Zoals u weet (of intussen toch al zou moeten weten) heb ik ooit –
in een ver verleden, toen de dieren nog spraken en ik me nog in
sociale kringen bewoog waar wel eens wat gelezen werd en waar boeken
soms ook in groten getale mijn richting werden uitgestuurd – een
grote partij boekjes van Boekengilde De Clauwaert (later De
Clauwaert vzw) ontvangen van een vriend. De voorbije zoveel jaren
heb ik er daar telkens een aantal van mee op reis genomen, ze ook
daadwerkelijk gelezen, en ze na bespreking wegens te licht bevonden
meestal verhuisd naar mijn zolder. Uitzonderingen zijn er echter
altijd: sommige van die boekjes bleken tóch het behouden waard.
Bijvoorbeeld De ziekte van Kahler en De leegte van Jan Veulemans. Een koppel waaraan ik na lezing ervan ook
Veulemans’ Water mag toevoegen. Wat van de in 1928 geboren
en, als Wikipedia het correct voor heeft, nog steeds in leven
zijnde auteur van dergelijke verhalen een grote uitzondering in mijn
bibliotheek maakt: drie boeken ervan gelezen, drie ervan bewaard.
Gezien het feit dat ik nauwelijks nog ongelezen boekjes van De
Clauwaert over heb (al is het volgende dat op mijn bespreektafel
ligt er óók nog een), zal hij ook die grote uitzondering blijven,
maar belangrijker is allicht te weten waarom. Wel, nu ik het boekje
opnieuw ter hand neem zelfs om méér redenen dan ik eerst dacht. Ten
eerste het feit dat dit verhaal, zestig bladzijden lang (en
verschenen in 1967), filmisch zo goed als een one shot zou
vormen: een man zwemt een meer in, richting een abdij aan de
overkant, en blijft in die richting zwemmen tot hij uiteindelijk
verdrinkt (ja, ik geef daarmee het einde weg, maar dat voel je van
mijlenver aankomen en is ook niet echt het punt). Ten tweede het voor
iemand die ooit lange afstanden gesnelwandeld heeft volkomen
aanneembare gegeven dat iemand die lange afstanden aflegt al zwemmen
in een soort trance kan raken en daardoor op hetzelfde moment twee
dingen kan doen: de repetitieve lichamelijke beweging uitvoeren en
met zijn geest op een andere plaats en in een andere tijd zijn, iets
wat Veulemans ook op zeer aannemelijke wijze weet te brengen, in die
zin dat je als lezer nooit een moment hebt waarop je je afvraagt of
de ‘verteller’, de ‘denker’ eigenlijk, niet toevallig
vergeten is dat hij ligt te zwemmen. Ten derde, en dat was me dus
niet in die zin opgevallen tijdens het lezen, het in lijn liggen van
de tekststructuur met het verhaal, iets wat wellicht een nadere
uitleg behoeft: op de cover staat nog wel een rimpelend meer,
een lege horizon en voor de rest niks dan water, maar binnenin het
boekje is de zetspiegel zó smal, nog geen drie vijfde van de
bladspiegel lijkt het, dat de tekst de indruk geeft van een zwembaan.
Misschien heeft Boekengilde De Clauwaert nóg boekjes
uitgegeven waarin dat het geval was (dat kan ik me op dit ogenblik in
ieder geval niet herinneren), maar daardoor ondersteunt de tekst de
wereld van de ‘denker’, die op den duur alleen nog bestaat uit
het ‘pad’ dat hij volgt door het water en het steeds smallere pad
dat zijn gedachten volgen. Als dit geen bewuste, mogelijk door
Veulemans zelf gekozen, manier van werken is geweest, is het in ieder
geval een bizar toeval.
En dat pad dat de gedachten van de ‘denker’ volgen? Dat is
natuurlijk het leven zelve. Een leven waarover hij niet echt tevreden
is, een leven dat hijzelf niet in die mate in handen heeft gehad
waarin hij het in handen had willen hebben, een leven zoals we dat
allemaal wel eens hebben ingeschat op een minder momentje, een leven
waar de ‘denker’ echter niet meer overheen komt in dat meer,
omdat het water daar (het moet ergens gebeuren en voor het verhaal
dus daar) ophoudt een “schuilplaats (…) tegen de wereld, (…)
een pauze in een leven dat tergend op duizend andere levens” lijkt,
te zijn: “Toen het kind zich aankondigde, voelde hij zich terzijde
geschoven. Zij woonden toen in het smalle nieuwe huurhuis tussen de
lage heuvels, bij de grens tussen twee dorpen. De grens was een
waterloop waarin zoveel groen opschoot dat je het water niet meer
zag, maar je hoorde hoe het praatte tussen het gewas. Daar zat hij
met wat koppig verdriet naar te luisteren. Vaak ging hij tot de
visvijver, waar de vissers zich enkel ‘s zondags aan de oever
vastklampten. Het was water om naar te kijken, altijd was ergens op
het watervlak beweging, alsof het daaronder wemelde van veelsoortig
leven. Maar zwemmen kon je niet, niet in het beekje vol groen en niet
in de visvijver. Pas toen zij verhuisd waren en dicht bij het kanaal
woonden, had hij het water geheel weergevonden. Maar het was anders
dan vroeger, het was bijna iemand waarmee je een diepgaand gesprek
voerde. Als je, na jaren samenleven, de vrouw begon te kennen, vond
je het misschien niet meer nodig dat ze mee het water indook. Haast
was het alsof je in beider naam zwom. Alleen moest je verdragen dat
ze zei: wees voorzichtig. Dat was dan liefde, dezelfde liefde die de
maaltijden bereidde en verse lakens spreidde, de bloemen besproeide,
raadde wanneer je een beroerde dag achter de rug had, zichzelf nemen
liet als het bloed warm werd. Wees voorzichtig, je mag de eenheid
niet scheuren, je moet gaaf blijven voor de liefde, je moet klankbord
blijven, spil, steunende arm. Je hebt een verbond gesloten dat zo
lang mogelijk moet duren, één vlees, één denken, één
verdediging tegen onheil en dood.”
Geen vrolijk verhaal, nee, maar met voorgaand citaat wou ik u in
ieder geval ook nog een laatste feit meegeven: dat de ‘denker’
aan het zwemmen is, is niet louter toevallig. Dat zwemmen is een
metafoor voor het leven, iets wat je doet tot het einde of waar je
mee ophoudt, waarna het leven zelf óók ophoudt. En dat zwemmen en
Water, niet voor niks de titel van deze novelle, zijn door
Veulemans ook tot in de kern van het verhaal gebracht, in die mate
zelfs dat het niet meer duidelijk is waar de metafoor eindigt en de
‘werkelijkheid’ begint.
Een boek dus dat, wat mij betreft, het niet alleen verdient om zijn
plaats in de boekenkast te houden, maar ook om vroeg of laat te
herlezen. Al is de kans dan groot dat ik nog vele boekenwatertjes
doorzwem vooraleer dáár weer aan toe te komen.
Björn Roose

Geen opmerkingen:
Een reactie posten
Ook iets te vertellen ? Ga je gang !