Posts tonen met het label Alain Grootaers. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Alain Grootaers. Alle posts tonen

maandag 23 februari 2026

Z!N – Over leven in de 21ste eeuw – Alain Grootaers (boekbespreking door Björn Roose)

Z!N – Over leven in de 21ste eeuw – Alain Grootaers (boekbespreking door Björn Roose)
Wie wil weten hoe ‘wereldvreemd’ ik ben, of hoe weinig aandacht ik besteed aan ‘Bekende Vlamingen’ (BV’s) en tutti quanti (u mag zelf beslissen of dat ‘vreemd’ is), mag mij de vraag stellen of ik tot ik voorliggend boek, Z!N – Over leven in de 21ste eeuw, wist wat Alain Grootaers allemaal gedaan heeft in z’n leven. Behalve dat hij een belangrijk deel van de interviews heeft afgenomen in de schitterende serie Tegenwind, waarvan ik eerder het boek met de ondertitel OVER 6 wetenschappersin het oog van de coronastorm besprak, en ergens in Spanje woonde, had ik u het antwoord volkomen schuldig moeten blijven. ‘De broer van Walter Grootaers’? Ah ja, die heeft inderdaad dezelfde familienaam. ‘Manager van De Kreuners geweest’? Ach zo. ‘Oprichter van P-Magazine’? Tiens, ik heb dat zelfs wel eens gelezen, denk ik. ‘Bedenker van de Ché’? Dat heb ik zeker een maand of zes gelezen, stond die daar dan ook in? ‘In De rechtvaardige rechters gezeten’? Sorry, maar één keer gezien. ‘Het eerste seizoen van De Slimste Mens ter Wereld gewonnen’? Zelfs nooit gezien. ‘Hij schrijft voor PAL NWS en Doorbraak.be’? Ik zie daar wel eens linken naar, naar die publicaties, maar als ik al eens ga kijken, zitten de artikels achter een betaalmuur. En toch neem ik nu een boek van hem dat al langer in mijn boekenkasten zit ter hand terwijl z’n nieuwste boek, Beroerd, over de hersenbloeding die hij in 2023 kreeg en de lange revalidatie nadien, vers in de boekhandels ligt? Jep. Toeval. Want ik volg ook de aankondigingen van uitgeverijen niet en zag dat boek pas bij Standaard Boekhandel liggen toen ik Z!N uit mijn bibliotheek had gehaald.

Z!N, zijnde een boek met een titel bestaande uit twee hoofdletters en een leesteken en een ondertitel (die ik niet in die vorm ga overnemen omdat opeenvolgende hoofdletters voor mij neerkomen op geschreven geschreeuw) bestaande uit bijna niets anders dan hoofdletters (alleen de ‘ste’ van ‘21ste’ bleef gespaard), fenomenen die wellicht in 2009, het jaar waarin dit boek verscheen bij Uitgeverij Vrijdag (in 2024 overgenomen door Uitgeverij Pelckmans, waar Grootaers’ nieuwste werd uitgegeven), nog ‘normaal’ waren. Z!N, ook zijnde een boek handelend over, minstens ten dele, uit de tredmolen stappen, minder (gaan) werken, “de onzin van een dolgedraaide samenleving (…) vervangen door Z!n”, zoals op de achterflap staat, over “de ratrace, de overconsumptie en de stress”, het soort dingen waarvan gezegd wordt dat ze behalve andere problemen ook een veel hogere kans op… hersenbloedingen tot gevolg hebben.

