vrijdag 3 juli 2026

Moet Israël verdwijnen? – Paul van de Meerssche (boekbespreking door Björn Roose)

Moet Israël verdwijnen? – Paul van de Meerssche (boekbespreking door Björn Roose)
Laat ons eerlijk zijn: de kans dat u nog nooit een boekbespreking van mij heeft gelezen (terwijl ik er toch al jaren twee per week publiceer), maar wel naar déze bent komen kijken, is verre van onbestaande. Alleen al het woord ‘Israël’ noemen, is goed voor een paar clicks extra, maar dat woord gebruiken in de zin Moet Israël verdwijnen? kan leiden tot hordes schuimbekkende reaguurders, een hoop gezeik over ‘antisemitisme’, de met overslaande stem geuite bewering dat je een schoothond bent van de nieuwste (en ongetwijfeld ook vorige) ayatollah(s), of – ik mag er niet aan denken – een roepkoor georganiseerd door de fans van Sam van Rooy. Een effect dat je zelfs bij die laatste groep, al is hun leider dan ook nog eens zogenaamd Vlaams-nationalist, niet zou bereiken als je de vraag zou stellen of Vlaanderen moet verdwijnen, Rusland opgedeeld, of Canada in zijn geheel aangehecht bij de Verenigde Staten. Het (voort)bestaan van de staat Israël is een serieuze zaak (bijna had ik ‘kwestie’ geschreven, maar dat zou inhouden dat er effectief vragen bij gesteld mogen worden), daar wordt niet mee gelachen, joden over de hele wereld worden geacht zich als verdedigers ervan op te werpen, en iedereen die bij dat alles zelfs maar even met z’n ogen durft knipperen, is ‘de vijand’ (een fenomeen dat er voor heeft gezorgd dat mensen die mekaar tot in het diepst van hun hart verafschuwen een eensluidende stempel op hun voorhoofd gekregen hebben, wat dan weer aan een stoffen stempel uit vroegere tijden doet denken, een stempel waarvan de uitdelers bijna steevast als argument worden gebruikt door de uitdelers van de huidige stempel).

Maar goed, ik had dit boekje van Paul van de Meerssche – als ik het goed heb voormalig hoogleraar aan de Katholieke Universiteit Leuven -, uitgegeven in 1968 bij de enigszins tamme, maar in ieder geval deugdzame uitgeverij Davidsfonds, nu eenmaal in mijn kast zitten. En doordat ik tijdens verlofperiodes graag wat ‘dunnere’ werkjes consumeer, had ik de kleine zeventig bladzijden die het telt ook gelezen. En doordat ik het gelezen had, ‘moest’ ik het ook bespreken. Zelfs als dat me op onaangenaamheden zou komen te staan. Want zo ben ik nu eenmaal.

Zoals Israël er volgens nogal wat mensen nu eenmaal is. Een idee dat in aanmerking kan komen voor een ereplaats in de galerij der allergrootste idiotieën. In 1830 heeft het er nu eenmaal zijn van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden niet belet dat belgië er kwam, in 1945 het er nu eenmaal zijn van nationaal-socialistisch Duitsland niet dat daar een einde aan gemaakt werd, in onze tijden het er nu eenmaal zijn van een kind in de moederschoot niet dat dat kind (samen met vele miljoenen andere) afgemaakt wordt. ‘Er nu eenmaal zijn’, is een argument van nul en generlei waarde, zo blijkt telkens weer. Vragen of iets nog verder moet bestaan is dus de normaalste zaak van de wereld. Zeker als dat vragen in Vlaanderen wordt gedaan. ‘De tijd verslindt de steden, geen tronen blijven staan’, staat immers zelfs in ons volkslied geschreven. Net zoals ‘een volk zal nooit vergaan’. Dat begint twijfelachtig te worden met betrekking tot het Vlaamse/Nederlandse volk, maar da’s een feit dat niet samenhangt met een hypothetisch verdwijnen van de politieke entiteit Vlaanderen of het Koninkrijk der Nederlanden, net zomin als het eventueel verdwijnen van Israël samenhangt met het voortbestaan van het joodse volk. Het feit dat van dat joodse volk amper 46 procent in Israël woont, moge daarvoor garant staan. Dat er nog zo’n 10.000 (regeringsschattingen) tot 20.000 (‘onafhankelijke’ schattingen) joden in Iran wonen, heeft Israël overigens niet belet bombardementen uit te voeren in steden als Isfahan en Hamedan, waar het grootste deel van die mensen woont. Wie aanneemt dat Israël niet de wens heeft die uit te moorden maar toch rücksichtslos bommen boven hen kan droppen, moet ook aannemen dat wie Israël als staat wil zien verdwijnen niet de uitroeiing van zo’n 46 procent van de joden tot doel heeft.

