maandag 15 juni 2026

Het onderzoek: een bende – Over het onderzoek naar de Bende van Nijvel – Dirk Barrez (boekbespreking door Björn Roose)

Het onderzoek: een bende – Over het onderzoek naar de Bende van Nijvel – Dirk Barrez (boekbespreking door Björn Roose)
“‘k Gieng’n ne kièr noa Delhaize
up e schoan’n dag
Cé-Cé-Cénappels goan oalen.
Kwam doar ne gangster binn’n
zoender betoal’n,
begost te schiet’n en ie schoot doar
in ne lach.
Uut de weg, an de kant’n
gè moa goaze
de Bende van Ostende is ier.”

Zo ongeveer ging een liedje dat ik leerde tijdens mijn eerste ‘kamp’ in Zwitserland, georganiseerd door de CM (Christelijke Mutualiteiten) afdeling Oostende. Toegegeven, van goede smaak getuigde het niet echt, maar wetende dat ik toen – als ik me dat goed herinner – veertien of vijftien jaar oud was en we dus het jaar 1987 of 1988 schreven, paste het op z’n minst wel in, wat dan heet, het tijdsgewricht. De Cellules Communistes Combattantes, ofte CCC, waren actief geweest in 1984 en 1985, de Bende van Nijvel in 1982 en 1983 en vervolgens weer in 1985. België had z’n eigen années de plomb beleefd, maar intussen was alles weer rustig geworden en kon ‘men’ er al eens mee lachen (de tenen waren destijds sowieso veel minder lang of zo goed als niemand hield er rekening mee, want ik herinner me ook dat de eerste moppen over de Herald of Free Enterprise al rondgingen toen in 1987 dat schip nog maar nauwelijks gekapseisd was), al gold dat laatste natuurlijk niet voor iedereen: in de media bleef men over de terreur van de eerste helft van de jaren 1980 verslag doen met gepast lijkbiddersgezicht; bij de diverse politiediensten die belgië ‘rijk’ was, was men uiteraard steeds ernstig bezig met het onderzoek; en het federale parlement zou – voor echt – de onderste steen wel eens boven halen.

Niet dus. Wat de CCC betreft kwam de onderste steen nooit boven, al zijn er van die club vier leden opgepakt en kwam met dat oppakken een einde aan de activiteiten van de club, maar vooral het onderzoek naar de zogenaamde Bende van Nijvel werd, zoals de titel van voorliggend boek van Dirk Barrez aangeeft, een bende. Geen van de leden van de Bende werd ooit ontmaskerd, naar de motieven blijft het tot op vandaag raden, het politieonderzoek verliep nooit zoals het had moeten verlopen, en al zijn de sporen zo koud als de achtentwintig dodelijke slachtoffers die de Bende maakte, om de zoveel jaar blijft het dossier als een soort Nessie opduiken en voor, vooral, politieke trammelant zorgen: in juni 2024 nog kondigde het federaal parket aan het onderzoek, zo’n veertig jaar na datum, stop te zetten omdat het alles had onderzocht wat te onderzoeken viel, waarop toenmalig minister van Justitie Vincent Van Quickenborne een uitzonderingswet creëerde die er voor moest zorgen dat er géén verjaringstermijn zou zijn voor moordzaken “met een grote maatschappelijke impact”.

