maandag 14 september 2026

De drie koningen aan de kust / Kerstvertelsel – Stijn Streuvels (boekbespreking door Björn Roose)

De drie koningen aan de kust / Kerstvertelsel – Stijn Streuvels (boekbespreking door Björn Roose)
Goed, goed, augustus is misschien een rare tijd van het jaar om kerstverhalen te lezen, net zoals september wel erg vroeg is om de bespreking ervan te publiceren, maar De drie koningen aan de kust / Kerstvertelsel van Stijn Streuvels, een uitgave van de Standaard Boekhandel “ter gelegenheid van de SB-Kinderboekenweek” van 1982 paste nu eenmaal binnen de categorie boeken die ik graag meeneem op reis (wegens met zijn in totaal achtenzestig bladzijden aan de dunne kant), dus schotel ik u de bespreking van de verhalen in kwestie graag voor. Inclusief de melding in het colofon dat “de woordverklaringen werden overgenomen uit Stijn Streuvels, Volledig Werk, deel IV, Brugge, Uitgeverij Orion-n.v. Desclée de Brouwer, 1973”, want de zesenvijftig (in vrij grote letter gedrukte) bladzijden die het werk uiteindelijk telt aan tekst worden inderdaad vergezeld van een loszittende Verklaring van de door Streuvels gebruikte Westvlaamse woorden van nog eens negen bladzijden. Een Verklaring die wel handig kan zijn, want die Westvlaamse woorden blijven niet beperkt tot vanzelfsprekende exemplaren als ‘ongeduur’, ‘tijelijke’, ‘feestvertij’ of ‘kout’, en de betekenis van ‘sammelen’, ‘horken’, ‘verhemming’ of ‘korreboel’ is voor kinderen misschien niet altijd meteen afleidbaar uit de context.

‘Voor kinderen’, zeg ik inderdaad, want ook volwassenen die niét van West-Vlaamse afkomst zijn (wat spijtig is voor hen, maar niemand is perfect), zouden deze verhalen moeten kunnen lezen zónder in die Verklaring te duiken (al kan ik van mezelf ook niet zeggen dat ik bekend was met de visserstermen die Streuvels op pagina 18 losjes uit zijn mouw lijkt te schudden) en kúnnen dat ook zonder werkelijk de indruk te krijgen dat ze met De drie koningen aan de kust en Kerstvertelsel aan kinderverhalen bezig zijn. Ja, het zijn kerstverhalen en nee, ze zijn dus niet van een grote psychologische diepgang of enorm ingewikkeld, maar ze zijn eerder in het algeméén Streuveliaans, een beetje kinderlijk misschien, tonend dat Streuvels het kind in zichzelf nooit voor dood moest verklaren, dan specifiek voor kinderen bestemd.

Bovendien is De drie koningen aan de kust bijzonder wat de ‘setting’ betreft én de ‘casting’: we weten allemaal dat Nazareth zo’n beetje halverwege tussen de Jordaan en de Middellandse Zee ligt, op een goeie twintig kilometer van beide daar in het land dat from the river to the sea wenst free te zijn, maar een kerstverhaal dat zich afspeelt in de West-Vlaamse polders, een paar kilometer achter de vloedlijn van onze eigen Noordzee, met een drietal zeevissers in de hoofdrol, is toch weer eens wat anders, ook al omdat de heren koningen behalve zeer onkoninklijk ook niet zeer gelovig of gewillig zijn: “Kerstdag had geen de minste betekenis voor hen. Ze wisten het van elkaar: Pinkel in onenigheid met zijn wijf, Karkole, een duts die inwoonde bij zijn schoondochter waar hij niets te poeren had, Viane die zondagnacht in een vechtpartij een thoeveel makkers klop had gegeven – een ranseling verwachten mocht, en daarom liever van ‘t dorp wegbleef, - alle drie zonder verlangen of kans op verzet of vreugde, voelden zich buiten de gemeenschap met de maats, zagen nergens de mogelijkheid om aan ‘t vertij deel te nemen, dachten met mismoed aan de blijdschap der anderen, waarbij ‘t verdrietige van hun vereenzaming nu dubbel zwaar woog. De opgewekte stemming welke overal in de lucht hing, stak hen tegen – de feestroes in ieder huisgezin, al het paaigeld er aan verkletst – terwijl zij met de nood aan gezelligheid, niet eens wisten hoe de vrije dag besteden.”

Meer ga ik u van het verhaal in kwestie niet meegeven, maar weet dat het ook verder geen Nello en Patrasche is, geen tearjerker, ‘gewoon’ een schoon, niet-klassiek, en heel erg Vlaams kerstverhaal. Net zoals het Kerstvertelsel dat er achter komt, een ‘vertelsel’ dat al begint “op Sintemaartensavond, toen ze in bende met hun lanteerns uit pampoenen en beetwortels gesneden, door de straat liepen en liedjes zongen”, een gelegenheid die ik me uit mijn eigen jeugd nog herinner, toen we met een ‘bietenstoet’ door het centrum van Handzame wandelden, een traditie die kennelijk minstens in de hoofdgemeente nog steeds of weer in ere wordt gehouden, al volgden daarop niet het soort wilde plannen dat Maantje Vincke in dit verhaal van Streuvels uitbroedt en die op hun beurt een écht Kerstvertelsel tot gevolg hebben, een heerlijk ‘vertelsel’ waarin de kleine Jezus (“in de eerste of in de derde persoon”) het heeft over spelen op straat “met kozeke Sint-Janneke en de andere kleuters uit ‘t gebuurte”, over “een jood die het kind bezig zag en ging (…) zeggen aan Jozef de timmerman (…) [dat] zijn zoontje de zondag ontheiligde met werken in de klei”, over “een rijkemanskind” dat hij met verlamming slaat (of carrément doodmaakt, dat is me ontgaan), over schoolmeesters die hem niks kunnen leren, over zijn kwaliteiten als boer (“Terwijl Jozef koorn zaaide, nam Jezus een zaadje uit de zak en plantte het in zijn hovetje, in een hoek van de lochting, en wanneer de oogsttijd nu aanbrak, kwam er van dat éne zaadje honderd maten koorn”), over zijn wonderbare vaardigheden als assistent-timmerman (“Jezus ging aan ‘t ander uiteind, greep de kortste plank vast en rekte ze uit alsof ‘t een kous ware, tot ze even lang werd als de andere”), over de onderrichting in de tempel (“De derde dag eerst vonden zij hem in de tempel, midden de wetgeleerden en de hoogpriesters, volop met hen aan ‘t redekavelen, en een hele troep volk er rond die luisterden, verbaasd over de vreemde knaap die de wet uitlegde en de parabels, beter dan de ouderlingen”), enzovoort, enzoverder. Hoe het varkentje met de hele lange snuit er uitziet dat dáár achteraan komt, geef ik u uiteraard niet mee, maar nog minder als een traditioneel kerstverhaal dan dat van De drie koningen aan de kust in ieder geval.

Ik ga, om deze bespreking af te ronden, niet beweren dat De drie koningen aan de kust / Kerstvertelsel hoogstaande literatuur is, maar ‘t is wel een aangename reis door de tijd voor tijden waarin de dagen nóg wat korter zullen zijn dan in september.

Björn Roose

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Ook iets te vertellen ? Ga je gang !