vrijdag 13 maart 2026

Flor Grammens 1899-1985 – Louis De Lentdecker (boekbespreking door Björn Roose)

Flor Grammens 1899-1985 – Louis De Lentdecker (boekbespreking door Björn Roose)
Van Louis De Lentdecker, auteur van voorliggend Flor Grammens 1899-1985, besprak ik een goed jaar geleden Requiem voor Leopold II. Ondanks een aantal, mijns inziens (anders zou ik ze niet hebben), terechte bezwaren tegen dat boek hield ik het in mijn boekenkasten, maar ik denk eerlijk gezegd niet dat ik hetzelfde zal doen met Flor Grammens 1899-1985.

Waarom? Omdat van de negentig bladzijden die dit in 1985 bij – wat een toeval! – Uitgeverij Grammens verschenen boekje telt, het overgrote deel bladvulling is. Grammens was, wat Louis De Lentdecker zelf overigens blijft benadrukken (zij het dan in andere woorden en door zichzelf tegengesproken waar hij beweert dat dit boek een “vluchtige benadering van een complex, ingewikkeld buitengewoon boeiend idealist (…) met al zijn kleine kanten, tekorten en zwakheden” is), een one-track mind, wat ook precies is wat hem zo onuitstaanbaar maakte voor zijn tegenstanders (en bij momenten voor zijn vrienden/volgelingen), wiens actieterrein doorheen de jaren quasi onveranderd bleef, waardoor het vrij zinloos is je aandacht als biograaf te richten op zaken die daar niks mee te maken hebben. Grammens leidde geen verborgen leven (hij had nauwelijks tijd om wat voor leven dan ook te leiden), zocht zelfs voortdurend de publiciteit op (dat was een essentieel deel van zijn actie): wat er over de man te vertellen valt, is dan ook perfect samen te vatten in een paar bladzijden, en dat is iets wat bijvoorbeeld de mensen van (De digitale) Encyclopedie van de Vlaamse Beweging gedaan hebben op deze webpagina (die, toegegeven, uiteraard nog niet bestond in het jaar dat Grammens overleed en dit boekje verscheen).

Nu zou ik voor de mensen die de naam Flor Grammens absoluut niet kennen, enigszins moeten uitweiden over wie hij was, maar laat ons wel wezen: wie nog nooit iets gehoord heeft over “de kladschilder van Edingen” (hij was ook kort parlementslid, maar dat is nauwelijks van belang, al werd door zijn aanwezigheid in het parlement de taalwetgeving ook daar nauwgezetter toegepast), is gewoon niet geïnteresseerd in de geschiedenis van de Vlaamse Beweging of denkt dat de resultaten die deze (helaas binnen belgië, iets wat Grammens zeker in de beginjaren van zijn activisme niét zou betreurd hebben) bereikt heeft er vanzelf gekomen zijn (ik denk dat je het resultaat van zijn acties kan samenvatten met de woorden van De Lentdecker: “De taalwetten lagen in hun wieg als onmondige borelingen: hij heeft ze tot volwassenen geschopt”). Ik ga dat dus niet doen, dat uitweiden, maar wel, om aan te geven dat De Lentdeckers stijl in Flor Grammens 1899-1985 helaas niet anders is dan degene die hij hanteerde in Requiem voor Leopold III (wat meteen nog een reden is om de voorkeur te geven aan een kortere biografie), één zin, de eerste, uit het boek meegeven: “Kristelijk gelijk een Vaderons en een Weesgegroet, vergroeid met het geloof en de tradities van zijn volk, katoliek gelijk de Heer het van Zijn heiligen niet meer dromen durft, eerlijker en onbaatzuchtiger dan de linkerhand die nooit wist wat de rechter kreeg of gaf, dapper, sportief, opvliegender dan een Waalse haan die Vlaamse kiekens op het erf krijgt, koppiger dan een kei die door de tijd toch het vel werd afgestroopt, sluwer dan een Reinaert die de passie voor de vossen preekt, strijdlustiger en oprechter dan een gedicht van Albrecht Rodenbach, beleefder dan de hoed die beseft aan welke handschoen hij het best door het hele land komt, koleriek gelijk een onweer in een zwoele zomer, akteur zoals men die in de teaters zelden aantreft, keurig burgerman in het avontuur van een condottiere, kleine ‘mei 68’ avant la lettre van jongeren die met een kongres van Zedenadel en een pauselijke boodschap over de rozenkrans als sterkste wapen, naïef, naar de slachterij van de Tweede Wereldoorlog togen, vitter en haarkliever, overtuigd demokraat die, waar hij kwam, alleen baas en leider wilde zijn, wantrouwige die nauwgezet de mening van anderen vroeg om des te beter zijn wil op te dringen, onvermoeibaar, ontembaar: Flor Grammens (85) was al jaren legende, monument en museum toen hij op 28 maart 1985 in Deinze overleed.” Wie zich dáár door geworsteld heeft, kan ook de rest van het boek wel aan, maar geef toe: mijn zinnen zijn daar niks tegen. Én De Lentdecker deed het erom. Zelfs als het veel korter kon, maakte hij het langer door hele series bijvoeglijke naamwoorden te gebruiken: “Hij moest lastig, onredelijk, onverdraagzaam, onverdraaglijk en onmogelijk zijn omdat hij bezeten was en gedreven werd door een geheimzinnige, uitzonderlijke, verterende kracht die het hem mogelijk maakte het belangrijke te realizeren dat Vlaanderen op een bepaald ogenblik nodig had, omdat hij gedreven werd door een zonderlinge zeldzame kracht die ook via zijn keikoppigheid en onmogelijkheid, voor Vlaanderen in korte tijd verwezenlijkte wat anders in geen jaren zou gebeurd zijn.” Dat is niet meer aangenaam om lezen, dat doet pijn aan je ogen.