Maar in 1996, het jaar waarin Het onderzoek: een bende, ondertitel Over het onderzoek naar de Bende van Nijvel, verscheen bij Standaard Uitgeverij, was dat nog niet ‘nodig’ en volstond een dubbelaflevering van het tegenwoordig nog steeds af en toe spraakmakende VRT-programma (toen nog BRT, overigens) Panorama om, zoals op de achterflap wordt aangegeven, “een storm van belangstelling voor het mislukte Bende-onderzoek” aan te wakkeren. Wat meteen een puntje van kritiek is op dit boek: het was toén al een samenvatting van wat ‘we’ wisten, of beter: van de verschillende al dan niet serieuze gokken die gewaagd werden, maar dertig jaar later heeft het zo goed als alle belang verloren voor lezers van nu. Het was toén alleen maar verzekerd van belangstelling omdat het de genoemde uitzendingen op de voet volgde, en er is de jongste dertig jaar niks essentieels toegevoegd aan wat we toen al wisten (of gokten), maar er loopt tegenwoordig een generatie rond die nog nooit van de Bende van Nijvel gehoord heeft, of het moest via de in 2023 uitgezonden serie 1985 zijn, waarbij zich dan nog de vraag laat stellen of die bij de kijkers binnengekomen is als feit of fictie (wat sowieso een probleem is met álles rond die Bende).

Enfin, daarmee is niet gezegd dat dit boekje, met z’n amper veertig bladzijden tekst, in het geheel niet interessant is. Al is het maar omdat het inderdaad redelijk goed samenvat wat er ooit samen te vatten is geweest, zelfs al kan van Barrez niet gezegd worden dat hij geen enigszins gekleurde bril op had toen hij het schreef, en omdat het voor oude zeuren als ik een passende herinnering is aan hun jeugd (want die bestond echt niet alleen uit New Wave, negen regeringen Martens, en pukkels) en aan het antwoord op de vraag waarom ze geen enkele reden hebben ook maar enig vertrouwen te hebben in het belze gerechtelijke- en politieapparaat - “maatschappelijk trauma” noemt Barrez dat in zijn Inleiding – en dat eigenlijk ook nooit meer zouden moeten aankweken. Je hoéft immers niet mee te gaan in de logica van Barrez als die zegt dat niet alleen “het gerecht er niet in geslaagd [is] de bendemoordenaars te vatten”, maar ook “de opdrachtgevers ongemoeid [blijven]”, wat uiteraard alleen maar zo is als je er – zonder dat zulks bewezen is – van uit gaat dat er opdrachtgevers wáren, om te weten dat “het onopgeloste Bende-dossier een permanente schandvlek op justitie [vormt], een schandvlek die samen met al even onopgeloste dossiers als het Agusta-smeergeldschandaal, de moord op André Cools en de moord op veearts Karel Van Noppen de rechtsstaat ondermijnt” en dat alleen al het feit dat er veertig jaar na de moordpartijen nog niéts is opgelost van dit raadsel terwijl er wél zoveel tekens zijn dat het oplossen ervan op allerlei manieren en al dan niet bewust werd gedwarsboomd aanleiding genoeg is om uit te gaan van de theorie dat de vis rot vanaf de kop en dat dat rotten in de afgelopen vier decennia niet is gestopt (of de kop nooit, ondanks veel politiek gestoei dat op het tegendeel kan lijken te wijzen, vervangen is).

Een gentle reminder dus die meteen na de reeds genoemde Inleiding verder gaat met het hoofdstuk Een zware moordreeks, waarin de drieëntwintig wapenfeiten van de Bende, inclusief het stelen van een jachtgeweer in een wapenhandel in Dinant, een overval op een kruidenierswinkel in het Franse Maubeuge (met als buit thee, wijn en champagne), een inbraak in restaurant Auberge du Chevalier (met een soortgelijke buit en achterlating van een eerst gefolterde en vervolgens vermoorde huisbewaarder), en – onder andere – de diefstal van een Peugeot 504 zijn opgenomen, feiten dus die plaatsvonden vóór de daders aan het grote werk begonnen, hun eerste overval op een Delhaize (in Genval), al snel gevolgd door andere overvallen op vestigingen van Delhaize, Colruyt, en GB, culminerend in de raid van 9 november 1985 op de Delhaize in Aalst: “Hier worden maar liefst acht mensen afgemaakt, zeven anderen verwond. En dat voor 737.777 frank.”