Dat gezegd zijnde: het is niet mijn bedoeling de bespreking van Moet Israël verdwijnen? te kapen om er de bespreking van een aantal van m’n eigen standpunten ter zake van te maken. Te meer omdat ook bijna zestig jaar na het verschijnen van dit boekje nog steeds geldt wat Van de Meerssche in zijn inleiding schrijft: “Complexer dan de meeste internationale problemen is het Israëlisch-Arabische geschil, omdat inderdaad zowel ten voor- als ten nadele van de Israëlische of van de Arabische tesis op feiten en op principes een beroep kan worden gedaan om de diametraal tegengestelde standpunten niet zonder enig succes te verdedigen.” Een stelling waaruit trouwens mag blijken dat de auteur de vraag Moet Israël verdwijnen? vooral vanuit staatkundige hoek bekijkt, de enige hoek waarin de vraag uiteindelijk thuishoort, al is hij zich er ook van bewust dat dat een moeilijke oefening is: “Uiteraard zijn aangrijpende, tragische en complexe problemen niet zo erg vatbaar voor een objektief betoog. De vraag kan gesteld of een louter relaas van gebeurtenissen en feiten betreffende een zo passioneel geladen en omstreden probleem als het Israëlisch-Arabisch konflikt makkelijk objektief zal heten te zijn. A fortiori mag aanvaard, dat wie zich niet wil beperken tot het louter katalogeren van feiten en gegevens, maar werkelijk wil doordringen tot de kern van het probleem, het risico op zich neemt door een van beide partijen als voor- of tegenstander te worden beschouwd. Dit risico werd hier dan ook bewust genomen, omdat de opzet van dit essay is en blijft: een over- en inzicht betrachten van de evolutie en de fundamentele problemen van het Israëlisch-Arabisch konflikt.” “Fundamentele problemen”, aldus Van de Meerssche, “die zich koncentreren rond de kernvraag: heeft Israël recht op bestaan? Zo ja, waarom wordt dit recht op bestaan door de Arabische landen betwist? In welke mate heeft men sedert de oprichting van Israël op 15 mei 1948 getracht het bestaan van Israël ongedaan te maken? Welke houding hebben de grote mogendheden in dit verband aangenomen en welke rol hebben de Verenigde Naties gespeeld in dit nu twintig jaar durende konflikt?”

‘In dit nu bijna tachtig jaar durende conflict’, zou daar inmiddels van mogen gemaakt worden, maar wat Van de Meerssche vaststelde in dit “essay” is nu niet minder waar dan toen. “De eerste onafhankelijkheidsdag van Israël, 15 mei 1948, was meteen de eerste dag van een gewapende strijd om het bestaan tegen de Arabische nabuurstaten” en al is de ‘Zesdaagse Oorlog’ intussen bijna kattepis in vergelijking met de oorlogen die de Israëlische regering nu voortdurend tegen zijn buren voert (oorlogen waarvoor die regering overigens genoeg heeft aan wat kattepis om ze te voeren en te blijven voeren of toch daarvoor een excuus te hebben), daaraan is niks veranderd. Daaraan en aan Theodor Herzls Der Judenstaat, Lord Balfours Declaration, David Ben Goerions Biltmore-programma, het terrorisme van de Haganah, Stern en Irgoen, de VN-resolutie van 20 november 1947 (waarin – toen al, ja – gepleit werd voor een tweestatenoplossing op het “voormalig Palestijnse grondgebied”), of de – laat ons het dan maar zo noemen – zionistische moordpartijen die ook zoveel jaar later bij de islamitische buren nog maagkrampen opleveren: “Onderwijl nam de terroristische aktiviteit van Joodse en van Arabische geheime groeperingen nog toe en werd de Arabische bevolking onder druk gezet door de Irgoen. Zo werden in de nacht van 9 op 10 april 1948 254 mannen, vrouwen en kinderen van het Arabisch dorp Deir Yassin uitgemoord.” Ik heb het bij het lezen van zo’n dingen altijd weer een beetje moeilijk om mezelf voor te houden wie in dit hele verhaal per definitie de good guys zijn en wie de bad guys, maar het moet een genoegen zijn een dusdanig gebrek aan inlevingsvermogen en hersencellen te hebben daarvan géén last te ondervinden.