De alternatieve ondertitel, te vinden op de titelpagina, De kunst van het overleven in de 21ste eeuw, is dus mogelijk ternauwerdood toegepast door de auteur ervan, een auteur die nochtans in de twee jaar voorafgaand aan de publicatie, 2007 en 2008, “een sabbaticalreis door het Indiase subcontinent en Zuid-Oost-Azië” had ondernomen, zijn leven naar eigen zeggen vervolgens totaal omgooide, op een klein boerderijtje ging gaan wonen in Andalusië, en daar zijn redding in zag: “Ik ben anders gaan werken, anders gaan consumeren, ik kijk nu met andere ogen naar geld.” Verre van mij om daar sarcastisch over te doen – we zouden er allemaal deugd van hebben om de rust wat meer op te zoeken, en wie zijn leven wil veranderen, moet dat nooit nalaten -, maar het kán zijn dat wie voelt dat hij het rustiger aan moet doen dat nog niet sterk genoeg voelt en het kán zijn dat innerlijke rust voor de een makkelijker te bereiken valt dan voor de andere, ook onder omstandigheden die gelijk zijn.

Ik zou bijvoorbeeld niét helemaal relax worden van een bezoek aan Cambodja, zelfs al werken de mensen in een dorp als Sin Pitch er alleen maar als dat strikt noodzakelijk is, ondanks het feit dat ik voor die levensstijl waardering kan opbrengen en helemaal de uitleg volg die Grootaers geeft in het hoofdstuk Visoen van het deel De zin van Z!n omtrent wat er te verwachten zou zijn als dat dorp de ‘weldaden’ van de industriële revolutie zou ontmoeten. Ik word namelijk onnozel van met veel mensen in één ruimte slapen, lastige insecten, én... dolce far niente. Grootaers probeert reacties die – wat ik niet doe – zijn reactie afdoen als “valse en misplaatste nostalgie voor romantische zielen” voor te zijn door te zeggen dat het inderdaad “onzinnig [zou] zijn om meteen alle verwezenlijkingen van de industriële revolutie en onze westerse consumptiemaatschappij af te doen als verwerpelijk”, maar dat ik tijdens de feestdagen gestrest terugkom van even naar de winkel rijden om een dringende boodschap (iets wat ik me niet kan herinneren van pakweg tien jaar terug), wil nog niet zeggen dat ik de voorkeur geef aan een leven als dat van Cosey’s Jonathan (wie wil weten hoe ik de link leg tussen dat personage en Grootaers moet gewoon dit boek en de stripserie Jonathan lezen).

Enfin, het waarom van de ommezwaai die Grootaers in 2008 maakte, is niet wat dit boek van zo’n honderdveertig bladzijden van begin tot einde vult. Na De zin van Z!n, een hoofdstuk ingeleid met een waarheid als een koe van de in 2019 overleden Amerikaanse journalist Russell Baker, “Vreselijke dingen die gebeuren in naam van de vooruitgang, zijn meestal helemaal geen vooruitgang, maar gewoon vreselijke dingen”, volgen immers Deel 1. Betalen, Deel 2. Werken en Deel 3. Hébben!, de hoekstenen onder ons ‘westers’ (en doorheen de eeuwen naar het grootste deel van de wereld uitgevoerd) model, waarover Grootaers telkens een vlot leesbare, maar desalniettemin gedegen uitleg geeft. Een uitleg waarin ik weinig nieuws tegenkwam, maar dat ligt eerder aan het feit dat ik enigszins ingelezen ben in het onderwerp en dat zegt niks over wat u er mee aankan. “Voor geld staan we vijf dagen per week ‘s ochtends vroeg op”, schrijft hij bijvoorbeeld, “we gaan ervoor in de file staan, trekken er in het beste geval een kostuum en das voor aan of anders gevechtskledij, een mijnwerkershelm of een chemisch beschermingspak”, maar/en hij laat daar meteen op volgen: “In Europa alleen al sterven elk jaar 5720 mensen ten gevolge van arbeidsongevallen, dus rechtstreeks voor hun broodwinning, voor hun geld. Voor geld wordt geweld gepleegd en gemoord. In de naam van geld gebeuren de vreselijkste, bloederigste, meest mensonterende dingen. Maar met geld kun je ook vrijheid kopen, wordt gezegd. En je kan er al die mooie spullen uit de reclame mee aanschaffen. Ergens tussen de zeventiende eeuw en nu is het ‘je pense, donc je suis’ van René Descartes veranderd in ‘j’achète, donc je suis’. Wie geld heeft bestaat, zo lijkt het wel. Wie geen geld heeft, is een kneusje, een loser, een paria.” Het veralgemenende beeld dat hij vervolgens schetst van het leven van “het gewone volk” voorafgaand aan de industriële revolutie is enigszins benevens de waarheid, maar het klopt wel dat geld tot aan die industriële revolutie niet het belang had dat het nu heeft en zelfs het belang dat het voordien had slechts geleidelijk verkreeg.