Zoals het pijn aan het hart moet gedaan hebben om Grammens’ vrouw te zijn, iets wat dan ook niet vol te houden bleek: “Emilie De Roeck aanvaardde met geestdrift zijn huwelijksvoorstel. Zij heeft in hem geloofd, ze heeft om hem armoe geleden, affronten verbeten, zwaar leed gedragen. Zij heeft hem verdedigd, zij heeft hun kind groot gebracht. Zij heeft van hem gehouden. Hij, hij hield van Vlaanderen (…) Jaren is ze moedig en trouw geweest. Tot ze van verdriet en uitputting hem verliet, hem moest verlaten en, vergeten van teveel medestanders, diskreet dood ging (…) Toen hij vrij kwam [ten gevolge van zijn acties zat hij regelmatig voor kortere periodes vast, wat ook deel uitmaakte van zijn strategie, maar ten gevolge van de repressie na de Tweede Wereldoorlog spendeerde hij haast vijf jaar in de gevangenis, noot van mij] bleek weldra dat samenleven met hem onmogelijk was. Grammens aanvaardde dat in al die jaren Vlaanderen anders geworden was, hij aanvaardde niet, hij begreep niet dat, gemolesteerd door alle naweeën van de oorlogsverschrikking, zijn vrouw en zijn zoon geen slaven meer konden zijn, geen onrecht, geen dwingelandij meer konden torsen. Vanwaar of van wie die ook kwam… In de dagen dat zij van hem wegging – en er is méér moed nodig om een monument en een sieraad van Vlaanderen te verlaten dan om een gewone man adieu te zeggen – heb ik hem ontmoet. Dermate was hij doordrongen van het ‘onrecht’ hem aangedaan dat hij niet de moed had om naar mogelijke eigen schuld te zoeken bij het stranden van zijn huwelijk. Wat hem werd aangedaan, werd Vlaanderen aangedaan. Hij is nooit een Uilenspiegel geweest [iets wat hij zelf en zijn aanhangers wel beweerden, noot van mij]: hij heeft wel gedacht dat hij een martelaar was. ‘Ik heb dat niet verdiend, na al wat ik voor Vlaanderen heb gedaan’, zei hij. Alsof het offeren en het verwaarlozen van het geluk, het welzijn, de gezondheid, het leven, de liefde van een vrouw steevast met dankbaarheid moet onthaald worden omdat het ‘voor Vlaanderen’ gebeurt. Vlaanderen moet soms een brede rug hebben. De dag dat men het leed gaat beschrijven dat vrouwen moesten dragen om Vlaamse politici en idealisten van allerlei pluimage mogelijk te maken zal men niet genoeg hebben aan heelder biblioteken.” Dat De Lentdecker dat in deze biografie van Flor Grammens op zijn minst aangekaart heeft en Emilie De Roeck, en zovele andere vrouwen die in volstrekte anonimiteit hun offer brachten, niet heeft beschouwd als quantité négligeable, en dat in tegenstelling tot, bijvoorbeeld, de schrijver(s) van het lemma in de eerder genoemde Encyclopedie, is voor mij dan ook wat deze biografie nog wél het lezen waard maakt.

Björn Roose

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Ook iets te vertellen ? Ga je gang !