Nu, dat is dus ‘oude’ geschiedenis (al kennen we allemaal wel mensen die ouder zijn dan dat), maar de gevolgen zijn nog steeds zichtbaar. “Vooreerst werd op expliciete wijze verklaard, dat de grenzen van Israël met zijn naburen overeenkomstig de bestaande frontlinies waren bepaald in afwachting dat de definitieve grenzen in een vredesverdrag zouden worden omschreven” (na de Groene Lijn zou onder andere nog een Blauwe Linie ontstaan en beide zouden met evenveel gemak door Israël telkens weer overschreden worden). “In tweede instantie is sedert deze eerste militaire konfrontatie tussen Israël en de Arabische staten het vluchtelingenprobleem van de Palestijnse Arabieren aan de orde” (een probleem dat ook de huidige Israëlische regering zonder enige aarzeling nog stukken erger maakt). En – en dat was voor mij het leerzaamste uit dit boekje - “In derde instantie hebben de door Israël in 1948-49 afgedwongen wapenstilstandsverdragen in niet geringe mate bijgedragen tot de versnelling van het nationaal Arabisch bewustwordingsproces.” We hebben met z’n allen, of ik had in ieder geval, de neiging in onze/mijn beoordeling van het hele Israëlisch-Arabische conflict te sterk te focussen op Israël, dat na de Tweede Wereldoorlog begon te koloniseren, en vergeten daarbij dat de Arabische landen rond dat zelfde moment volop gedekoloniseerd werden en zichzelf ook een plaatsje onder de zon moesten veroveren. Tegen Israël in, dat toch vrij algemeen gezien werd als een laatste ‘cadeautje’ van de voormalige koloniserende landen, maar ook tegen mekaar in. Het zou me te ver voeren om het daar uitgebreid over te hebben in deze boekbespreking, maar de auteur wijdt daar vanaf pagina 17 een kleine twintig bladzijden aan en verklaart daarmee heel wat. Een passage als deze moge daarvan getuigen: “In die omstandigheden kon president Nasser niet langer blijven toezien en het initiatief aan de Syrische regering laten. De ware bedoeling van Nassers troependemonstratie in de Sinaï-woestijn en zijn eis de UNO-ordestrijdmacht uit het Israëlisch-Egyptisch grensgebied terug te trekken, is dan ook geweest: zelf het initiatief nemen van het revolutionaire Arabische kamp in de strijd tegen Israël en zich in geen geval in ijver laten voorbijstreven door de Syrische regering.”

Het stuk over De internationaal-politieke achtergrond vond ik minder interessant, al is het maar omdat het Rusland van nu – ondanks de propaganda die westerse wapenfabrikanten en hun acolieten in de politiek daarover gaarne maken – écht niet de Sovjet-Unie van toen is, terwijl de Verenigde Staten telkens weer aantonen dat ze zelfs een regime dat financieel op hun kosten leeft, de Israëlische regering van Netanyahu, geenszins onder controle kunnen houden (in tegendeel: de enige reden waarom de Verenigde Staten aan de oorlog met Iran zijn gaan meedoen, is omdat ze een proxy van Israël geworden zijn), maar Het Israëlisch-Arabisch dossier met daarin De Arabische tesis en De israëlische tesis weer wél. Israël is een produkt van het kolonialisme, Israël is een bruggehoofd van het imperialisme, je hoeft niet echt een Arabier te zijn om daar in te kunnen komen. Dat iemand als voormalig eerste minister van het land David Ben Goerion in 1950 nog zei dat “Israël zal worden opgebouwd door een aktief optreden op het militaire en op het diplomatieke vlak” en “de territoria [zal] omvatten tussen Nijl en Eufraat”, met andere woorden behalve het huidige Israël ook wat resteert van Palestina, Jordanië, Libanon en grote delen van Egypte, Syrië en Irak, laat dan ook aan duidelijkheid niets te wensen over en maakt, mijns inziens, van het From the river to the sea van de pro-Palestijnse activisten klein bier. Wat De Israëlische tesis tegenover De Arabische tesis mijns inziens óók is. “Ten slotte laat men opmerken, dat niet alle Israëlische partijen het eens zijn met de pro-westerse, of beter pro-Amerikaanse optie van de Israëlische regering op het stuk van het buitenlands beleid”, klinkt nogal zoutloos, “In het dossier betreffende het Israëlisch-Arabisch geschil is het vluchtelingenprobleem het enige konkrete en reële stuk” als het dooreen halen van oorzaak en gevolg, en dat “Israël (…) door de Verenigde Naties gewild [is] als een tehuis voor de Joodse slachtoffers van het racisme” is al langer dan sinds 1968 achterhaald.

Maarreuh… moet Israël nu, volgens de auteur, verdwijnen? Awel, het antwoord daarop staat in zijn Besluit. Dat kan u zelf lezen als u het boekje op de kop weet te tikken.

Björn Roose

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Ook iets te vertellen ? Ga je gang !