donderdag 23 februari 2017

Rood haar (Leonard Beuger)

Vraag me niet hoe dit soort boekjes in mijn collectie terechtkomen (dat geldt overigens ook voor "De kikker is dood", dat ik hier eerder besprak), maar u kan er van op aan dat ik het noch gekocht noch eigenhandig geselecteerd heb. Als ik die methode wél had gehanteerd, dan zou een boekje als dit niet eens door de keuring van de achterflap heen geraakt zijn.

Je kan het kortverhaal van Beugers natuurlijk omschrijven als "een betoverend poëtisch debuut" of "een bijzonder sfeervolle en romantische novelle over de wisselwerking tussen verbeelding en realiteit", zoals die achterflap dat doet, maar het is en blijft een studentikoos-romantisch niemendalletje dat wat meer "body" moet krijgen door het trekken van een rechtstreekse lijn tussen het flinterdunne verhaaltje en de Odysseus. Een pretentieus idee van een weinig bescheiden "schrijver", "vertaler" "regisseur" en "muzikant", zoals Beuger zichzelf op zijn internetpagina omschrijft.

Laten liggen, dit boekje, als u het ooit tegenkomt, of afvoeren als u het - per ongeluk, mag ik hopen - in uw boekenkast heeft staan. En dat zeg ik, hoe vreemd het ook mag klinken, met een beetje spijt in het hart, want Beuger heeft ook Parzival van von Eschenbach vertaald uit het Duits. Niet dat ik die vertaling gelezen heb, maar wie De Maier-Files kent - een serie waar ik met veel genoegen aan mee mag werken - is daarin de naam Parzival al tegengekomen en zal in het nieuwste (net verschenen) album, Adlerflug, ook het boek zélf ontmoeten. En een auteur die met dat grote boek uit de graalliteratuur is bezig geweest, verdient los van gepruts in de marge als dit Rood haar enig krediet.

Was getekend,

Björn Roose

dinsdag 21 februari 2017

De kikker ging dood (Bruno Bartels)

Op de achterflap van dit kortverhaal - een grote vijftig bladzijden lang is het - verneemt de potentiële lezer onder andere: "Bruno Bartels heeft met 'De kikker ging dood' een novelle geschreven die als een thriller overkomt maar die tegelijk doet nadenken over onze verantwoordelijkheid tegenover ons eigen verleden en over de verantwoordelijkheid van het kunstenaarschap." En eerlijk gezegd, dat van die novelle zou nog wáár kunnen zijn ook als er niet zoveel actie in het boekje stak.

Helaas valt die actie geenszins te omschrijven als een "thriller". In tegendeel, "het relaas van de brutale uitmoording van een gezin, waaraan alleen de man ontsnapt" (ook dit wordt vermeld op de achterflap), duurt amper drie bladzijden. Al de rest is inleiding en "uitleiding" bij deze gebeurtenis. Er "thrilt" helemaal niets.

En wat dat "nadenken over onze verantwoordelijkheid tegenover ons eigen verleden en over de verantwoordelijkheid van het kunstenaarschap" betreft: ik heb zo'n donkerbruin vermoeden dat dit boekje de vrucht is van een volkomen mislukte poging daartoe van de schrijver zelf. De "kunstenaar" die hij in het boek laat opdraven voor de moraal van het verhaal is dan ook niet voor niets een schrijver die aan zijn eerste boek werkt ("De kikker ging dood" was het eerste stuk proza van Bartels). In tegenstelling tot dat personage heeft Bartels wél zijn boek af gekregen, maar meer dan drie heeft hij er na dit exemplaar toch niet meer geschreven. Zonder te weten waarom hij er mee opgehouden is, zou ik durven zeggen: mooi zo, niks aan gemist.

Was getekend,

Björn Roose

zondag 11 december 2016

Als een onweder bij zomerdag - De briefwisseling tussen Louis Paul Boon en Willem Elsschot

My rating: 4 of 5 stars

Ik had er eerlijk gezegd geen idee van dat Louis Paul Boon en Willem Elsschot een tijdje min of meer als "vrienden" - zij het dat de liefde als "tough love" dient omschreven te worden - door het leven gegaan waren en dat er een briefwisseling bestond die daarvan kon getuigen.