“Van een eenvoudig en handig ruilmiddel werd het een schaars product, een doel op zich” is zo’n beetje de aanzet in het hoofdstukje Hoe geld ‘gemaakt’ wordt uit niets, maar daarna volgt over verschillende hoofdstukken heen in kort bestek “de overstap van munten, die letterlijk hun gewicht in goud, zilver of brons waard waren, naar papiergeld”, het “partieel reservesysteem” (de grote vermenigvuldiging van geld bij de privébanken), de zogenaamd “nationale banken” (die in vele gevallen, zo niet de meeste, simpelweg óók privébanken zijn), het voor twee partijen (maar niet voor de burger) winstgevende een-tweetje tussen de banken en de overheid, beursspeculatie, “schuld (krediet) én rente op die schuld”, enzovoort, een opeenvolging van fenomenen die tot niets anders kan leiden dan de uitspraak van Grootaers: “God bestaat, hij is een bankier”. De auteur zet daar subsidiariteit tegenover, nearonomics (een voor zover ik kan zien door hém – bad pun intended – gemunte term), numains, yin-geld, tempeltijd, LETS’en, timedollars, maar ook de stelling dat geld vanaf een bepaalde hoeveelheid niet gelukkiger maakt (wat ongetwijfeld klopt, de wet van het marginaal meernut moet ook gelden voor het ruilmiddel dat doel op zich werd) en dus uiteindelijk ook de vraag Moeder, waarom werken wij?.

Acht uur per dag werken is zowat de standaard tegenwoordig, meer mag, maar vier uur (een half time, zeg maar) per dag was doorheen de eeuwen de reële standaard. “Voor het overgrote deel van de geschiedenis van de mensheid werd arbeid beschouwd als hard en vernederend. Hard werken was helemaal niet de norm in de Hebreeuwse, klassieke of middeleeuwse culturen. Het is simpelweg allemaal de schuld van de protestanten”, schrijft Grootaers enigszins boutadisch, maar in essentie klopt het wel: Johannes Calvijn was de eerste die de boodschap verkondigde dat werken geen straf voor de erfzonde was, zoals het wel degelijk in de Bijbel staat, maar een deugd. Marx keerde dat om en was van oordeel dat de godsdienst zich aangepast had aan de nieuwe sociale realiteit, maar samen met de “plotse bevolkingsexplosie” in de zestiende eeuw en de inflatie veroorzaakt door de enorme voorraden zilver en goud die ter beschikking kwamen in Zuid-Amerika, schudde die nieuwe moraal de zaken wel serieus dooreen. “Door de tijd raakte het geloof dat arbeid adelt algemeen verspreid en werd het een onderdeel van de westerse cultuur. Tot op vandaag zitten we ermee. De industriële revolutie kwam en die bracht een nieuw ras van mensen voort: de economisten. Zij waarschuwden dat er armoede en verval zou komen als er niet hard gewerkt werd. De scholen namen, naast schrijven en rekenen, plots ‘vlijt’ op in het lesprogramma. Die nieuwe werkethiek paste prima in de hiërarchische structuur van de nieuwe bedrijven, want de notie dat je hogerop kon komen door hard te werken werd er mee ingestampt. De illusie van The American Dream nam langzaam vorm aan en vooral ook de perverse omkering daarvan: wie het wil en hard werkt kan hogerop komen, ergo wie niet hogerop komt is een luierik.” De grote winnaars van het geldsysteem, de privébanken, hoefden dan ook bij de afschaffing van de slavernij in de Verenigde Staten alleen nog de doctrine vervat in de in 1862 rondgestuurde Hazard Circular te pushen: “Slavernij zal naar alle waarschijnlijkheid na de oorlog worden afgeschaft. Wij zijn voor het afschaffen van slavernij, want slavernij is in essentie het eigendom op arbeid en brengt met zich mee dat je voor je arbeiders moet zorgen, terwijl in het Europese plan – geleid door de Engelsen – kapitaal de arbeid gaat controleren door de lonen te bepalen”. “Anders gezegd:”, schrijft Grootaers, “fysieke slavernij houdt in dat je onderdak en eten moet verschaffen. Slaven doen lastig, slaan op de vlucht en zorgen voor onrust. Economische slavernij betekent dat arbeiders voor hun eigen onderdak en eten zorgen, terwijl wij toch hun inkomsten controleren. Het is hier dat het kapitalisme voor de allereerste keer zijn ware gelaat toont. Later zijn de kapitalisten veel subtieler geworden, maar het principe bleef hetzelfde: het waren slaven en het zullen slaven blijven, alleen zorgen ze nu voor zichzelf.” Het is dan ook geheel terecht dat de auteur het Deel 2. Werken begint met volgende citaat van Goethe (wie me persoonlijk kent, weet ook dat ik af en toe een t-shirt draag met die tekst er op): “Niemand ist mehr Sklave, als der sich für frei hält, ohne es zu sein”.

