maandag 5 oktober 2026

Het land van de dwazen – Karel Van Isacker (boekbespreking door Björn Roose)

Het land van de dwazen – Karel Van Isacker (boekbespreking door Björn Roose)
Het is uiteraard mogelijk dat de naam Karel Van Isacker u iets zegt, maar als u ze van mijn boekbesprekingen heeft, dan ligt dat aan zijn broer Frans. Van die laatste besprak ik namelijk in juni van dit jaar (2026, voor wie met een tram later arriveert) de boeken De wereld verandert en Maar er is een uitweg, en tijdens de bespreking van het eerste deel van dat tweeluik, De wereld verandert dus, viel ook de naam van Karel, met name in de eerste paragraaf:

“Verschillen zijn belangrijk. Misschien niet zo belangrijk als gelijkenissen, maar toch. Zo is er een gelijkenis tussen Frans van Isacker en Karel van Isacker. Hun familienaam, inderdaad, maar ook hun afkomst: beiden waren zonen van Philip van Isacker. Beiden waren ook Vlaamsgezind (net als hun vader), en beiden ontplooiden enige activiteit als schrijver. Van Karel van Isacker heb ik Het land van de dwazen, De zaak Irma Laplasse – Stukken voor een dossier, Herderlijke brieven over politiek 1830/1966, en Ontwijding in mijn kasten zitten; van Frans van Isacker Posthume wandeling, Kortstondige onthoofding, Averechts verloop: Kroniek van een meedogenloze eeuw, Vijftig aan de wand, voorliggend De wereld verandert, en, ten slotte, Maar er is een uitweg.”

Het genoemde Het land van de dwazen heb ik ‘nu’, ‘t is te zeggen tijdens mijn in augustus ondernomen reis naar en in Italië, dus gelezen. Het land van de dwazen zijnde technisch gesproken een boek, of toch boekje, maar eigenlijk een pamflet. Een pamflet in grote letter, op net iets meer dan dertig bladzijden, en minstens zes drukken (want mijn exemplaar maakt deel uit van de zesde druk) beleefd hebbende bij Uitgeverij De Nederlandsche Boekhandel. Zes drukken? Voor een pamflet? Dan moet dat toch razend interessant geweest zijn? Misschien wel, maar een druk zegt ter zake niets, tenzij je ook mag vernemen hoeveel boeken er in elke druk zaten. En dát is info die de koper/lezer van dit boekje niet meekrijgt, in tegenstelling tot de poging tot verkorte weergave op de achterflap: “Het land van de dwazen, dat is het land waar de natuur stelselmatig wordt vernield, waar schoonheid en oorspronkelijkheid worden opgeofferd aan de welvaart; het land met de vergiftigde lucht, met het lawaai en de stank van de steden, met het vernielde landschap… Het land van de dwazen, dat is het land waar men het normaal vindt acht uur per dag, vier vijfden van het leven, weg te gooien aan een zinloos werk dat de mensen leeg maakt en verstikt; het land waar men in ruil voor een salaris graag zijn ziel en zijn vrijheid prijsgeeft…”

Een uniek land, klaarblijkelijk, want dit boekje heeft per slot van rekening niet de titel ‘De landen van de dwazen’ of iets dergelijks meegekregen. Een land ook waarvan je zou kunnen vermoeden dat het bijna zevenenzestig jaar na publicatie van de eerste druk van dit boekje (gedateerd op december 1969) toch wel helemáál naar de vaantjes zou zijn. Een land dat het desondanks lang genoeg gered heeft om me toe te laten er op dit moment nog een boekbespreking in te schrijven.

Ja, goed, dit “essay” – dat is althans hoe dit pamflet op de achterflap genoemd wordt – is “niet bedoeld (…) als een bittere, negatieve kritiek” en het “richt [zich] tot de mensen van goede wil, die de dwaasheid nog kunnen zien en durven geloven dat het mogelijk is anders te leven”, maar “de vraag waarmee onvermijdelijk de jonge generatie”, die van mei ‘68 met andere woorden, “in haar rijpe jaren zal geconfronteerd worden, indien wij de weg der verdwazing blijven volgen”, zijnde of “er nog een ander perspectief over[blijft] dan het angstige dilemma: de ondergang van de wereld der techniek in de katastrofe van een atoomoorlog, of de verknechting van het totalitaire communisme”, die de auteur zich op de laatste bladzijde van het boek stelt, is inmiddels al door een paar generaties verder te beantwoorden, en hoewel de kans op een atoomoorlog en totalitair communisme nog steeds reëel blijft (in de eerste plaats in Europa en wel op instigatie van de ‘democraten’ – “door het bedrieglijke woord democratie blijft de schijn bewaard van een openbaar leven, geregeld met onze instemming en volgens onze wil”, dixit Van Isacker - die ons daar zogezegd tegen zouden willen beschermen), lijkt op z’n minst de keuze tussen beide van het menu verdwenen: geef eurocraten en Navo-zeloten een kans en ze schotelen u een, ons uiteraard door de hele wereld benijde, combinatie van beide voor. Een lichte hyperbool van mijnentwege, ik geef het toe, maar nog niet half zo hyperbolisch als wat Van Isacker allemaal in zijn “essay” neerschrijft.

