vrijdag 24 juli 2026

Waterloo, Einde van een droom – Frederick E. Smith (boekbespreking door Björn Roose)

Waterloo, Einde van een droom – Frederick E. Smith (boekbespreking door Björn Roose)
Ik neem aan dat je al héél weinig uit de geschiedenislessen moet onthouden hebben om bij het lezen van een titel als Waterloo, Einde van een droom niet meteen door te hebben dat de droom in kwestie er eentje van Napoleon en zijn aanhangers moet geweest zijn. Als je dan ook nog de fries met kanonnen op de omslag van dit in een niet vermeld jaar (dat na enig onderzoek 1970 blijkt te moeten zijn) bij Ad. M. C. Stok Zuid-Hollandsche Uitgevers Maatschappij uitgegeven boek ziet staan, dan ben je daar wel definitief van overtuigd.

Waarmee je echter nog niet zeker weet wat voor vlees je in de kuip hebt. Iets wat verandert vanaf de titelpagina. Daarop staat namelijk te lezen: “Met talrijke foto’s, ontleend aan de gelijknamige film”. Een “gelijknamige film” die, zoals dit boek in zijn oorspronkelijke Engelstalige versie, in zijn titel geen vermelding maakt van dat Einde van een droom, maar slechts Waterloo heet, een “filmproduktie” (ook uit 1970) van ene Dino de Laurentiis. Eigenaardig, denk je dan, maar goed, foto’s zijn wellicht leuker dan schilderijen en andere voorstellingen van het slagveld.

Een paar bladzijden verder krijg je dan te lezen dat “de schrijver (…) gaarne zijn dank [betuigt] voor de waardevolle gegevens die hij aan de volgende biografieën en standaardwerken mocht ontlenen”, waarop die “biografieën en standaardwerken” volgen, maar dan komt de toch nog enigszins verrassende melding “WATERLOO, Een roman gebaseerd op de film van Dino De Laurentiis”. Met daaronder: “Frederick E. Smith, de schrijver van ‘633 squadron’ en ‘A Killing for the Hawks’, wiens negen andere romans voortdurend worden gevraagd, en een auteur, bekend wegens zijn belangstelling voor militaire aangelegenheden, heeft een voortreffelijke roman gecreëerd, gebaseerd op Dino de Laurentiis’ spectaculaire film ‘Waterloo’ – een van de veelbetekenendste veldslagen van de geschiedenis – met in de hoofdrollen Rod Steiger als Napoleon en Christoffer Plummer als Wellington.” Plummer (overleden in 2021) is kennelijk het bekendst vanwege zijn rol als kapitein Von Trapp in de uit 1965 daterende film The Sound of Music (die van Doe a Deer, inderdaad), Rod Steiger (overleden in 2002) vanwege onder andere zijn acteerwerk als Viktor Koramovski in Doctor Zhivago, Dino (eigenlijk Agostino) De Laurentiis (klaarblijkelijk tóch met een grote ‘D’ geschreven)… vanwege het produceren van zo’n honderdvijftig films, waaronder exemplaren van Federico Fellini (voor diens La Strada kreeg hij in 1957 de Oscar voor beste buitenlandse film), Ingmar Bergman, David Lynch, Stephen King en Ridley Scott. Dat laatste - toch niet slecht voor iemand die zijn studies gevolgd heeft aan het Centro Sperimentale di Cinematografia (ofte Scuola Nazionale di Cinema), de filmschool die opgericht werd door Luigi Freddi, cinemaverantwoordelijke van Benito Mussolini, en Vittorio Mussolini (zoon van), als deel van de Cinecittà Studios - being een enorm gat in mijn cultuur, maar ik moet dan ook toegeven dat films als Barbarella, King Kong, Flash Gordon, Red Sonja, en Evil Dead II nooit zo hoog op mijn lijstje hebben gestaan dat ik er de producer van zou kennen, terwijl die me ook bij Hannibal (het vervolg op The Silence of the Lambs, ofte De schreeuw van het lam), Red Dragon (de prequel op diezelfde film) en Hannibal rising (een naar mijn mening volstrekt overbodige vroege prequel op de hele serie) volkomen ontgaan was. Maar Frederick E. Smith (waarbij de ‘E.’ kennelijk voor ‘Escreet’ staat)? Ja, die is inderdaad de in 2012 overleden auteur van een boek dat 633 squadron heet, dat negen vervolgen kreeg en op zijn beurt verfilmd werd, en van nog een hele serie andere boeken waarvan ik nog nooit gehoord heb en die ik gebaseerd op hun titel ook nooit in huis zou halen, maar da’s dan ook het enige wat ik over de man weet te zeggen, wat dan weer niet zo heel veel minder is dan de Engelstalige Wikipedia vermeldt (wat op zijn beurt meer is dan wat de Nederlandstalige versie meegeeft, want da’s helemaal niks). Wat – de ‘wat’ten volgen mekaar snel op – dan weer niet noodzakelijk wil zeggen dat dit een slecht boek zou zijn, zelfs al is het verboeken van een film volgens mij sowieso de omgekeerde wereld.