Veel wapens biedt Grootaers daar niet tegen, maar in Het ontsnappingsluik in je hoofd verwijst hij terecht naar de uitspraak van Rousseau (Jean-Jacques, niet Connard): “Er zijn twee manieren om rijker te worden: je kunt meer rijkdom verzamelen, of je kunt je verlangens inperken”. De “statusangst” van Alain de Botton proberen te milderen dus. Al ligt, zoals Grootaers aangeeft, een leven als dat van Timmermans’ Pallieter niet voor elk van ons voor de hand, net zomin als datgene wat Thoreau beschrijft in diens Walden, terwijl het basisinkomen waar Grootaers voor pleit volgens mij economische nonsens is: méér fiat-geld en een nog grotere inflatie zal ons deel worden.

Maar via dat ontsnappingsluik ga je in ieder geval rechtstreeks naar Deel 3. Hébben: “Winkelen is een tijdverdrijf geworden. Zelfs het woord winkelen is vervangen door een woord dat een stuk minder doelgericht klinkt.” Massaproductie en de drijvende kracht daarvan, massaconsumptie, zijn the name of the game. “Vlak na de oorlog werd”, dixit Grootaers, “een vergadering belegd bij – houd u vast – Lehman Brothers, de bank die onlangs overkop ging en daarmee de start van de financiële crisis. De toenmalige baas van Lehman Brothers, ene Paul Maser, had een plan: ‘We moeten Amerika doen verschuiven van een ‘wat-heb-ik-nodig’-cultuur naar een ‘wat-zou-ik-graag-willen’-cultuur. We moeten de mensen trainen om te leren verlangen (letterlijk: ‘people must be trained to desire’). Ze moeten nieuwe dingen willen, zelf wanneer hun oude spullen nog niet versleten zijn. We moeten een nieuwe mentaliteit creëren in Amerika. De verlangens van de mens moeten zijn noden overschaduwen!’”. Een ideetje dat nog meer vaart kreeg toen Edward Bernays, neef van Sigmund Freud en ‘verkoper’ van Woodrow Wilson als grote “verdediger van de democratie, de man die een nieuwe wereld zou maken waarin iedereen vrij zou zijn”, van propaganda “Public Relations” (PR) maakte, sigaretten wist te verkopen aan vrouwen die zich door het roken “onafhankelijk en krachtig” zouden opstellen, democratie misvormde tot “engineering of consent” (Manufacturing consent zou Noam Chomsky het later noemen), Herbert Hoover tot de overtuiging bracht dat de PR-mensen de bevolking tot “constantly moving happiness machines” moesten omvormen, en uiteindelijk voor corporate America het verzet tegen Franklin D. Roosevelts New Deal organiseerde. Een mission accomplished over de hele lijn, kan je wel zeggen, niet alleen in de Verenigde Staten, maar over de hele wereld, en het is twijfelachtig dat het “concept van vrijwillige eenvoud” van Ton Lemaire, “geen pleidooi voor armoede of schraalheid, maar voor de kunst en de wijsheid om maat te kunnen houden” daar een echt tegengewicht voor kan vormen. Net zomin als stevia (hoeveel minder ongezond dan geraffineerde suiker het ook werkelijk is), een motor op gecomprimeerde lucht, “transitiesteden” (een woord dat intussen sowieso al een vieze smaak heeft gekregen), of de in het Engelse Totnes of het Duitse Dardesheim toegepaste modellen waarover Grootaers het verder nog heeft. Zonder cynisch te willen doen over de goede bedoelingen achter de in het laatste deel aangehaalde ‘alternatieven’ kan ik immers alleen maar tot de vaststelling komen dat de PR-mensen van een drol een taart weten te maken, maar ook van een taart een drol. Wat vandaag deel is van een alternatief, is morgen al ingekapseld in het mainstream-verhaal. Wat vandaag tegen de commercie in lijkt te gaan, is morgen de commercie geworden. “Weg met de onzin, die ons wordt opgedrongen door gewiekste bankiers, zakenmensen, verzekeraars en allerhande kapitalisten die enkel uit zijn op eigen profijt, handelen uit eigen belang en er alles voor doen om de status quo te bewaren. Wacht niet op politici, vakbonden of andere grote sociale organisaties om actie te ondernemen, maar doe het zélf”, de boodschap die Grootaers nog meegeeft helemaal aan het einde van dit boek, dient dan ook zeer rigide toegepast te worden.

Björn Roose

vrijdag 6 oktober 2023

Tegenwind – Over 6 wetenschappers in het oog van de coronastorm – Jakobien Huisman, Alain Grootaers & Mark Sanders (boekbespreking door Björn Roose)

Tegenwind – Over 6 wetenschappers in het oog van de coronastorm – Jakobien Huisman, Alain Grootaers & Mark Sanders (boekbespreking door Björn Roose)
Tegenwind
… Wie die titel met niets associeert behalve – nu toch – voorliggend boek, stond in 2021 en 2022 mogelijk nog elke avond handjeklap te doen voor ‘de zorg’, hing (of hangt nog steeds) in aanbidding aan de lippen van ‘experten’ als Marc Van Ranst, Erika Vlieghe of Steven Van Gucht, liet zich met graagte stokken in zijn neus duwen en had er geen enkel probleem mee dat mensen die niet wensten te bewijzen dat ze ‘gevaccineerd’ waren en liever niet wilden dat een ander zijn zaken in hun neus stak, mits het niet hebben van een groen vinkje buitengesloten werden uit cafés, restaurants, theaters en tutti quanti. Met andere woorden, voor wie onder voorgenoemde categorieën valt: u was een gezagsgetrouwe burger (wetsgetrouw is iets totaal anders), terwijl ik, als niet-‘gevaccineerde’ en nooit ‘geteste’, ondanks het feit dat ik sinds de ontsnapping van het oorspronkelijke virus uit een lab in Wuhan nooit een dag ziek geweest ben (net zomin als daarvoor overigens; ik kan me niet eens meer herinneren wanneer ik in de laatste 10 jaar nog eens een dag ziek thuisgebleven ben) en niemand in mijn omgeving in al die tijd ziek geworden is (behalve dan die ene ‘gevaccineerde’ uiteraard), een smeerlap was.