Waarna Barrez in het onderzoek én de motieven duikt. De motieven van de onderzoekers en die van de terroristen. Jean Deprêtre, bijvoorbeeld, procureur des konings in Nijvel, die meteen van oordeel is dat het om “gewone bandieten” gaat, iets wat niet geheel ten onrechte kan afgeleid worden uit hun eerste misdrijven, maar bij “speurders en onderzoeksrechters” op ongeloof stuit omdat “de toch wel povere buit (…) helemaal niet te rijmen valt met de genomen risico’s en de moordpartijen”. Of onderzoeksrechter Christian Bayens, die “al na enkele maanden uit het onderzoek gewerkt [wordt], officieel omdat er een verband is met een dossier van onderzoeksrechter Schickler, wellicht omdat hij weigerde z’n onderzoek te laten leiden door het parket.” Of Freddy Troch, met wie “de laatste ervaren onderzoeksrechter uit het onderzoek” verdween. Of Philippe De Staerke, die vanuit de gevangenis “bekent (…) te hebben deelgenomen aan de twee Bende-overvallen met de Golf, de overvallen in Eigenbrakel, Overijse en Aalst die samen het leven kostten aan zestien mensen”, maar daar nooit voor veroordeeld werd. Of Francis Dossogne, leider van het Front de la Jeunesse, die het mogelijk acht dat leden van de binnen die kringen opgerichte Westland New Post onder leiding van Paul Latinus (wellicht “gezelfmoord” in 1984) mogelijk hun steentje hebben bijgedragen aan de Bende-overvallen. Enzovoort, enzoverder. Barrez heeft, zoals zo goed als álle journalisten in die jaren (en nog steeds) de neiging zich enigszins blind te staren op Extreemrechtse rijkswachters en militairen, in die mate zelfs dat hij de piste aanvaardbaar vindt dat de CCC niet écht extreemlinks zou geweest zijn, terwijl hij niet dieper ingaat op het feit dat de Staatsveiligheid diep in die CCC zat en wellicht ook in de Bende van Nijvel zonder dat die Staatsveiligheid per se ‘extreemrechts’ hoeft te zijn, maar goed, als je een samenvatting van de verschillende pistes in dit dossier geeft, kom je daar vanzelf op uit, net zoals op de roze balletten, ex-rijkswachters: Bouchouche en Beijer, Practical shooter Bultot, en uiteindelijk ook wat die Bultot zélf over de feiten te vertellen heeft en dat toch dicht tegen de al snel verworpen piste “gewone bandieten” van de eerder genoemde Jean Deprêtre aanleunt: Voor wapens en drugs.

“Bultot zegt”, aldus Barrez, “Volgens mijn informatie gaat het erom dat Israëlisch wapentuig verkocht raakt aan Arabische landen en dat België de draaischijf vormt voor die handel. Zo’n derde land is nodig omdat de Israëlische wetgeving dergelijke trafiek vanzelfsprekend verbiedt. Wapenhandel is al niet zo proper maar daar komt bij dat de wapens worden betaald met drugs zodat het helemaal een vuile zaak wordt.

Als de inlichtingen die ik heb gekregen correct zijn,’ vervolgt Bultot [tegen Barrez, noot van mij], ‘dan kan die trafiek van wapens betaald met drugs een verklaring geven voor heel wat duister gebleven aspecten van de Bende-moorden. Wat is bijvoorbeeld de rol van de vermoorde FN-directeur Juan Mendez? Wel, Mendez levert de zgn. end-user-certificaten, documenten die een welbepaald land als de eindbestemming aanduiden van een partij wapens. In dit geval gaat het natuurlijk om valse eindbestemmingen, de wapens vertrekken zogezegd naar een Zuidamerikaans land terwijl ze daar in werkelijkheid helemaal niet naartoe gaan.