Maar goed, Waterloo en wat daar rond gebeurde bood weinig filosofie en veel drama, dus wie graag een film met véél volk draait en daar de middelen toe ter beschikking gesteld wordt, die kan daar wat mee. “De loop der gebeurtenissen die tot de sensationele en bloedige ontmoeting tussen Napoleon en Wellington bij Waterloo leidde, zal de mensheid blijven boeien zolang zij haar gevoel voor dramatiek behoudt. Evenals Duitsland honderdvijftig jaar later, had Frankrijk Europa veroverd. Alleen Engeland, beschermd door de smalle strook zee, was nog niet verslagen. Vanuit zijn geïsoleerde positie trachtte het met geld en door het gebruik van zijn zeestrijdkrachten, de naties die aan de voeten van de briljante Napoleon lagen, bij te staan en te doen herrijzen. Terwijl Napoleon elk verzet onderdrukte, begreep hij dat alleen de nederlaag van Engeland, zijn onverzoenlijke vijand, de duurzaamheid van zijn Europese rijk kon verzekeren. Daarom lag het voor de hand dat toen hij, Frankrijks grootste generaal, ten slotte van aangezicht tot aangezicht kwam te staan met een Brits leger, dit door Engelands grootste soldaat van die dagen, Wellington, werd aangevoerd. Ze wisten beiden dat het erop of eronder was, dat het lot van Europa op het spel stond. En in één ongelooflijk bloedige middag werd het pleit beslecht. Er is in de gescheidenis [sic] geen dramatischer ogenblik aan te wijzen.”, schrijft Smith in zijn Epiloog, waarna hij in kort bestek aan de voorgeschiedenis van de slag begint, er af en toe nóg een vergelijking met Hitler doordraaiend, om in zijn Hoofdstuk I bij de aankomst van Napoleon in Frankrijk te beginnen, de aankomst met een “nietig legertje van nog geen 1.000 man” vanaf het ook al “nietige eilandje Elba”.

Die aankomst is ook het moment waarop de film van De Laurentiis begint mee te spelen in dit verhaal, of toch minstens de filmische manier van werken (ik heb de film niet gezien, dus weet ik niet hoe dicht daartegen Smith gebleven is). Het grote ‘plan’ wordt in de steek gelaten om bij een “jonge Oostenrijkse gezant die voor Lodewijk XVIII stond” terecht te komen, een koning die “verstijfde” bij het nieuws dat “het monster (…) van Elba [is] ontsnapt”; “Napoleon knikte en reed zijn stilstaande afdeling cavalerie een eindje voorbij”; “De baardige wangen van (…) [een] veteraan bloosden onder zijn sjako”; “Verschrikte duiven die boven het plein cirkelden, droegen het hunne bij tot het lawaai”; soldaten in Napoleons troepen en die van Wellington krijgen een naam, een gedragswijze, een specifieke rol. Nauwelijks het soort dingen dat je in een biografie tegenkomt, wél typisch voor films, omdat films nu eenmaal niet genoeg boeien als je je als producer alleen met ‘de grote mannen’ bezighoudt. Of als je je in diezelfde functie bijvoorbeeld alleen maar zou houden aan wat op papier is overgeleverd aan primaire literatuur, want dan krijg je bijvoorbeeld niet van die sappige dialogen tussen Ney en Napoleon tíjdens een speech van die laatste van op het stadhuis van Grenoble.

Dat zijn allemaal zaken die behalve in een film ook goed werken in een, wat dan heet, ‘historische roman’, en dat is nu net wat een beetje ergerlijk is aan Waterloo, Einde van een droom. Op pagina 7 staat dan wel vermeld dat het een “roman” is, maar Smith heeft, ongetwijfeld op basis van de “biografieën en standaardwerken” die hij op de pagina daarvóór vermeldt, een hele hoop historische details in dit boek gestoken, die van dit boek méér maken dan een “roman”. Het zoú omwille van die historische details een biografie kunnen zijn, maar doordat je weet dat het boek “gebaseerd” is op een film en het ook filmisch geschreven is, worden die details simpelweg minder historisch. In plaats van de film op te trekken tot het niveau van geschiedenis, wordt geschiedenis hier eigenlijk neergehaald tot het niveau van film. Een probleem dat er vooral een van theorie is, dat weet ik, een probleem ongetwijfeld ook dat zich vooral in mijn hoofd bevindt, maar dat mij desondanks belet in het waarderen van dit boek.

Een probleem dat alleen maar erger wordt overigens door – zoals gezegd, weet ik niet of dat ook in de film voorkomt – de historische leugen die in dít stukje dialoog (en elders in het boek) zit: “Als de oorlog uitbreekt, Davout, vallen we België binnen.” Ik ben het voor de zekerheid nog eens gaan opzoeken – je weet maar nooit of ik ergens een belangrijke geschiedenisles gemist heb -, maar “België” bestond helemaal niet toen Napoleon in 1815 naar Waterloo trok. België is zelfs pas vijftien jaar ná de slag bij Waterloo ontstaan, als onrechtstreeks gevolg daarvan. Als Smith zo’n onzin in zijn boek heeft gestoken, heeft hij die mogelijk uit de genaamde “biografieën en standaardwerken”, maar dan horen die op de stortplaats, niet in een serieuze bibliotheek. Iets wat ik niet ga beweren over deze “roman”, maar als meer dan ‘historiserend’, in plaats van ‘historisch’, kan ik die dan toch niet meer beschouwen. Smith heeft de spanning in zijn “roman” bijna tot het einde toe weten te bewaren (en het zal er beslist ook in het echt, en niet alleen omwille van de afwezig/aanwezige Grouchy, om gespannen hebben), maar wie op méér dan een roman uit is, zou ik toch een ernstiger werk aanraden.

Björn Roose

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Ook iets te vertellen ? Ga je gang !