Het zij zo, intussen zijn we weer allemaal goede vrienden en is alles vergeten en vergeven. Naaaaaah… niet echt! Ik heb geen bijwerkingen van de ‘vaccins’, dus ik hoef niet kwaad te zijn op mezelf (laat staan op een ander), maar ik heb wel gezien waartoe een groot deel van de o zo vrijheidsgezinde westerlingen in staat is, hoe mensen in no time, en zoals in de bad old days, in ganzenpas marcheren, en ik heb er een blijvende slechte smaak in de mond aan overgehouden. Overheden vertrouw ik al heel lang niet meer, maar ik heb kunnen vaststellen dat de ‘man in de straat’ geen haar beter geworden is sinds de jaren 1930, sléchter zelfs, en vertrouw die ‘man in de straat’ nu bijgevolg nog minder dan die overheden. Die ‘man in de straat’ is het immers die gewone mensen als ik (en zichzelf) ging aangeven als ze met z’n vijven een feestje hielden, ongemaskerd een winkel binnen gingen of, godbetert, het weekend gingen doorbrengen in hun vakantiehuisje aan de kust.

Ik weet niet of de zes wetenschappers waarvan sprake in de ondertitel van dit boek ook met dat soort ongein te maken kregen, maar de meesten van hen werden wel op een of andere manier, zoals dat heet, gecancelled. Sam Brokken verloor zijn job als onderzoekshoofd Gezondheidswetenschappen aan PXL Hogeschool te Hasselt. Mattias Desmet is niet langer de verantwoordelijke lesgever voor het vak Cultuur- en Maatschappijkritiek aan de Universiteit Gent, mag nog slechts de helft van de hoorcolleges verzorgen en kreeg zowaar een veeg uit de pan van SKEPP dat hem verweet “uitzonderlijk onkritisch” te zijn waardoor (je zal er maar opkomen) hij “vaccinatietwijfel” voedde. Theo Schetters was in onze contreien de eerste immunoloog (en, tussen haakjes, ontwikkelaar van vaccins) die aan de alarmbel trok en zijn twijfels uitte over de zogenaamde ‘vaccins’, wat hem op zijn beurt in het oog van de storm deed belanden. Maurice de Hond kwam als statisticus en onderzoeker die van het bestuderen van cijfers en andere data zijn leven heeft gemaakt in zwaar weer terecht toen hij vaststelde dat mondmaskers (al helemaal buiten) volkomen onzin waren en dat het verluchten van lokalen het enige was dat er toe deed en werd uiteindelijk door De Volkskrant zelfs door het slijk getrokken met een karikatuur van een jood die als marionettenspeler aan de touwtjes trekt. Lieven Annemans probeerde in 2020 als lid van Celeval de eerste lockdown te voorkomen, slaagde daar niet in en was daarvan zó aangedaan dat hij zélf besloot uit dat comité te stappen. De enige ‘vreemde eend in de bijt’ was Paul De Hert, maar dat Alain Grootaers hem óók wou interviewen kan nauwelijks verbazing wekken: wie beter dan een specialist aangaande privacy en mensenrechten kan je uitnodigen als je het hebt over een quasi-vaccinatieplicht, apps waarmee je moet bewijzen dat je gehoorzaam bent, of werkgevers die plotseling toegang tot je medische gegevens krijgen?

Enfin, wie de documentaireserie Tegenwind niet gezien heeft, doet er nog steeds goed aan daar verandering in te brengen. Zelfs los van de stuk voor stuk zeer interessante gasten, is de serie iedere minuut van uw tijd waard: prachtig gefilmd, met journalisten die hun stiel nog kennen en hun gasten de tijd geven om uit te spreken, opgenomen in een zeer mooi deel van Spanje, en zelfs al lijkt de urgentie nu even weg nog steeds brandend actueel. De aflevering met Sam Brokken vindt u hier, die met Mattias Desmet hier, die met Theo Schetters hier, die met Maurice de Hond hier, die met Paul De Hert hier, die met Lieven Annemans hier, en die met het rondetafelgesprek tussen de zes wetenschappers hier. En terwijl u daar dan toch bent, kan u zich eventueel abonneren op het Youtube-kanaal van Tegenwind TV, want daarop blijven interessante documentaires verschijnen.