Ja, er zijn jobs waarvan het enige doel lijkt te zijn de staat rijker te maken (doordat de staat zestig procent van het loon inpikt) of daar een min of meer aanvaardbare reden voor te hebben (ambtenaren waarvan het loon óók weer voor zestig procent door de staat wordt ingepikt), maar om nu te zeggen dat werkmensen “worden opgezogen door de kantoren en fabrieken”, om daar “zinloze dingen” te doen zoals “schrijven en rekenen, en (…) de papieren massa’s [vermenigvuldigen] waarmee de bureaucratie over het leven heerst”, “achter loketten [zitten]”, “stempels [slaan] (…) kaartjes [knippen]”, “bouwen en sjouwen en (…) als automaten aan de band [staan]”, is misschien net iets te deprimerend samengevat om nog correct te wezen. Iets wat allicht ook “de provo’s, de beatniks, de hippies en de hele fauna van de jeugd in verzet” die volgens Van Isacker toen gelijk hadden, intussen hebben ingezien: “Liever breken met een maatschappij die uitsluitend bedacht is op geld en prestige, dan zichzelf prijs te geven. Liever breken met het bourgeoisbestaan in appartementen zonder geest, te midden van bezittingen die de mens armer maken. Liever breken met een stelsel dat berust op de consumptie van de massa en tiert naarmate het publiek het smaken verleert en als vee naar de aankoop van het bestgeprezen standaardartikel wordt gedreven. Liever alles afwijzen en bezitloos zijn, maar vrij en waarachtig, werkend als het zin heeft en de zelfgekozen weg volgend, samen met al wie het prijsgeven van zichzelf als het ergste kwaad beschouwen. Liever in de ban leven, dan enig aandeel te hebben in de roofbouw op de zelfstandigheid”, klonk kennelijk goed zolang iedereen die naar de woorden luisterde (of ze las) high was, maar al snel daarna viel de klank weg, en nog een paar decennia later bestaat de hoogste ‘vrijheid’ er klaarblijkelijk in je zelf- of zelfs door een ander verzonnen gender te kunnen ‘beleven’ mét alle mogelijke luxe-artikelen bij de hand, waarbij het feit dat omstaanders constateren dat de koning in z’n blootje rondloopt uiteraard de fout van die omstaanders is, en het feit dat de wereld ook zevenenzestig jaar na het voor het eerst verschijnen van dit boekje nog steeds op den hond zijn ellebogen trekt de fout is van de volwassenen die het probleem nu ook maar moeten oplossen, wat toch weer eens wat anders is dan “breken met een stelsel” of “alles afwijzen en bezitloos zijn”.

En ja, “De mensen zijn ook aan zoveel gewoon geraakt. De bruutste beelden over de wereldnood, door de televisie in de woonkamer gebracht, bekijken zij met dezelfde onaandachtzaamheid als een toneel op de vismarkt of de drukdoenerij van ministers op reis naar een conferentie. Een jaar geleden kregen wij een uitzonderlijke kluif: het verhaal van een Nigeriaanse militair die een gevangene uit Biafra afslachtte. Een cameraman had de gebeurtenis rustig gefilmd, zodat men alles kon meeleven”, zal eind de jaren 1960 als heel wat geklonken hebben, maar intussen zijn we in een wereld terechtgekomen waarin iederéén cameraman kan spelen, waarin we zelfs de fase van het benoemen van geweld als ‘zinloos’ voorbij zijn, en waarin het nog nauwelijks mogelijk is een onderscheid te maken tussen kunstmatig gecreëerde beelden en echte (uiteraard veelal door degene die ze publiceert verknipte) beelden, waardoor we zélfs als we niet aan “zoveel gewoon geraakt” zouden zijn geen andere keuze meer hebben dan ofwel dat soort beelden negeren ofwel ze voor potentieel vals houden.

En ja, “Vlak buiten Antwerpen was de polder twintig jaar geleden nog ongerept”, maar het is er ondanks het gelamenteer van Van Isacker alleen maar gerepter op geworden. En waar het er niet gerepter uitziet, daar bedriegen je ogen je. ‘Containernatuur’, zoals Johan De Vriendt, auteur van Heimweeën, het zou noemen, is namelijk alles behalve natuurlijk en dient vooral contained te blijven.

En ja, nog steeds trekken “miljoenen vakantiegangers” naar allemaal dezelfde plekken op de wereld – tegenwoordig gelukkig (voor mij) vaker met het vliegtuig dan met de auto – en “zoeken zij [bezeten] de plaatsen waar de massa het dichtst opeenligt”, maar ik mag er niet aan denken dat ze met z’n allen, daar al dan niet toe aangezet door een of ander influencer die zelfs het eten van een gebakje met op de achtergrond een of andere berg tot een hype weet te maken, naar die plekken zouden trekken waar ik, niet echt bezeten door de drang te gaan waar iedereen gaat, mij heen begeef.

En ja, mogelijk “is de diepste eenzaamheid van de mens in deze tijd: het uitblijven van een antwoord op de vele vragen, het zwijgen of het verraad van de instituten die hem geloof en hoop moeten geven, en de onmogelijkheid, hierdoor, de lot- en geestgenoten terug te vinden”, maar wie daarnaar op zoek is, zou ik het lezen van boeken aanraden. Van véél boeken. Van veel onderling tegenstrijdige, en daardoor dikwijls bij mekaar aansluitende, boeken. Maar niet noodzakelijk van deze klaagzang van Karel Van Isacker.

Björn Roose

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Ook iets te vertellen ? Ga je gang !