De vriendschap eindigde, minstens van de kant van Elsschot, toen Louis Paul Boon, aan wie hij het gedicht wou opdragen, niet bijzonder veel begrip toonde voor de motivatie van Elsschot bij het schrijven van diens "Aan Borms", maar de briefwisseling geeft toch de indruk dat er voordien al een zekere verkoeling was, al kan het onregelmatiger worden van de briefwisseling ook aan de oorlogsomstandigheden hebben gelegen.

Hoe dan ook, de motivatie van Boon inzake het bedanken voor de eer aangaande "Aan Borms" blijkt uit de briefwisseling van een andere aard te zijn geweest dan die welke hij later voor het publieke forum gaf (eveneens opgenomen in dit boek trouwens). En de bewondering van Boon voor Elsschot verminderde daarmee, ook dat blijkt uit dit werk, niet. Ik bleef bijgevolg een beetje zitten met de vraag of de bewondering van Elsschot voor Boon dezelfde bleef, maar leerde uit dit boek dat die bewondering er in eerste instantie sowieso was - terwijl het proza van Elsschot mijns inziens niet te vergelijken valt met dat van Boon (waarvan ik geen liefhebber ben).

Een lezenswaardige briefwisseling dus, misschien mede door het feit dat ze klein van volume is gebleven.

View all my reviews

Was getekend,

Björn Roose 

maandag 17 oktober 2016

Herinneringen van een soevereine rebel (Aleksandr Zinovjev)

Herinneringen van een soevereine rebel by Aleksandr Zinovjev
My rating: 4 of 5 stars

Aleksandr Zinovjev en zijn slalommende carrière beschrijven in andere woorden dan die van hemzelf is quasi onbegonnen werk. Dat sommigen daar evenwel een poging toe gedaan hebben en daar jammerlijk in gefaald zijn, bewijst onder andere volgend citaat op Wikipedia: “(...) ook was hij niet langer een tegenstander van Stalin en noemde hem één van de grootste figuren van de 20ste eeuw”. Bijzonder erg omdat eenvoudige lezing van zijn Herinneringen van een soevereine rebel, uitgegeven bij Meulenhoff in 1990, dus zestien jaar voor het desbetreffende artikel op Wikipedia verscheen, zou geleerd hebben dat zulks niet klopt. Nóg erger omdat het ook logisch niet zo hoeft te zijn. En Aleksandr Zinovjev was in de eerste plaats, en voor een groot deel van zijn leven, logicus.

Nu goed, de auteurs van het artikel op Wikipedia, vermelden zelfs niet dat hij logicus was, hebben kennelijk geen weet van zijn autobiografie (deze wordt zelfs niet vermeld in de literatuurlijst), en schrijven bijvoorbeeld ook dat hij in 1978 vertrok naar het Westen en vervolgens het staatsburgerschap van de Sovjet-Unie werd ontnomen. De werkelijkheid is dat hij begin augustus 1978 samen met zijn vrouw Olga bij de Afdeling Visa en Registratie (OVIR) werd geroepen, ze daar hun Sovjet-paspoorten afgenomen werden, “buitenlandse paspoorten” kregen en “verzocht” werden binnen de vijf dagen naar de toenmalige Bondsrepubliek Duitsland te vertrekken. Hij werd dus het land uitgegooid nadat hem de facto het staatsburgerschap was afgenomen. Zinovjev werd trouwens kwaad als men zei of schreef dat hij zelf gaan lopen was: “Toen ik in West-Duitsland kwam, schreef een Russischtalig tijdschriftje dat ik ‘de vrijheid had verkozen’. Naar aanleiding hiervan zei ik in een interview dat ik geen enkele vrijheid had verkozen, dat ze me tegen mijn wil uit Rusland hadden verbannen en dat, als me in Rusland geen erger lot te wachten had gestaan, ik mijn leven voor geen enkele westerse vrijheid had willen inruilen. Hierna ontmaskerde dat tijdschriftje mijn ‘ware gezicht’ (of ‘rukte me mijn masker af’) en bestempelde me tot agent van Moskou.”