Maar nu over naar het boek, een boek – zoals de auteurs in de inleiding vertellen – gemaakt “als tijdsdocument van een crisis waarvan we nooit hadden gedacht ze mee te maken”, “een document voor de toekomst”, “maar ook een houvast en steun in woord en beeld om de aankomende tijd draaglijker te maken” en “een eerbetoon aan de wetenschappers en het hele team”, een boek uitgegeven bij Doorbraak dat ik – ik heb zo van die bronnen – even mocht lenen en dat verscheen na afloop van de documentaireserie in kwestie. Een boek ook waarover ik maar één ding negatief kan zeggen: dat de eindredactie bijzonder slecht haar werk heeft gedaan en daardoor massa’s tik- en schrijffouten heeft laten staan.

Verder echter geen kwaad woord erover, noch over die eindredactie noch over het boek zelf. Het is uitgegeven op een bijzonder formaat (vierkant), zit barstensvol mooi fotomateriaal (waardoor ook visueel de link gelegd is met de esthetisch zeer geslaagde documentaireserie), is knap gestructureerd, en met dat alles ook precies wat de auteurs er mee beoogden. De wetenschappers worden stuk voor stuk telkens in een vijfentwintigtal bladzijden nog eens bevraagd, voorzien van een geactualiseerde bio, krijgen de gelegenheid een “wens voor onze toekomst” uit te schrijven, waarna er een stukje achter-de-coulissencommentaar gegeven wordt door Huisman of Grootaers. Daarna volgen de schriftelijke – zoals de rest van de teksten, in grote letters weergegeven – weerslag van het rondetafelgesprek in aflevering 7, een aantal foto’s genomen achter de schermen, “een greep uit de duizenden reacties van kijkers die we binnenkregen”, een tekst van Jakobien Huisman, een hoofdstuk gewijd aan de “dernière” in de Koningin Elisabethzaal, en een voorstelling van de journalisten, de cameraploeg, de muzikant (Stef Kamil Carlens), de ontwerper van het logo (Erwin Vanmol, u onder andere bekend van mijn bespreking van diens Vanmol’s hoop), de fotograaf en de andere medewerkers (tot en met de voice overs).

Echt een hebbeding, eigenlijk, een blijvende herinnering, maar desalniettemin ook inhoudelijk niet als na het zien van de documentaireserie irrelevant weg te zetten. Sam Brokken heeft het bijvoorbeeld over het online gezondheidsplatform GlobalWell waaraan hij, nu gevestigd in India, werkt, en over de European Digital Identity, die volgens Ursula von der Leyen en consoorten uiteraard alleen maar “beschikbaar” is en ons leven zóveel gaat verbeteren. Matthias Desmet heeft het vanzelfsprekend en terecht over zijn in 2022 verschenen De psychologie van totalitarisme (een absolute must read trouwens), terwijl Theo Schetters het over de te verwachten lange-termijngevolgen van de ‘vaccins’ heeft, over het feit dat meldingen van bijwerkingen van de ‘vaccins’ artsen veel tijd kosten en – in tegenstelling tot wat gold voor het geven van vaccinaties – geen financieel gewin opleveren, en over het gegeven dat het hier wel degelijk om genetische manipulatie gaat. Paul De Hert heeft het over enerzijds de overheid die het vuile werk (het controleren, het verklikken) uitbesteed heeft aan de burgers en anderzijds het conglomeraat van, de handshake tussen, diezelfde overheid en Big Tech, waarbij Big Tech uitgegroeid is van “disruptive bastards (…) tot ernstige partners van de overheid”. En Maurice de Hond ten slotte is “somber over de toekomst” omdat hij denkt “dat de machtsverhoudingen binnen bevolkingen totaal veranderd zijn (…) De angst om ziek te worden die bij de bevolking gecreëerd is en waardoor bepaalde groepen – virologen, epidemiologen, in Nederland is dat het RIVM, - ineens een veel machtiger positie hebben gekregen dan vroeger, dan het jaar daarvoor. En om als volk die macht terug te winnen… Ik ben bang dat dat niet meer gebeurt, omdat het eigenlijk een soort machtsgreep is. Niet een machtsgreep van de wetenschap, want heel veel dingen die tijdens de coronacrisis gebeurden, waren niet wetenschappelijk. De beleidsmakers pretendeerden wetenschappelijk te zijn, maar doordat ze voortdurend in staat zijn om de angstknop weer in te drukken – en een groot deel van de mensen is erg gevoelig voor die angstknop – hebben ze een soort controle gekregen die er daarvoor nog niet was. En ik denk dat we eigenlijk bijna niet meer terug kunnen vechten omdat we merken dat eigenlijk ons hele politieke systeem de laatste honderd jaar aan het afbrokkelen is. Ons westerse, parlementaire, democratische systeem is de laatste decennia in slow motion aan het instorten.”

