dinsdag 22 september 2026

Water – Jan Veulemans (boekbespreking door Björn Roose)

Water – Jan Veulemans (boekbespreking door Björn Roose)
Zoals u weet (of intussen toch al zou moeten weten) heb ik ooit – in een ver verleden, toen de dieren nog spraken en ik me nog in sociale kringen bewoog waar wel eens wat gelezen werd en waar boeken soms ook in groten getale mijn richting werden uitgestuurd – een grote partij boekjes van Boekengilde De Clauwaert (later De Clauwaert vzw) ontvangen van een vriend. De voorbije zoveel jaren heb ik er daar telkens een aantal van mee op reis genomen, ze ook daadwerkelijk gelezen, en ze na bespreking wegens te licht bevonden meestal verhuisd naar mijn zolder. Uitzonderingen zijn er echter altijd: sommige van die boekjes bleken tóch het behouden waard. Bijvoorbeeld De ziekte van Kahler en De leegte van Jan Veulemans. Een koppel waaraan ik na lezing ervan ook Veulemans’ Water mag toevoegen. Wat van de in 1928 geboren en, als Wikipedia het correct voor heeft, nog steeds in leven zijnde auteur van dergelijke verhalen een grote uitzondering in mijn bibliotheek maakt: drie boeken ervan gelezen, drie ervan bewaard.

Gezien het feit dat ik nauwelijks nog ongelezen boekjes van De Clauwaert over heb (al is het volgende dat op mijn bespreektafel ligt er óók nog een), zal hij ook die grote uitzondering blijven, maar belangrijker is allicht te weten waarom. Wel, nu ik het boekje opnieuw ter hand neem zelfs om méér redenen dan ik eerst dacht. Ten eerste het feit dat dit verhaal, zestig bladzijden lang (en verschenen in 1967), filmisch zo goed als een one shot zou vormen: een man zwemt een meer in, richting een abdij aan de overkant, en blijft in die richting zwemmen tot hij uiteindelijk verdrinkt (ja, ik geef daarmee het einde weg, maar dat voel je van mijlenver aankomen en is ook niet echt het punt). Ten tweede het voor iemand die ooit lange afstanden gesnelwandeld heeft volkomen aanneembare gegeven dat iemand die lange afstanden aflegt al zwemmen in een soort trance kan raken en daardoor op hetzelfde moment twee dingen kan doen: de repetitieve lichamelijke beweging uitvoeren en met zijn geest op een andere plaats en in een andere tijd zijn, iets wat Veulemans ook op zeer aannemelijke wijze weet te brengen, in die zin dat je als lezer nooit een moment hebt waarop je je afvraagt of de ‘verteller’, de ‘denker’ eigenlijk, niet toevallig vergeten is dat hij ligt te zwemmen. Ten derde, en dat was me dus niet in die zin opgevallen tijdens het lezen, het in lijn liggen van de tekststructuur met het verhaal, iets wat wellicht een nadere uitleg behoeft: op de cover staat nog wel een rimpelend meer, een lege horizon en voor de rest niks dan water, maar binnenin het boekje is de zetspiegel zó smal, nog geen drie vijfde van de bladspiegel lijkt het, dat de tekst de indruk geeft van een zwembaan. Misschien heeft Boekengilde De Clauwaert nóg boekjes uitgegeven waarin dat het geval was (dat kan ik me op dit ogenblik in ieder geval niet herinneren), maar daardoor ondersteunt de tekst de wereld van de ‘denker’, die op den duur alleen nog bestaat uit het ‘pad’ dat hij volgt door het water en het steeds smallere pad dat zijn gedachten volgen. Als dit geen bewuste, mogelijk door Veulemans zelf gekozen, manier van werken is geweest, is het in ieder geval een bizar toeval.

En dat pad dat de gedachten van de ‘denker’ volgen? Dat is natuurlijk het leven zelve. Een leven waarover hij niet echt tevreden is, een leven dat hijzelf niet in die mate in handen heeft gehad waarin hij het in handen had willen hebben, een leven zoals we dat allemaal wel eens hebben ingeschat op een minder momentje, een leven waar de ‘denker’ echter niet meer overheen komt in dat meer, omdat het water daar (het moet ergens gebeuren en voor het verhaal dus daar) ophoudt een “schuilplaats (…) tegen de wereld, (…) een pauze in een leven dat tergend op duizend andere levens” lijkt, te zijn: “Toen het kind zich aankondigde, voelde hij zich terzijde geschoven. Zij woonden toen in het smalle nieuwe huurhuis tussen de lage heuvels, bij de grens tussen twee dorpen. De grens was een waterloop waarin zoveel groen opschoot dat je het water niet meer zag, maar je hoorde hoe het praatte tussen het gewas. Daar zat hij met wat koppig verdriet naar te luisteren. Vaak ging hij tot de visvijver, waar de vissers zich enkel ‘s zondags aan de oever vastklampten. Het was water om naar te kijken, altijd was ergens op het watervlak beweging, alsof het daaronder wemelde van veelsoortig leven. Maar zwemmen kon je niet, niet in het beekje vol groen en niet in de visvijver. Pas toen zij verhuisd waren en dicht bij het kanaal woonden, had hij het water geheel weergevonden. Maar het was anders dan vroeger, het was bijna iemand waarmee je een diepgaand gesprek voerde. Als je, na jaren samenleven, de vrouw begon te kennen, vond je het misschien niet meer nodig dat ze mee het water indook. Haast was het alsof je in beider naam zwom. Alleen moest je verdragen dat ze zei: wees voorzichtig. Dat was dan liefde, dezelfde liefde die de maaltijden bereidde en verse lakens spreidde, de bloemen besproeide, raadde wanneer je een beroerde dag achter de rug had, zichzelf nemen liet als het bloed warm werd. Wees voorzichtig, je mag de eenheid niet scheuren, je moet gaaf blijven voor de liefde, je moet klankbord blijven, spil, steunende arm. Je hebt een verbond gesloten dat zo lang mogelijk moet duren, één vlees, één denken, één verdediging tegen onheil en dood.”

Geen vrolijk verhaal, nee, maar met voorgaand citaat wou ik u in ieder geval ook nog een laatste feit meegeven: dat de ‘denker’ aan het zwemmen is, is niet louter toevallig. Dat zwemmen is een metafoor voor het leven, iets wat je doet tot het einde of waar je mee ophoudt, waarna het leven zelf óók ophoudt. En dat zwemmen en Water, niet voor niks de titel van deze novelle, zijn door Veulemans ook tot in de kern van het verhaal gebracht, in die mate zelfs dat het niet meer duidelijk is waar de metafoor eindigt en de ‘werkelijkheid’ begint.

Een boek dus dat, wat mij betreft, het niet alleen verdient om zijn plaats in de boekenkast te houden, maar ook om vroeg of laat te herlezen. Al is de kans dan groot dat ik nog vele boekenwatertjes doorzwem vooraleer dáár weer aan toe te komen.

Björn Roose

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Ook iets te vertellen ? Ga je gang !