Die liefde voor de waarheid, of op z’n minst zijn waarheid (want hij weigerde absoluut voor een ander te spreken), en het, onbezonnen of ook wetende wat de gevolgen zouden zijn, uiten daarvan, tekenen Zinovjev volgens mij het meest. Hij wist ook dat het allemaal niets uithaalde, dat de “plebejers” geen haar beter waren dan de machtigen, dat, in tegendeel, de “plebejers” vaak slechter zijn dan de machtigen. Hij zou er dan ook niet van opgekeken hebben dat op Wikipedia vermeldt wordt dat hij ná zijn terugkomst in Rusland in 1999 “niet langer een tegenstander van Stalin” was en “hem één van de grootste figuren van de 20ste eeuw” noemde. Misschien had hij nog de moeite gedaan er op te wijzen dat hij al meteen na de dood van Stalin, ook binnen de Communistische Partij waar hij toen deel van ging uitmaken omdat vaste partijgangers dachten dat hij als anti-stalinist nu wat kon betekenen voor die “partij”, had gesteld dat hij niet langer een tegenstander van Stalin was om de simpele reden dat het weinig zin heeft tegenstander van een dode te zijn. Misschien had hij daar aan toegevoegd dat hij Stalin altijd al “één van de grootste figuren van de 20ste eeuw” had gevonden en dat net dat de reden was waarom hij eind jaren 1930 met het idee rondliep een aanslag op de man te plegen. Maar misschien had hij dat ook niét gedaan.

Zinovjev was principieel zonder principieel te zijn, communist zonder communist te zijn, een goede huisvader zonder een goede huisvader te zijn. Hij was gevechtspiloot voor een regime waar hij tegen gekant was, hij was logicus onder een regime dat “logica” alleen als dekmantel gebruikte, hij was anti-communist én anti-kapitalist. Hij was het soort mens dat je alleen maar enigzins kan begrijpen als je je overgeeft aan zijn verhaal, een verhaal dat duidelijk maakt dat deze man géén voor hem nieuwe dingen deed of zei toen hij – en weerom verwijs ik naar dat stompzinnige artikel op Wikipedia (https://nl.wikipedia.org/wiki/Aleksan...) – bij zijn terugkomst in Rusland zei dat de collectivisering “een lang verwacht cadeau aan de Russische boeren was” en de communistische tegenkandidaat van Boris Jeltsin steunde.

Wie de Herinneringen van een soevereine rebel leest, zal trouwens ook niet écht raar opkijken van Zinovjevs verklaring dat hij de Serviërs Radovan Karadzic en Ratko Mladic als grote figuren van de 20ste eeuw zag en tot de uitgesproken verdedigers van Slobodan Milosevic behoorde. Hij was, zoals gezegd, een groot minnaar van de waarheid en zal met de jaren niet méér maar minder geneigd geweest zijn deze voor zichzelf te houden omdat de stroom nu een andere kant uitging. Zoals hij zelf immers schreef in deze autobiografie: “Belangrijk was niet wat je eigenlijk zei, maar in hoeverre hetgeen je zei in overeenstemming was met de algemene situatie. Belangrijk was niet in welke richting eigenlijk de massa’s gingen, maar dat je met ze in de pas liep.” En daar was hij dus nooit echt toe in staat geweest.

Ik zou deze bespreking van een boek dat ik – en dan spreek ik, in tegenstelling tot wat Zinovjev deed, wél voor iedereen, omdat niemand ooit schade ondervindt van bijleren – absoluut ter lezing/lering wil aanraden, dan ook graag eindigen met een ander citaat van Zinovjev. Het luidt als volgt: “Als alleen schrijvers zouden beslissen wie een goede en wie een slechte schrijver is, wie gepubliceerd wordt en wie niet, was er geen Shakespeare, Dante, Rabelais, Balzac of Tolstoj. Als musici zelf zouden beslissen wie er in de muziek erkenning verdient, was er geen Mozart, Beethoven of Verdi. En dit geldt op alle gebieden van de cultuur.” Daar wil ik alleen nog aan toevoegen dat kritische geesten in deze “democratische” tijden er goed aan zouden doen het niet aan “de vrije encyclopedie” Wikipedia te laten om te bepalen welke klankkleur iemand krijgt als voetnoot in de geschiedenis.