En, over instorten gesproken, verschillende van de ondervraagden hebben het ook over Oekraïne: “Corona lijkt (even) uit de schijnwerpers verdrongen door de oorlog tussen Rusland en Oekraïne; het ene mainstream narratief is vervangen door het andere. Ook bij dit thema is er maar één opinie aanvaard”, zegt Sam Brokken, daaraan toevoegend: “Ik zie dat de groep van mensen die kritisch zijn geweest ten overstaan van het coronagebeuren nu ook kritisch staan tegenover Oekraïne. En diezelfde 70% à 80% van cognitief dissonanten is nog altijd diezelfde groep.” “Covid was amper voorbij en we zaten in de volgende waanzin van de oorlogsretoriek”, zegt Mattias Desmet, “Van de ene val trapt de massa in de volgende val”: “Bij Covid waren de door de overheid goedgekeurde wetenschappers de helden en wie daar kritiek op had was verdacht en een anti-vaxxer. Nu is Oekraïne en zijn president Zelensky de held en is iedereen die kanttekeningen plaatst bij het narratief verdacht en ineens een Poetin-supporter.” “Ook als het daar over [over de oorlog in Oekraïne, noot van mij] gaat, vertrouw ik bijna niet meer wat ze [de media, noot van mij] zeggen”, voegt Maurice de Hond daar aan toe: “Dat is natuurlijk verschrikkelijk wat er gebeurt, dramatisch. Maar de uitleg die we krijgen… als ik dieper graaf dan zie ik op elk punt wel twee argumenten waarvan ik niet meer kan bepalen welke de waarheid benadert. Het hangt er helemaal vanaf aan welke kant je staat.”

Aan mekáárs kant lijkt misschien het beste idee, als u mij toestaat deze boekbespreking te eindigen met een citaat van Lieven Annemans: “Enerzijds heeft het project Tegenwind mij bevestigd in mijn eigenheid, in wie ik ben en hoe ik tegenover de maatschappij sta. De aangename mensen en de sfeer tussen ons onderling, hoe we elkaar de nodige ruimte gaven in discussies en elkaar in onze waarde lieten en uit lieten spreken gaf een zalig gevoel en dat bevestigde wat we allang dachten, namelijk dat het wel degelijk mogelijk is voor mensen om mooie dingen te realiseren en overeen te komen. Het waren geen gesprekken tussen ego’s, maar tussen zielsverwanten. Ik heb er echt een gevoel van dankbaarheid aan overgehouden. Maar of het mij veranderd heeft? Ik durf te zeggen dat het mij gesterkt heeft in mijn overtuiging dat ik de juiste keuzes heb gemaakt, om voor het belang van de samenleving te gaan. We hebben veel tegenwind gekregen, maar als je recht in je schoenen staat is het gemakkelijker om overeind te blijven. En als je dan ziet dat er ook andere mensen recht in hun schoenen zijn blijven staan, dan helpt dat nog meer.” En meer dan dat moet het toch niet zijn, denk ik dan.

Björn Roose