Ook de vermoorde Léon Finné [een van de ‘toevallige’ slachtoffers van de voorlaatste overval van de Bende, noot van mij] vervult een sleutelfunctie. Hij zou namelijk verantwoordelijk zijn voor de financiële verrichtingen tussen België, dat de wapens doorverkocht, en Nederland waar de drugs aankomen en gecommercialiseerd worden. In dat geval moet Finné heel goed op de hoogte zijn van deze wapen- en drugstrafiek.

En natuurlijk hebben trafikanten die op zo grootschalige wijze wapens en drugs verhandelen, behoefte aan een verzetje af en toe, dat is zelfs heel aannemelijk. Dat amusement zou bijna altijd seksueel gekleurd zijn. De organisatie van dat seksueel amusement, orgieën meestal, zou in handen zijn van de vermoorde Jacques Fourez en Elise Dewit. Of het hier om de fameuze roze balletten gaat uit het dossier-Pinon, dat weet ik niet, maar in elk geval gaat het om dezelfde mensen.

Het restaurant Aux 3 Canards van de vermoorde Jacques Van Camp zou dan de plaats zijn waar deze wapenhandelaars regelmatig de voeten onder tafel steken voor een lekkere maaltijd. Daarbij valt op’, benadrukt nog altijd Jean Bultot, ‘dat de politiedienst die het onderzoek doet onmiddellijk het gastenboek in beslag neemt. Tot zover is alles normaal. Helemaal niet normaal echter is dat het gastenboek nooit meer wordt teruggevonden. Op die manier is daar het werk van de moordenaars eigenlijk afgemaakt door een politiedienst.

Als deze mensen vermoord worden, is het overduidelijk omdat ze te veel weten, omdat ze kroongetuigen zijn in deze affaire, omdat men om welke reden ook de getuigen weg wil, omdat getuigen hinderlijk zijn geworden, misschien omdat sommigen tot chantage overgaan. In elk geval zijn deze mensen vermoord omdat ze op de hoogte zijn van deze trafiek.’

En Bultot stopt nog niet: ‘Ook voor de parkingmoorden is er dan een uitleg. Ik denk dat enkele van deze mensen naar deze parkings zijn gebracht en daar zijn neergeschoten, zoals bij de Colruyt in Nijvel, en dat de overval slechts opgezet spel is. Net hetzelfde bij de latere slachtpartijen op de Delhaize-parkings in onder meer Overijse en Aalst. Men heeft daar in het wilde weg geschoten om het beeld van dolgedraaide schutters op te roepen, terwijl die schutters helemaal niet gek zijn.’”

Barrez ziet wel degelijk in dat die verklaring véél losse eindjes met elkaar verbindt, al rammelt er ook nog een en ander aan, maar weet ook dat bijvoorbeeld de feiten over illegale wapentrafiek kloppen, en dat ook dít een piste is waarnaar speurders niet verder mochten zoeken. Dat ze dat ook wat een aantal andere pistes betreft niet mochten, of dat ze daar van afgehaald werden, kan mijns inziens ook duiden op het feit dat bij die illegale wapenhandel bijvoorbeeld mensen van de rijkswacht of van bepaalde ‘extreemrechtse’ groeperingen betrokken waren, wat het bewandelen van paden in die richting ook tot een gevaar voor de wapenhandel maakte. Mogelijk zijn er zelfs gewoon broodkruimels uitgestrooid in allerlei richtingen om de aandacht van de feiten af te leiden. Om die feiten te begraven onder andere feiten waarvan er in die jaren genoeg te vinden waren, precies zoals de lijken op de parkings van de supermarkten begraven werden onder de lijken van anderen.

Dat de tijden sindsdien weer rustiger geworden zijn, is goed, maar de wapenhandel en het gebruik van het verhandelde spul in oorlogen en ‘conflicten’ allerlei is er helaas niet minder op geworden. Zoals het aantal veroordeelden in dit specifieke dossier er niet groter op geworden is. Al met al een interessant boekje van Dirk Barrez dus. Stof om ook in de toekomst verder over na te denken.

Björn Roose

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Ook iets te vertellen ? Ga je gang !