maandag 22 juni 2026

Het St.-Michielsakkoord – Naar een federaal België – Jos. Bouveroux (boekbespreking door Björn Roose)

Het St.-Michielsakkoord – Naar een federaal België – Jos. Bouveroux (boekbespreking door Björn Roose)
Een weekje of zo geleden (ik gok er een beetje naar, want ik kan de publicatie van mijn boekbesprekingen wel eens verschuiven) kreeg u van mij een bespreking van Het onderzoek, een bende, ondertitel Over het onderzoek naar de Bende van Nijvel, van de hand van Dirk Barrez voorgeschoteld. Totaal ongerelateerd tot voorliggend Het St.-Michielsakkoord, ondertitel Naar een federaal België, van Jos. Bouveroux, zou een mens dan kunnen denken, maar dat is om minstens twee redenen niet waar: 1) in belgië is alles met mekaar gerelateerd, in het bijzonder waar het de ‘ordening’ van de overheid betreft; en 2) beide boekjes verschenen in de reeks Actueel, een uitgave van Standaard Uitgeverij / BRTN / VAR. Toén Actueel dus, want zelfs als die serie tegenwoordig nog zou verdergezet worden, is een boekje dat daarin in 1993 verscheen wellicht niet zo Actueel meer.

En toch… Ondanks het feit dat staatshervormingen altijd wel op een of andere manier onderweg zijn in dit land – zélfs als een zogenaamd Vlaams-nationalistische partij de belgische eerste minister levert – en het gegeven dat er na het in de titel genoemde St.-Michielsakkoord, volgens de officiële telling de vierde staatshervorming, inmiddels nog twee gevolgd zijn, zijnde van 2001 tot 2003 de Lambermont- en Lombardakkoorden en van 2011 tot 2012 het zogenaamde Vlinderakkoord, is het Sint-Michielsakkoord een specialleke. Zoals de schrijvelaars van Wikipedia immers aangeven: “Met het Sint-Michielsakkoord wordt België ook formeel een federale staat”. Niet iets waar ik als (Heel-)Nederlander op zat te wachten, niet iets waar een zogenaamde Vlaams-nationalist de leiding van zou moeten willen op zich nemen als het niet is om het ding ten grave te dragen, maar toch wel een belangrijke stap in de goede richting voor zij die de bedoeling hadden belgië niet op te doeken, maar in leven te houden. U hoort me niet zeggen dat bijvoorbeeld de ‘Vlaamse regering’ alles beter doet dan de belgische, allebei slecht presteren kan per slot van rekening óók, maar wie die aanhalingstekens rond ‘Vlaamse regering’ wil behouden, heeft er sowieso meer aan om de belgische staat te hervormen, dan om iedere stap richting zogenaamde ‘autonomie’ tegen te houden. De critici van de staatshervorming, aldus Bouveroux, “zagen pas erg laat in dat de invoering van een waarachtig federalisme wellicht de laatste reddingsplank voor België is”.

Vlamingen, in het bijzonder hun politici, zijn namelijk de bezitters van kinderhanden en zelfs blij met de helft van een dode mus. Zó blij dat ze in de toekomst liever nog meer halve dode mussen in hun kinderhanden krijgen dan het belgische licht uit te doen, de deur dicht te slaan en de sleutel weg te gooien. Stel je voor dat je de mogelijkheid krijgt om de stabiliteit van de… belgische regering te verhogen door een gedrocht als “de constructieve motie van wantrouwen”? Of stel je voor dat je “beschermingsmechanismen” kan helpen inbouwen in Brusselse instellingen zodat die niet kunnen ‘geblokkeerd’ worden door een of andere partij die de meerderheid zou verwerven in de Nederlandse taalgroep van het Brussels parlement? Of stel je voor dat je de Franstaligen in de ‘Vlaamse Rand’ nog een stapje verder kan helpen in hun droom van een, uiteraard francofoon, Grand-Bruxelles, door hen toe te laten op Brusselse lijsten te stemmen in plaats van op Vlaams-Brabantse? Da’s toch allemaal véél aangenamer dan ‘Salut en de kost’ en ‘Laat elk voor z’n eigen deur vegen’, nietwaar?

