Ik vermoed dat De schreeuw van het lam van Thomas Harris het ‘laatste’ boek uitgegeven in een ooit voor
een appel en een ei bij Het Laatste Nieuws verdeelde serie is
geweest dat ik besprak. Hier en daar heb ik er nog wel zo eentje in
mijn boekenkasten staan, maar van minstens november 2025 was het dus
al geleden dat ik nog een boek uit die reeks ter hand genomen had en
met Wierook en tranen van Ward Ruyslinck (als Raymond Charles
Marie De Belser geboren in Berchem op 17 juni 1929, als auteur van –
ruwe schatting – zo’n vijftig werken overleden in Meise op 3
oktober 2014) had dat ook nog wel even kunnen duren als ik niet op
zoek was geweest naar een paar dunne boekjes om mee te nemen op reis.
Met zijn honderdtwintig bladzijden valt dit boekje immers niet meteen
bij de fysieke kanjers in te delen. Over de vraag of het dan wél bij
de – laat ons ze dan maar even zo noemen – geestelijke kanjers te
rekenen valt, zijn de meningen verdeeld. Ongeveer drie vierde van de
internetpagina’s gewijd aan het verhaal brabbelen Wikipedia
na en beweren dat het “een existentialistisch boek” is, terwijl
ík me afvraag waar dat existentialisme dan precies in zit. Een
verschil van mening dat er niet is wat de stelling betreft dat “het
verhaal (…) zich af[speelt] in Vlaanderen bij het begin van de
Tweede Wereldoorlog” en al evenmin aangaande de korte inhoud:
“Waldo Havermans vertelt zelf zijn verhaal als negenjarige jongen,
die samen met zijn ouders per fiets op de vlucht gaat voor de
Duitsers. Bij een vliegtuigaanval op de vluchtelingenkaravaan vlak
vóór de Franse grens raakt Waldo gewond en komen zijn beide ouders
om het leven. Hij wordt opgevangen door het Belgische leger dat ook
westwaarts vlucht. Onderweg ontmoet hij Vera, een veertienjarig
buurmeisje, en samen vluchten ze verder. Als het Duitse leger hen
inhaalt, besluiten ze terug naar huis te gaan. Waldo is verliefd op
het katholieke meisje. Ze komen aan een kapotgeschoten kerk en Waldo
ruikt de zoete geur van wierook. In zijn jeugdige romantiek liggen ze
samen in het gras, in een lege fabriek, in een hooischuur, in een
bootje. Daar worden de kinderen door vier Duitse soldaten opgemerkt,
die hen meenemen. Ze voeren hen dronken en uiteindelijk wordt Vera
door drie van hen verkracht. Ze wordt naar een ziekenhuis in Gent
gebracht waar ze overlijdt. In de kapel van het ziekenhuis wordt hij
opnieuw ontroerd door geur van wierook.”
Die korte inhoud klinkt een beetje alsof hij uit een schoolopstel
komt, en misschien is dat ook zo (Wikipedia kiest zijn bronnen
niet altijd even voorzichtig), maar meer valt er over de feiten in
dit boekje inderdaad niet mee te geven. Terwijl misschien ook de
stijl waarin het meegegeven wordt passend is. Per slot van rekening
is het boek zelf in nogal kinderachtige taal geschreven (bewust, neem
ik aan). De eerste paragraaf, “‘Willen we hier maar uitspannen?’
stelde pa voor. ‘We bereiken vandaag toch de grens niet meer en het
wordt al donker.’ Hij stapte van zijn fiets. De fiets met de
overladen bagagedrager steigerde plotseling en pa ging zwaar op het
stuur liggen om het evenwicht te herstellen. Hij zag er als een
afgebeuld trekpaard uit en ma ook en ik waarschijnlijk ook”, mag
daarbij als voorbeeld gelden.
Existentialistisch? Naïef vooral, wat je van een zogenaamd negen
jaar oude verteller ook mag verwachten, en wat slechts heel af en toe
doorbroken wordt: “‘Dat is het werk van Duitse spionnen,’
merkte hij grimmig op, ‘die hebben die dingen over de wegen
uitgestrooid om onze legerwagens te saboteren.’ In die dagen was
àlles het werk van Duitse spionnen, tot zelfs een door een dronken
chauffeur omvergeramde wegwijzer.” Een enkele keer deed Wierook
en tranen me zelfs aan L.H. Cotvooghels ‘t Belgiksken in
Gaskonje denken: “Ik dacht aan het gedicht dat meester Bosch ons op school
had geleerd en dat ‘Het Vaderland’ heette; ik had de indruk dat
het vaderland in het vers van meester Bosch er heel anders uitzag dan
het vaderland onder de hoede waarvan ik naar een verzamelkamp aan de
kust gebracht werd.” Het soort “verzamelkamp” waar ook
Cotvooghel naartoe gebracht werd dus, maar met dat verschil dat diens
boek, met als ondertitel Vakantie voor het Vaderland,
hilarisch is, wat Ruyslincks boek nooit wordt. Misschien omdat
Ruyslinck een serieuze mens was. Of omdat een hoofdpersonage van
negen jaar oud nauwelijks hilarisch kan wezen. Of omdat dit boekje in
werkelijkheid eerder een coming-of-ageverhaal bevat dan een
oorlogsverhaal. Iets puberaal eigenlijk.
Goed, de negenjarige wordt nu niet meteen ingewijd in de liefde door
de veertienjarige, maar haar zedige kus, een kus die er wellicht
nooit zou geweest zijn als de omstandigheden de twee niet bevrijd
hadden van ouderlijk toezicht, geeft hem toch een raar gevoel. Zoals
moeten toekijken hoe de genaamde Duitse soldaten haar opvrijen dat
doet. Zoals hij ook de verkrachting niet kan vatten. Of de halve
hoerenkast bij “oom Andreas”. Of de professionele liefde van
verpleegsters. Allemaal zaken waarmee hij allicht nooit, of toch pas
veel later kennis zou gemaakt hebben als de oorlog er niet was
geweest. Allemaal zaken waar het volgens mij Ruyslinck werkelijk om
te doen was. Allemaal zaken die van dit “existentialistisch boek”
voor mij ook een exemplaar maken dat niet per se in mijn boekenkasten
hoeft te blijven, zelfs al is het volgens de achterflap een
“ontroerende klassieker over een Vlaanderen dat kreunt onder Duitse
soldatenlaarzen”, “een hoogtepunt in het werk van Ward Ruyslinck,
en een must voor uw boekenkast”.
Ik heb me om tot die beoordeling te komen overigens in ieder geval
meer ingespannen dan Stijn Streuvels, van wie ik eerder De oogst,
De teleurgang van de Waterhoek,
De rampzalige kaproen,
en Reynaert de vos besprak. Die stuurde toen hij vanwege de vader van Ruyslinck diens op
zijn twaalf jaar geschreven eersteling Vaargeulen toegestuurd
kreeg het werk “ongelezen terug, weliswaar vergezeld van een brief
vol raadgevingen”. Ik weet niet of Ruyslinck die zelf gelezen
heeft, maar ze zullen wellicht pijnlijker geweest zijn dan mijn post
mortem ‘kritiek’.
Björn Roose

Geen opmerkingen:
Een reactie posten
Ook iets te vertellen ? Ga je gang !