vrijdag 17 juli 2026

Wierook en tranen – Ward Ruyslinck (boekbespreking door Björn Roose)

Wierook en tranen – Ward Ruyslinck (boekbespreking door Björn Roose)
Ik vermoed dat De schreeuw van het lam van Thomas Harris het ‘laatste’ boek uitgegeven in een ooit voor een appel en een ei bij Het Laatste Nieuws verdeelde serie is geweest dat ik besprak. Hier en daar heb ik er nog wel zo eentje in mijn boekenkasten staan, maar van minstens november 2025 was het dus al geleden dat ik nog een boek uit die reeks ter hand genomen had en met Wierook en tranen van Ward Ruyslinck (als Raymond Charles Marie De Belser geboren in Berchem op 17 juni 1929, als auteur van – ruwe schatting – zo’n vijftig werken overleden in Meise op 3 oktober 2014) had dat ook nog wel even kunnen duren als ik niet op zoek was geweest naar een paar dunne boekjes om mee te nemen op reis.

Met zijn honderdtwintig bladzijden valt dit boekje immers niet meteen bij de fysieke kanjers in te delen. Over de vraag of het dan wél bij de – laat ons ze dan maar even zo noemen – geestelijke kanjers te rekenen valt, zijn de meningen verdeeld. Ongeveer drie vierde van de internetpagina’s gewijd aan het verhaal brabbelen Wikipedia na en beweren dat het “een existentialistisch boek” is, terwijl ík me afvraag waar dat existentialisme dan precies in zit. Een verschil van mening dat er niet is wat de stelling betreft dat “het verhaal (…) zich af[speelt] in Vlaanderen bij het begin van de Tweede Wereldoorlog” en al evenmin aangaande de korte inhoud: “Waldo Havermans vertelt zelf zijn verhaal als negenjarige jongen, die samen met zijn ouders per fiets op de vlucht gaat voor de Duitsers. Bij een vliegtuigaanval op de vluchtelingenkaravaan vlak vóór de Franse grens raakt Waldo gewond en komen zijn beide ouders om het leven. Hij wordt opgevangen door het Belgische leger dat ook westwaarts vlucht. Onderweg ontmoet hij Vera, een veertienjarig buurmeisje, en samen vluchten ze verder. Als het Duitse leger hen inhaalt, besluiten ze terug naar huis te gaan. Waldo is verliefd op het katholieke meisje. Ze komen aan een kapotgeschoten kerk en Waldo ruikt de zoete geur van wierook. In zijn jeugdige romantiek liggen ze samen in het gras, in een lege fabriek, in een hooischuur, in een bootje. Daar worden de kinderen door vier Duitse soldaten opgemerkt, die hen meenemen. Ze voeren hen dronken en uiteindelijk wordt Vera door drie van hen verkracht. Ze wordt naar een ziekenhuis in Gent gebracht waar ze overlijdt. In de kapel van het ziekenhuis wordt hij opnieuw ontroerd door geur van wierook.”

Die korte inhoud klinkt een beetje alsof hij uit een schoolopstel komt, en misschien is dat ook zo (Wikipedia kiest zijn bronnen niet altijd even voorzichtig), maar meer valt er over de feiten in dit boekje inderdaad niet mee te geven. Terwijl misschien ook de stijl waarin het meegegeven wordt passend is. Per slot van rekening is het boek zelf in nogal kinderachtige taal geschreven (bewust, neem ik aan). De eerste paragraaf, “‘Willen we hier maar uitspannen?’ stelde pa voor. ‘We bereiken vandaag toch de grens niet meer en het wordt al donker.’ Hij stapte van zijn fiets. De fiets met de overladen bagagedrager steigerde plotseling en pa ging zwaar op het stuur liggen om het evenwicht te herstellen. Hij zag er als een afgebeuld trekpaard uit en ma ook en ik waarschijnlijk ook”, mag daarbij als voorbeeld gelden.

Existentialistisch? Naïef vooral, wat je van een zogenaamd negen jaar oude verteller ook mag verwachten, en wat slechts heel af en toe doorbroken wordt: “‘Dat is het werk van Duitse spionnen,’ merkte hij grimmig op, ‘die hebben die dingen over de wegen uitgestrooid om onze legerwagens te saboteren.’ In die dagen was àlles het werk van Duitse spionnen, tot zelfs een door een dronken chauffeur omvergeramde wegwijzer.” Een enkele keer deed Wierook en tranen me zelfs aan L.H. Cotvooghels ‘t Belgiksken in Gaskonje denken: “Ik dacht aan het gedicht dat meester Bosch ons op school had geleerd en dat ‘Het Vaderland’ heette; ik had de indruk dat het vaderland in het vers van meester Bosch er heel anders uitzag dan het vaderland onder de hoede waarvan ik naar een verzamelkamp aan de kust gebracht werd.” Het soort “verzamelkamp” waar ook Cotvooghel naartoe gebracht werd dus, maar met dat verschil dat diens boek, met als ondertitel Vakantie voor het Vaderland, hilarisch is, wat Ruyslincks boek nooit wordt. Misschien omdat Ruyslinck een serieuze mens was. Of omdat een hoofdpersonage van negen jaar oud nauwelijks hilarisch kan wezen. Of omdat dit boekje in werkelijkheid eerder een coming-of-ageverhaal bevat dan een oorlogsverhaal. Iets puberaal eigenlijk.

Goed, de negenjarige wordt nu niet meteen ingewijd in de liefde door de veertienjarige, maar haar zedige kus, een kus die er wellicht nooit zou geweest zijn als de omstandigheden de twee niet bevrijd hadden van ouderlijk toezicht, geeft hem toch een raar gevoel. Zoals moeten toekijken hoe de genaamde Duitse soldaten haar opvrijen dat doet. Zoals hij ook de verkrachting niet kan vatten. Of de halve hoerenkast bij “oom Andreas”. Of de professionele liefde van verpleegsters. Allemaal zaken waarmee hij allicht nooit, of toch pas veel later kennis zou gemaakt hebben als de oorlog er niet was geweest. Allemaal zaken waar het volgens mij Ruyslinck werkelijk om te doen was. Allemaal zaken die van dit “existentialistisch boek” voor mij ook een exemplaar maken dat niet per se in mijn boekenkasten hoeft te blijven, zelfs al is het volgens de achterflap een “ontroerende klassieker over een Vlaanderen dat kreunt onder Duitse soldatenlaarzen”, “een hoogtepunt in het werk van Ward Ruyslinck, en een must voor uw boekenkast”.

Ik heb me om tot die beoordeling te komen overigens in ieder geval meer ingespannen dan Stijn Streuvels, van wie ik eerder De oogst, De teleurgang van de Waterhoek, De rampzalige kaproen, en Reynaert de vos besprak. Die stuurde toen hij vanwege de vader van Ruyslinck diens op zijn twaalf jaar geschreven eersteling Vaargeulen toegestuurd kreeg het werk “ongelezen terug, weliswaar vergezeld van een brief vol raadgevingen”. Ik weet niet of Ruyslinck die zelf gelezen heeft, maar ze zullen wellicht pijnlijker geweest zijn dan mijn post mortem ‘kritiek’.

Björn Roose

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Ook iets te vertellen ? Ga je gang !