Van Louis De Lentdecker, auteur van voorliggend Flor Grammens
1899-1985, besprak ik een goed jaar geleden Requiem
voor Leopold II.
Ondanks een aantal, mijns inziens (anders zou ik ze niet hebben),
terechte bezwaren tegen dat boek hield ik het in mijn boekenkasten,
maar ik denk eerlijk gezegd niet dat ik hetzelfde zal doen met Flor
Grammens 1899-1985.
Waarom? Omdat van de negentig bladzijden die dit in 1985 bij – wat een
toeval! – Uitgeverij Grammens verschenen boekje telt, het
overgrote deel bladvulling is. Grammens was, wat Louis De Lentdecker
zelf overigens blijft benadrukken (zij het dan in andere woorden en
door zichzelf tegengesproken waar hij beweert dat dit boek een
“vluchtige benadering van een complex, ingewikkeld buitengewoon
boeiend idealist (…) met al zijn kleine kanten, tekorten en
zwakheden” is), een one-track mind, wat ook precies is wat
hem zo onuitstaanbaar maakte voor zijn tegenstanders (en bij momenten
voor zijn vrienden/volgelingen), wiens actieterrein doorheen de jaren
quasi onveranderd bleef, waardoor het vrij zinloos is je aandacht als
biograaf te richten op zaken die daar niks mee te maken hebben.
Grammens leidde geen verborgen leven (hij had nauwelijks tijd om wat
voor leven dan ook te leiden), zocht zelfs voortdurend de publiciteit
op (dat was een essentieel deel van zijn actie): wat er over de man
te vertellen valt, is dan ook perfect samen te vatten in een paar
bladzijden, en dat is iets wat bijvoorbeeld de mensen van (De
digitale) Encyclopedie van de Vlaamse Beweging gedaan
hebben op deze webpagina (die, toegegeven, uiteraard nog niet bestond in het jaar dat Grammens
overleed en dit boekje verscheen).
Nu zou ik voor de mensen die de naam Flor Grammens absoluut niet kennen,
enigszins moeten uitweiden over wie hij was, maar laat ons wel wezen:
wie nog nooit iets gehoord heeft over “de kladschilder van Edingen”
(hij was ook kort parlementslid, maar dat is nauwelijks van belang,
al werd door zijn aanwezigheid in het parlement de taalwetgeving ook
daar nauwgezetter toegepast), is gewoon niet geïnteresseerd in de
geschiedenis van de Vlaamse Beweging of denkt dat de resultaten die
deze (helaas binnen belgië, iets wat Grammens zeker in de beginjaren
van zijn activisme niét zou betreurd hebben) bereikt heeft er
vanzelf gekomen zijn (ik denk dat je het resultaat van zijn acties
kan samenvatten met de woorden van De Lentdecker: “De taalwetten
lagen in hun wieg als onmondige borelingen: hij heeft ze tot
volwassenen geschopt”). Ik ga dat dus niet doen, dat uitweiden,
maar wel, om aan te geven dat De Lentdeckers stijl in Flor
Grammens 1899-1985 helaas niet anders is dan degene die hij
hanteerde in Requiem voor Leopold III (wat meteen nog een
reden is om de voorkeur te geven aan een kortere biografie), één
zin, de eerste, uit het boek meegeven: “Kristelijk gelijk een
Vaderons en een Weesgegroet, vergroeid met het geloof en de tradities
van zijn volk, katoliek gelijk de Heer het van Zijn heiligen niet
meer dromen durft, eerlijker en onbaatzuchtiger dan de linkerhand die
nooit wist wat de rechter kreeg of gaf, dapper, sportief,
opvliegender dan een Waalse haan die Vlaamse kiekens op het erf
krijgt, koppiger dan een kei die door de tijd toch het vel werd
afgestroopt, sluwer dan een Reinaert die de passie voor de vossen
preekt, strijdlustiger en oprechter dan een gedicht van Albrecht
Rodenbach, beleefder dan de hoed die beseft aan welke handschoen hij
het best door het hele land komt, koleriek gelijk een onweer in een
zwoele zomer, akteur zoals men die in de teaters zelden aantreft,
keurig burgerman in het avontuur van een condottiere, kleine ‘mei
68’ avant la lettre van jongeren die met een kongres van Zedenadel
en een pauselijke boodschap over de rozenkrans als sterkste wapen,
naïef, naar de slachterij van de Tweede Wereldoorlog togen, vitter
en haarkliever, overtuigd demokraat die, waar hij kwam, alleen baas
en leider wilde zijn, wantrouwige die nauwgezet de mening van anderen
vroeg om des te beter zijn wil op te dringen, onvermoeibaar,
ontembaar: Flor Grammens (85) was al jaren legende, monument
en museum toen hij op 28 maart 1985 in Deinze overleed.” Wie zich
dáár door geworsteld heeft, kan ook de rest van het boek wel aan,
maar geef toe: mijn zinnen zijn daar niks tegen. Én De Lentdecker
deed het erom. Zelfs als het veel korter kon, maakte hij het langer
door hele series bijvoeglijke naamwoorden te gebruiken: “Hij moest
lastig, onredelijk, onverdraagzaam, onverdraaglijk en onmogelijk zijn
omdat hij bezeten was en gedreven werd door een geheimzinnige,
uitzonderlijke, verterende kracht die het hem mogelijk maakte het
belangrijke te realizeren dat Vlaanderen op een bepaald ogenblik
nodig had, omdat hij gedreven werd door een zonderlinge zeldzame
kracht die ook via zijn keikoppigheid en onmogelijkheid, voor
Vlaanderen in korte tijd verwezenlijkte wat anders in geen jaren zou
gebeurd zijn.” Dat is niet meer aangenaam om lezen, dat doet pijn
aan je ogen.