View all my reviews

Was getekend,

Björn Roose 

vrijdag 7 oktober 2016

Het nut van pessimisme en de gevaren van valse hoop (Roger Scruton)

Het nut van pessimisme en de gevaren van valse hoopHet nut van pessimisme en de gevaren van valse hoop by Roger Scruton
My rating: 5 of 5 stars

Voor een conservatief en eigenlijk voor iedereen die van een goed geschreven, léésbaar filosofisch boek houdt, is elk boek van Roger Scruton de moeite van het lezen waard. Dat geldt dus ook voor "Het nut van pessimisme en de gevaren van valse hoop" (vertaling van de hand van Jabik Veenbaas), verschenen bij Nieuw Amsterdam Uitgevers in 2010.

In dit boek gaat Scruton dieper in op de waandenkbeelden, of beter: de drogredenen, die aan de basis liggen van het denken (eigenlijk het uitschakelen daarvan) van utopisten of wat hij noemt "gewetenloze optimisten". Met dat bijvoeglijk naamwoord "gewetenloze" maakt hij ook meteen duidelijk dat hij niets heeft tegen optimisme an sich, maar wel tegen het soort optimisme dat er in de menselijke geschiedenis keer op keer voor heeft gezorgd dat mensen met een rotvaart richting afgrond stormden: communisten, nationaal-socialisten, liberalen (zoals in het Amerikaanse "liberals", een richting waartoe ook meer en meer liberalen in Europa neigen en die niks meer met vrijheid te maken heeft).

Die drogredenen zijn, in volgorde, de drogreden van het beste geval, de drogreden dat we vrij worden geboren, de drogreden van de utopie, de drogreden van de nulsom, de drogreden van de planning, de drogreden van de voortgaande geest, en ten slotte de drogreden van de samenvoeging. Met gebruik van al die drogredenen verzetten utopisten/gewetenloze optimisten zich tegen de waarheid.

En dat doen ze, aldus Scruton, omdat ze geen meter verder gekomen zijn dan hun voorouders uit het stenen tijdperk. "(...) de drogredenen die ik in dit boek heb gesignaleerd, en die naar mijn idee ten grondslag liggen aan de dwaasheden van onze tijd [zijn] geen nieuwe toevoegingen (...) aan het repertoire van de menselijke waanzin, maar residuen van de oprechte pogingen van onze voorvaders om het leven in goede banen te leiden. Ze vertegenwoordigen gedachteprocessen die werden verkozen omdat ze van nut waren in de strijd op leven en dood waaruit op den duur de gevestide samenlevingen voortkwamen."

Alleen, en dat is op zich een grappige wending in een conservatief boek, zijn ... de tijden veranderd. In "ons beschaafde heden" dienen die drogredeneringen tot niets meer, in tegendeel. Ze zijn in essentie een "oorlogshouding (...) aangewend in tijden van vrede en sociale samenwerking". "We moeten ons afkeren van (...) alomvattende visioenen, en het beeld van de menselijke onvolmaaktheid voor ogen houden. We moeten erkennen dat elke vorm van vrijheid, geluk en genegenheid die we kunnen veroveren afhankelijk is van onze samenwerking met mensen die even zwak en egocentrisch zijn als wijzelf. Kortom: we moeten valse hoop vervangen door ware hoop, eenheid door ironie en onderwerping door vergeving."

Da's alvast een pessimisme waar ík voor teken.

View all my reviews

Was getekend,

Björn Roose 

maandag 19 september 2016

Flicker (Theodore Roszak)

My rating: 4 of 5 stars

Een meevaller, dit boek, toch tot pagina 601 van de 688. Een hele prestatie overigens gezien ik het boek ten eerste in het Engels las (wat geen probleem is, maar in het Nederlands is toch makkelijker) en ten tweede aanbevolen werd door een vriend met ongeveer de woorden "De eerste hoofdstukken zijn kut, maar daarna wordt het echt interessant".

