Het laatste nog niet gelezen boek van Frank Liedel (geboren als Leo
Lode Frans Van Assche in 1924, overleden in 2012) dat ik nog in mijn
kasten had staan, is bij deze gelezen: Kwadratuur. Ook dít
exemplaar werd gepubliceerd bij De Clauwaert v.z.w. - al was
die uitgeverij in het jaar van uitgifte (1993) intussen aan z’n
bijna laatste mutatie toe en heette ze intussen Davidsfonds/Clauwaert
- maar het was wel iets dikker dan de vorige boeken die ik van de
auteur las, zijnde zo’n tachtig bladzijden. Niet helemaal verspild
papier, want Liedel kon aardig schrijven, iets wat ik al eerder
vastgesteld had, maar Kwadratuur zal, in tegenstelling tot Om
de linkerhand van St.-Antonius van Padua en De krant uit Santa Fé,
niet in mijn boekenkasten blijven staan. Het volgt de weg van
Schildpad,
Dover,
en De late zaligheid van Mon De Cocker,
en gaat richting zolder.
Waarom? Omdat ik me twee weken nadat ik het gelezen heb al nauwelijks meer
herinner waarover het gaat, bijvoorbeeld. Iets wat niet aan mijn
geheugen ligt – zo erg is het daarmee niet gesteld -, maar aan het
feit dat dat me ook al grotendeels ontging toen ik het las, ondanks
het verkoopspraatje op de achterflap: “Wittemeer is de invloedrijke
en meedogenloze personeelschef van een belangrijk farmaceutisch
bedrijf. Hij is weduwnaar. Zijn vriendin, Margreet, is de echtgenote
van een gedegradeerde directeur-generaal bij een ministerie. Ze is
ongelukkig bij haar egocentrische man, maar heeft een hechte band met
haar kinderen. Daarom wil ze de halfslachtige levenswijze behouden,
die ze door haar verhouding met Wittemeer noodgedwongen heeft
aangenomen. Wanneer Wittemeer een jeugdvriend verlies, beseft hij dat
het hoog tijd wordt om van het leven te gaan genieten. Of gebruikt
hij de dood van zijn vriend slechts als aanleiding om zijn doel te
bereiken, en Margreet voor zich alleen op te eisen?”
Ik houd het op dat laatste (Liedel op het einde ook, heb ik de indruk),
Wittemeer komt op geen enkel moment op mij over als iets anders dan
een vent die minstens zo egocentrisch is als de echtgenoot van zijn
vriendin, een eigenschap waaraan hij na de dood van zijn jeugdvriend
Crabbé alleen maar sterker toegeeft. Hij wil niet langer zijn
vriendin delen met haar man, hij wil haar helemaal voor zich alleen,
en wel nu. Dat ik op geen enkel moment lijk getwijfeld te hebben aan
het karakter van Wittemeer, kan natuurlijk aan een gebrek aan inzicht
van mijnentwege liggen, maar ik heb dat probleem niet met
romanfiguren in het algemeen (de weinig dubbelzinnige steken me door
de band genomen zelfs snel tegen), dus ik denk dat die “dunne lijn
tussen afgunst en vriendschap, ijdelheid en liefde”, waarvan verder
op de achterflap sprake is, niet echt uit de verf komt in
Kwadratuur.
Iets wat ik ook bevestigd zie in wat de auteur te melden heeft over
Frederik Colijn, de in de loop van het verhaal gedegradeerde (en
vervolgens weer opgewaardeerde) “directeur-generaal bij een
ministerie” en zijn vervanger Willockx, minister Bostoen
(ex-minister nadat de regering gevallen is over “een taalkwestie”,
in de vroege jaren negentig nog net aanvaardbaar als geloofwaardige
fictie) en zijn opvolger Hermanne, en de andere figuren die een rol
spelen in het socialistische schaduwspel dat boven en rond Colijn
wordt gespeeld. Een socialistisch schaduwspel waaraan Liedel te veel
aandacht besteedt om het vaag te laten maar te weinig om het
duidelijk te maken (iets wat Piet Van Aken, ondanks de gebreken van
dat boek, veel beter gedaan heeft in De blinde
spiegel),
terwijl het ook geen enkel belang heeft. De staat van het huwelijk
tussen Margreet (het is me ontgaan of die ergens van een eigen
familienaam voorzien is) en Frederik Colijn heeft niets te maken met
diens positie op het ministerie, Liedel geeft zelfs aan dat die haar
totaal niet interesseert, terwijl hij aan de andere kant nauwelijks
tijd geïnvesteerd heeft in het verduidelijken van het waarom van de
staat van dat huwelijk.
Idem dito voor de op de achterflap niet vermelde verhaallijn rond “de
man uit Malle”, een werknemer die teleurgesteld raakt in Wittemeer
omdat een bonus aan zijn neus voorbijgaat, een teleurstelling die
meteen omgezet wordt in de wil Wittemeer dood te schieten. De
psychologische motivatie daar is absoluut nul en absoluut nul is ook
wat er uiteindelijk van de plannen van “de man uit Malle”, later
kortweg “Malle” genoemd maar nooit van een eigen naam voorzien,
terechtkomt. Niet alleen dát, die verhaallijn eindigt ook stomweg
zonder dat er een werkelijke kruising met die rond Wittemeer
plaatsvindt, net zoals er geen plaatsvindt tussen die rond Colijn en
die rond Wittemeer. “Levens die mekaar kruisen en weer uit elkaar
gaan”, zoals het ook al op de achterflap vermeld staat, valt dus
nogal letterlijk te nemen: in het geval van Wittemeer en Colijn
hebben ze mekaar zelfs al gekruist voor het begin van het verhaal.
“Wel, wel, haar hoofdkussen heeft ze mee. Ze heeft anders niet veel
meegenomen, Margreet. Frederik strekt behaaglijk zijn onderste
ledematen; zijn lijf voelt zich goed. En Colijn voel zicht te
belangrijk om zich ongelukkig te voelen”, is meer dan onderkoeld,
en het laat – ik citeer nog een laatste keer de achterflap – “de
krachtig uitgezette verhaallijnen” absoluut niet “harmonieus in
elkaar overvloeien”, het doet zelfs het volkomen tegengestelde van
aan “deze boeiende novelle een heel aparte spankracht [geven]”.
Om het maar niet uitgebreid te hebben over het laatste wat we van
“Malle” te zien krijgen: “één voornemen zal hij uitvoeren, en
hij mag zich spoeden, want er komt groen blad: de beukenhaag van
‘Topless’, de camouflage van de kloten, steekt hij in brand.”
Kwadratuur
zal wellicht slaan op de ‘kwadratuur van de cirkel’, een
wiskundig raadsel dat spreekwoordelijk geworden is in de zin dat
verschillende dingen samengebracht worden die zo verschillend zijn
dat ze normaal niet samen kunnen bestaan, maar met dit boek heeft
Liedel eigenlijk alleen maar drie verhalen samengebracht die niet
afgewerkt zijn en niet samen horen. Het was officieel zijn laatste
niet-verhalenbundel (daarna volgden er nog twee, euh,
wél-verhalenbundels), maar elk van de lijnen uitwerken tot een
verhaal op zich en die vervolgens bundelen was misschien een beter
idee geweest.
Björn Roose

Geen opmerkingen:
Een reactie posten
Ook iets te vertellen ? Ga je gang !