sportieve Engelsman vond hij het al erg genoeg dat hun poging mislukt was!" [En dat zijn nu de dingen die een mens veel te weinig leest in "oorlogsverhalen", het respect dat "vijanden" voor mekaar kunnen opbrengen in de juiste omstandigheden, noot van mij]

"Aldus gingen langzaam maar zeker de oorlogsjaren voorbij. Een paar malen kregen wij bezoek van leden van het Belgische Rode Kruis. Vóór onze aankomst in 'Camp X' hadden wij ze nog nooit gezien. Met veel tegenzin spraken zij Nederlands en het eerste wat zij deden, was ons verwijten maken. Volgens hen waren wij slechte Belgen, omdat wij in een interneringskamp zaten. Het was onze plicht dienst te nemen bij het Belgisch Leger en te gaan strijden tegen de Duitsers. Daarop hebben wij hen ons standpunt uiteengezet. Wij zegden dat wij bereid waren de Belgische strijdkrachten in Groot-Brittannië te vervoegen op voorwaarde dat wij eerst volledig in het openbaar gerehabiliteerd zouden worden. Daar konden zij niet voor instaan, zegden zij, wij moesten dat met de Engelsen regelen. En wanneer wij dan met de Engelsen daarover van gedachten wisselden, verwezen zij ons naar de Belgische regering te Londen. Het gevolg was dat de zaken bleven zoals zij waren en dat de afgevaardigden van het Belgische Rode Kruis ons kamp niet meer bezocht hebben." [Kafka, iemand ?, noot van mij]

En dan, dan moest de kers op de taart nog komen:

"Toen de afreisdatum aanbrak, pakten wij onze koffers en kregen wij onze identiteitskaarten terug. Voorts gaven de Britten ons een vrijgeleidebrief waarop stond dat wij in België overal mochten heengaan waar wij maar wensten. Op 20 mei 1945, Pinksterzondag, stapten wij voor het eerst in ruim vijf jaar als vrije burgers aan boord van een Brits legervliegtuig. (...) Bij de uitgang van de luchthaven [die van Evere, noot van mij] werden wij tegengehouden door enkele mannen in burger. Zij wensten onze persoonsbewijzen te zien. Geen onheil vermoedend toonden wij ze onze vrijgeleidebrieven. Daarop zegden zij dat er voor ons vervoer voorzien was om ons naar Brussel te brengen. (...) Toen men ons daar ter hoogte van het Cantersteen liet uitstappen, werden wij spoedig omringd door een vijandig gezinde menigte die, naar wij later vernomen hebben, daar uit Duitsland gerepatrieerde collaborateurs stond op te wachten. Wij werden er uitgemaakt voor 'sales boches' (smerige moffen) en kregen harde klappen te incasseren. (...) Onder veel gejouw en getier van de omstaanders werden wij [na een ondervraging in Cantersteen, noot van mij] terug in de camion geduwd die ons na een korte rit in het 'Klein Kasteeltje' afleverde. Wij vlogen er bij de aldaar reeds opgesloten incivieken en brachten daar een tiental dagen door. Het eten was er bar slecht en bestond hoofdzakelijk uit gedeshydrateerde rode kool en wortelen. Weldra zat iedereen met diarree geplaagd. Daarna werden wij overgebracht naar de gevangenis van Sint-Gillis (...) Vanuit Sint-Gillis werd ik dan overgeplaatst naar de inmiddels tijdens de oorlog wederopgebouwde gevangenis van Ieper. (...) Het duurde tot in september 1945 vooraleer ik de militaire auditeur te zien kreeg. Hij wist mij alleen maar te vertellen dat er tegen mijn gedrag tijdens de oorlog niets viel in te brengen en dat er derhalve geen reden was om mij te vervolgen. (...) Aangezien ik onschuldig was, gaf de krijgsauditeur bevel mij op staande voet [na zo'n vijf jaar volkomen onterechte vrijheidsberoving dus, noot van mij] in vrijheid te stellen. Hij gaf mij echter de raad mij voor mijn eigen veiligheid voorlopig niet in de buurt van Ieper te vestigen. Ik heb zijn raad opgevolgd en heb eerst een drietal maanden in Vilvoorde bij een zuster van mijn vader gewoond. (...) Daarna heb ik nog zogezegd mijn domicilie gehad bij mijn broer in Komen. Het is daar dat ik dan op 28 februari 1946 een officieel attest van buitenvervolgingstelling heb bekomen."