Die eerste hoofdstukken zijn, in nabeschouwing, eigenlijk niét "kut", maar zijn essentieel voor de manier waarop de auteur, Theodore Roszak, het verhaal opbouwt. Wie meer wil leren over de "Flicker" en over de manier waarop de eigenlijke hoofdpersoon van het boek, Max Castle (Von Kastell), mensen zijn films "inzuigt", moet het boek lezen, maar ik kreeg sterk de indruk dat Roszak soortgelijke tactieken toepast op de lezers van "Flicker".

Meer over de inhoud ga ik niet onthullen - ikzelf was al bekend met een groot aantal van de theorieën die er in naar voor komen; mensen die dat minder zijn, zullen allicht/hopelijk de drang voelen zich ter zake bijkomend te informeren -, maar het moet me wel van het hart dat het verhaal sterft op, zoals gezegd, zo'n negentig bladzijden van het einde. Het zij de auteur vergeven dat hij niet meteen een écht einde wist te breien aan het verhaal (het loopt eigenlijk gewoon dood, niet Hollywoodiaans, niet anti-Hollywoodiaans), maar de toevoegingen van de imaginaire filmografie van Max Castle, het "vraaggesprek" van de inquisitie met de uitvinder van de lanterna magica, en de brief van Edgar Ulmer waren volstrekt overbodig. Die weglaten zou toch alweer 18 bladzijden bespaard hebben.

Hoe dan ook: wie interesse heeft in film en de achterliggende technieken ervan, in geschiedenis, in geheime genootschappen, en in de mogelijke samenhang tussen die genootschappen en de film, zou ik het boek tóch aanraden.

Was getekend,

Björn Roose

maandag 5 september 2016

Complot ! (André Kesseler, Leo Polak, e.a.)

Complot!Zo heel af en toe publiceer ik een korte "bespreking" van een net gelezen boek op de Goodreads-site. Aangezien het ook mogelijk is die "bespreking" te "bloggen" zonder daar veel extra werk aan te hebben, krijgt u vanaf nu - met ingang van de onderstaande - die besprekingen ook op deze blog.

Complot! by André Kesseler
My rating: 3 of 5 stars

De moeite van het lezen waard. Zelfs voor iemand die bekend is met een aantal "complottheorieën" stonden er nog in die ik niet kende. Paar grappige, maar vooral ook een aantal die, in tegenstelling tot wat inleider Maarten van Rossem "suggereert", wel degelijk een complot doen vermoeden, zonder dat dit complot evenwel noodzakelijk overeenkomt met de theorieën er rond.

Over Maarten van Rossem gesproken: zijn inleiding is zo ongeveer het meest storende element aan het boek. Ik ken de mens niet, maar als ik zo eens naar zijn site ga kijken en vooral naar de foto van hem op de openingspagina ervan, kan ik alleen maar besluiten dat hij zich daar toont zoals hij is: bijzonder hautain. Als een "geschiedkundige" iets schrijft in de zin van, wat hij deed in zijn voorwoord, "Ik heb niet de geringste illusie dat mijn rationele tegenargumenten serieus zullen worden genoemen door de samenzweringstheoretici. Het gaat hier helemaal niet om een rationeel debat met toetsbare argumenten.", dan is die man véél te gelijkhebberig voor zijn vak en geen haar beter dan "samenzweringstheoretici" die zeggen dat iedereen die het niet met hen eens is onderdeel uitmaakt van het complot.

Het tweede storende element vind ik het bijzonder zielige, regelmatig terugkerende en géén verband met de hoofdstukken houdende hakken op George Bush (jr) en/of ophemelen van Bill Clinton. Een van de auteurs slaagt er zelfs in die laatste een "volksjongen" te noemen. Al ooit een volksjongen geweten die een naam mét volgnummer, zijnde "William Jefferson Blythe III", meekrijgt ?

Maar, zoals gezegd, voor de rest is het boek meer dan lezenswaardig.

View all my reviews

Was getekend,

Björn Roose