Dat alles maar om aan te geven dat zo’n belgische staatshervorming toch een zeker belang heeft. En dat dan weer om te zeggen dat een boekje als het voorliggende ondanks het feit dat het niet meer Actueel is toch nog interessant kan wezen. Al is het maar omdat Bouveroux, destijds journalist bij de BRT (inmiddels VRT) en – dixit de achterflap van deze achtenveertig bladzijden dikke uitgave – “gezaghebbend specialist van het Wetstraatgebeuren”, het niet alleen in zijn Inleiding heeft over wat aan die vierde belgische staatshervorming (volgens hem ondernomen met de bedoeling “de kroon op het werk te zetten en van België een volwaardige federale staat te maken”) voorafging. Bouveroux stelt daarbij in De onafwendbare federalisering dat de op 18 februari 1970 door Gaston Eyskens gedane uitspraak dat “de unitaire staat is achterhaald. De gemeenschappen en gewesten moeten hun plaats innemen in vernieuwde structuren die beter aangepast moeten zijn aan de eigen toestanden van het land” een “officieel einde” maakte aan het “Belgique à Papa”, maar ook dat “al lang voordien (…) er barsten in het huis gekomen [waren]” en dat “die barsten (…) steeds groter [werden], tot de noodzaak zich opdrong om een nieuw huis te bouwen”, wat natuurlijk niet klopt, het oude huis werd vertimmerd, maar na het hoofdstuk over De onafwendbare federalisering krijgt de lezer in ieder geval wel een mooie beschrijving van dat “nieuw huis”. Een “nieuw huis” waarop bij middel van het Sint-Michielsakkoord, aldus ‘loodgieter’ Jean-Luc Dehaene, alleen nog een dak moest geplaatst worden. Een dak dat er bij zijn vorige poging niet gekomen was. Een dak dat ook nog niet gestemd en dus geenszins reëel was toen Bouveroux dit boekje schreef: “Als de grondwetsherziening ongewijzigd wordt goedgekeurd, wat alle waarnemers verwachten, zal in de Grondwet uitdrukkelijk worden erkend dat de unitaire Belgische staat achterhaald is”, luidt dan ook de eerste zin van het hoofdstuk De federale instellingen, waarmee hij aan die beschrijving begint.

Ik meen me te herinneren dat die verwachting vervuld werd, maar ik herinnerde me (bijvoorbeeld) niet dat in de eerdere versie van de belgische grondwet stond dat “de Koning het bevel voert over land- en zeemacht”, dixit Bouveroux “een storende oubolligheid”: “Van de intussen zo belangrijke luchtmacht was er nog geen sprake… De Grondwet is gemoderniseerd en om alle soortgelijke gebreken in de toekomst te vermijden, staat er nu te lezen: ‘Hij voert het bevel over de krijgsmacht.’” Dat “hij” zélf “een storende oubolligheid” is, is dan weer een probleem dat noch in de vierde belgische staatshervorming noch in een volgende werd aangepakt, helaas. Een fenomeen dat toch wel tekenend is voor die staatshervorming (én vorige en volgende), wat bijvoorbeeld ook blijkt uit de regeling inzake het aantal regeringsleden: “In de Grondwet wordt immers vastgelegd dat de federale regering ‘ten hoogste 15 leden’ mag tellen. Er kunnen dus niet meer dan 15 ministers worden benoemd. Over het aantal staatssecretarissen wordt niets gezegd.”

Bouveroux levert op dat soort dingen – die er toe leidden dat in de vorige belgische regering bijvoorbeeld acht staatssecretarissen passeerden – geen commentaar. Misschien omdat hij behalve Actueel ook ‘factueel’ wil blijven, maar waarschijnlijker omdat de “gezaghebbend specialist van het Wetstraatgebeuren” er niet verder over nagedacht heeft. Wat ook blijkt uit het feit dat hij het volgende weet te produceren als verklaring voor het opsplitsen van de voormalige provincie Brabant in een Vlaams-Brabant en een Waals-Brabant: “Behalve in de Limburgse gemeente Voeren, leverde het samenleven van Vlamingen en Franstaligen vooral problemen op in Brabant. Door de verdere stappen in de staatshervorming was de provincie onbestuurbaar geworden.” Dat laatste klopt ongetwijfeld, maar als het om dat “samenleven” ging, hadden de gemeenten in de ‘Vlaamse Rand’ waar dat het moeilijkst is, met name de faciliteitengemeenten, niet vanuit Brabant moeten ‘verhuizen’ naar Vlaams-Brabant, maar ontdaan worden van de faciliteiten.

Al kan Bouveroux ook gewoon naïef geweest zijn: “Nog in het raam van de bescherming van de taalminderheden is ook een nieuwe rol weggelegd voor de Vaste Commissie voor Taaltoezicht. Elke burger van het Brussels gewest en van de faciliteitengemeenten die klachten heeft over de naleving van de Taalwet, kan bij die Vaste Commissie terecht. De Nederlands- en Franstalige afdelingen van die commissie samen kunnen in het uiterste geval zelfs in de plaats treden van een overheidsadministratie om de taalwetten correct toe te passen.” Wat dus nooit gebeurt en ook perfect te voorzien was. Het enige wat met een klacht bij de VCT, zoals het gedrocht doorgaans afgekort wordt, gebeurt, is dat hij ontvangen en gelezen wordt, dat de overheidsadministratie een reprimande krijgt, en dat die overheidsadministratie daar vierkant zijn broek aan veegt. Ik kan het weten, ik heb tientallen klachten bij die Commissie neergelegd.

Nu goed, ik wil niet dit hele boekje fileren. Ik wil wél nog zeggen dat ik het eens ben met “de critici van de federalisering”, die ook volgens Bouveroux “gelijk [hebben] als ze stellen dat vroeger alles veel eenvoudiger was. In een unitaire staat zijn de structuren simpeler en doorzichtiger omdat er slechts één enkel beslissingscentrum is.” Dat wil echter niet zeggen dat ik, zoals die “critici”, terug wil naar de belgische eenheidsstaat. Dié opdoeken zal dat probleem namelijk net zo goed oplossen, zónder de problemen terug te brengen die er toe geleid hebben dat het “huis” moest vertimmerd worden.

Björn Roose

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Ook iets te vertellen ? Ga je gang !