Om dit waanzinnige verhaal te beëindigen geef ik nog graag mee dat in die officiële buitenvervolgingstelling nog steeds geen reden stond aangegeven waarom Luc Desramault vijf jaar van zijn leven beroofd is door de Belgische staat, maar wel dat die buitenvervolgingstelling "slechts van voorloopigen aard" was en "het hernemen van het onderzoek niet [verhindert] ingeval er zich nieuwe bezwaren voordoen".

Allemaal het overdenken waard als de wereld van de oorlogsjaren weer eens door iemand opgedeeld wordt in zwart en wit ...

Björn Roose

dinsdag 29 oktober 2019

Zwarte zondag - Beschouwingen over de democratie in belgië (door Piet Piryns en anderen)


Het meest fascinerende aan de resultaten van de jongste belgische verkiezingen - die liggen intussen ook alweer meer dan vijf maanden achter ons - was wat mij betreft vooral het feit dat ze voor zoveel mensen ... fascinerend waren. Okee, Vlaams Belang scoorde beter dan ik had verwacht na de klappen die de partij in voorgaande verkiezingen had gekregen, maar de algemene reactie op die score leek zó sterk op totale verbijstering dat die reactie alleen kon gespeeld zijn of getuigen van een extreem kort geheugen.

Ja, Vlaams Belang haalde voor het Vlaams Parlement een score van 18,50 procent en voor de Kamer van Volksvertegenwoordigers 11,95 procent, maar in 2004 kwam datzelfde Vlaams Belang nog aan 24,15 % van de stemmen voor het Vlaams Parlement en in 2007 aan 11,99 procent voor de Kamer van Volksvertegenwoordigers. Méér dus dan bij de recentste verkiezingen het geval was, maar toch was die verbijstering - voor wie het politieke schouwtoneel al een tijdje in de gaten houdt - nú groter dan in 2004 of 2007.

Dat zou kunnen gelegen hebben aan het feit dat dat politieke schouwtoneel intussen voor een groot deel nieuwe spelers kent, in welk geval de reactie misschien niét gespeeld was, maar dan blijft de thesis van het extreem korte geheugen wel overeind. Daarom ook nam ik even een boekje ter hand dat al een eeuwigheid in mijn boekenkast verblijft: Zwarte Zondag - Beschouwingen over de democratie in belgië, samengesteld door Piet Piryns. Dat boekje dateert van 1992, maar vervang een aantal van de auteursnamen door andere en verander "1992" even in "2019" en je kan het boekje opnieuw uitgeven als reactie op de verkiezingen van 21 mei jongstleden.

Bart Maddens vindt dat de stemplicht moet afgeschaft worden - nog altijd, neem ik aan -; Eric Corijn ziet niet in welk "signaal" er gegeven is; Piet Bulteel vindt dat het de fout van de "centrumpartijen" is; Luc Van Den Bossche vertelt een multicultureel sprookje; Paul Staes vindt dat de schijnwerpers moeten gericht worden op de stoute jongens en meisjes van het Vlaams Belang; Jan Lippens vindt dat de "onderliggende problemen" te lang genegeerd zijn; Filip Rogiers wil wat doen aan ons woordgebruik; Rudi Van Doorslaer sleept er meteen al in zijn titel "1936" bij; René De Preter wil nog wat dieper de utopie induiken ('t is te zeggen, hij wil "een nieuwe utopie"); Patrick Janssens denkt dat de reclamesector steken heeft laten vallen; Annemie Neyts wil verder naar links opschuiven; Charles Ducal wil dat we allemaal de blaadjes van de PVDA gaan lezen (omdat daar "de waarheid" in staat); Herman De Coninck gooit er een paar gedichten tegenaan; Hans Verstraeten oordeelt dat de media hun werk niet gedaan hebben; Stefaan Vermeulen wil het vermaledijde kapitalisme over boord gooien; Bert Broeckaert wil de "slachtoffers" van het Vlaams Belang nog wat geld toestoppen via "een algeheel kansarmoedebeleid"; en beroeps-68'er Paul Goossens wil dat allemaal tegelijkertijd.

Nil novi sub sole, dus (als je even de steeds minder Latijn sprekende Bart De Wever buiten beschouwing laat die het doén alsof je praat met het Vlaams Belang tot een hoger niveau heeft getild dan Yves Leterme eerder deed), zelfs niet in het woordgebruik en de "logica".