Zoals het pijn aan het hart moet gedaan hebben om Grammens’ vrouw te
zijn, iets wat dan ook niet vol te houden bleek: “Emilie De Roeck
aanvaardde met geestdrift zijn huwelijksvoorstel. Zij heeft in hem
geloofd, ze heeft om hem armoe geleden, affronten verbeten, zwaar
leed gedragen. Zij heeft hem verdedigd, zij heeft hun kind groot
gebracht. Zij heeft van hem gehouden. Hij, hij hield van Vlaanderen
(…) Jaren is ze moedig en trouw geweest. Tot ze van verdriet en
uitputting hem verliet, hem moest verlaten en, vergeten van teveel
medestanders, diskreet dood ging (…) Toen hij vrij kwam [ten
gevolge van zijn acties zat hij regelmatig voor kortere periodes
vast, wat ook deel uitmaakte van zijn strategie, maar ten gevolge van
de repressie na de Tweede Wereldoorlog spendeerde hij haast vijf jaar
in de gevangenis, noot van mij] bleek weldra dat samenleven met hem
onmogelijk was. Grammens aanvaardde dat in al die jaren Vlaanderen
anders geworden was, hij aanvaardde niet, hij begreep niet dat,
gemolesteerd door alle naweeën van de oorlogsverschrikking, zijn
vrouw en zijn zoon geen slaven meer konden zijn, geen onrecht, geen
dwingelandij meer konden torsen. Vanwaar of van wie die ook kwam…
In de dagen dat zij van hem wegging – en er is méér moed nodig om
een monument en een sieraad van Vlaanderen te verlaten dan om een
gewone man adieu te zeggen – heb ik hem ontmoet. Dermate was hij
doordrongen van het ‘onrecht’ hem aangedaan dat hij niet de moed
had om naar mogelijke eigen schuld te zoeken bij het stranden van
zijn huwelijk. Wat hem werd aangedaan, werd Vlaanderen aangedaan. Hij
is nooit een Uilenspiegel geweest [iets wat hij zelf en zijn
aanhangers wel beweerden, noot van mij]: hij heeft wel gedacht dat
hij een martelaar was. ‘Ik heb dat niet verdiend, na al wat ik voor
Vlaanderen heb gedaan’, zei hij. Alsof het offeren en het
verwaarlozen van het geluk, het welzijn, de gezondheid, het leven, de
liefde van een vrouw steevast met dankbaarheid moet onthaald worden
omdat het ‘voor Vlaanderen’ gebeurt. Vlaanderen moet soms een
brede rug hebben. De dag dat men het leed gaat beschrijven dat
vrouwen moesten dragen om Vlaamse politici en idealisten van allerlei
pluimage mogelijk te maken zal men niet genoeg hebben aan heelder
biblioteken.” Dat De Lentdecker dat in deze biografie van Flor
Grammens op zijn minst aangekaart heeft en Emilie De Roeck, en zovele
andere vrouwen die in volstrekte anonimiteit hun offer brachten, niet
heeft beschouwd als quantité négligeable, en dat in
tegenstelling tot, bijvoorbeeld, de schrijver(s) van het lemma in de
eerder genoemde Encyclopedie, is voor mij dan ook wat deze
biografie nog wél het lezen waard maakt.
Björn Roose

Geen opmerkingen:
Een reactie posten
Ook iets te vertellen ? Ga je gang !