"Is dat toegenomen racisme te wijten aan de migranten? Dat moet nog worden aangetoond. In elk geval is het blijkbaar niet verbonden aan het echt samenleven met migranten. Tenzij de Vlaams Blok-stemmen in Kapellen of Brasschaat een reactie zijn tegen de economische vluchtelingen uit het noorden die er komen wonen om de vermogensbelasting in Nederland te ontvluchten", dixit Eric Corijn, die daarmee kennelijk wil aangeven dat je alleen een mening kan hebben over iets als het net naast je deur leeft/gebeurt. Iets wat hij wellicht niet vindt als iemand uit datzelfde Kapellen of Brasschaat stemt voor het optrekken van de werkloosheidsvergoeding. Maar toegegeven, ik ben nog dit jaar iemand tegengekomen die me toevertrouwde dat hij niét voor het Vlaams Belang stemde omdat er geen "vreemdelingen" in zijn buurt woonden. Als daar verandering in zou komen, zou hij dat wél gaan doen. Misschien heeft Corijn dus wel een beetje gelijk, maar dan in een andere richting.

"De stem die je uitbrengt op een niet-democratische partij is immers nooit onschuldig. Hoe ludiek of protesterend men ook wilde zijn, het excuus 'wir haben es nicht gewusst' is al lang niet meer geloofwaardig", aldus Piet Bulteel. Maar wanneer gaan hij of al die anderen die het Vlaams Belang consequent blijven aanduiden als "niet-democratisch", "anti-democratisch" of "ondemocratisch" nu eens die stelling hard maken? Kwestie dat ik vind dat die partij er intussen toch wel al héél lang over doet om met andere dan democratische middelen de macht te grijpen ...

"Het lijkt wel alsof de jaren '30 met hun afbouw van de democratische samenleving en dreiging van het fascisme en de oorlog, met hun bezetting, ellende en vernieling, uit het collectief geheugen en het wereldbeeld zijn verdwenen. Ook al vormt dat verleden geen glazen bol voor de toekomst, dan nog demonstreert het ten overvloede waartoe de negatie van de Westeuropese democratische beschavingsideeën, gesteund op waarden van de Verlichting en de Franse revolutie, leiden kan", voegt Rudi Van Doorslaer daar aan toe. Ik begrijp dat die man van de Tweede Wereldoorlog zijn leven gemaakt heeft en er zijn brood mee verdiend heeft, maar misschien zouden hij en anderen die dat soort onzin uit hun botten slaan eens moeten gaan nadenken over overdaad en het verband met schaden. Nog los van het feit dat de Franse revolutie, waar hij zo hoog mee oploopt, verre van beschaafd was en dat "de Westeuropese democratische beschavingsideeën" een hele mond vol is om niets mee te vatten.

Of, ten slotte, deze van Charles Ducal: "We mogen aannemen dat de Vlaams Blok-stemmen voor het grootste deel vrij 'onbewuste' stemmen zijn, eerder angst- en woedereflexen dan een politieke keuze (...) [en we moeten] de Belgen aanpakken, hun vooroordelen, hun gebrekkige historische kennis, hun morele blindheid". Als ik een reactie gebaseerd op "angst- en woedereflexen", "vooroordelen", "gebrekkige historische kennis" en "morele blindheid" zou moeten definiëren, dan zou het er precies een zijn zoals die van Charles Ducal. Als diezelfde kiezers die de ene verkiezing voor het Vlaams Belang stemmen bij een volgende verkiezing voor, pakweg, de socialisten stemmen, vraagt iemand als Charles Ducal zich namelijk geen moment af of die mensen dat doen vanuit "vooroordelen", "gebrekkige historische kennis", "morele blindheid" of "angst- en woedereflexen", want dan hebben die brave kiezers de juiste stem uitgebracht.

Van kennelijk oliedom naar superslim en bij de volgende verkiezing wéér naar oliedom, dat is een evolutie die mensen als Charles Ducal simpelweg negeren, terwijl net dat wisselen van stemgedrag véél meer vertelt over de kiezer dan het stemgedrag an sich. Zo'n beetje zoals de inwisselbaarheid van de commentaren op de verkiezingen van 1992, toen het Vlaams Blok trouwens nog een partijtje van niks was, met die op de verkiezingen van 2019 alles zegt. Geheugen, daar gaat het om. Een mens die gaat kiezen, heeft er geen (anders zou hij niet gaan kiezen, voor niemand), net zomin als de mensen voor wie hij gaat kiezen ...

Björn Roose