donderdag 26 februari 2026

Onder filosofen – 15 ontmoetingen uit de geschiedenis van de filosofie – Thijs Lijster & Jan Sietsma (boekbespreking door Björn Roose)

Onder filosofen – 15 ontmoetingen uit de geschiedenis van de filosofie – Thijs Lijster & Jan Sietsma (boekbespreking door Björn Roose)
De titel van voorliggend werkje, Onder filosofen – 15 ontmoetingen uit de geschiedenis van de filosofie, deed me meteen terugdenken aan een boek dat ik jaren geleden las (en misschien nog eens moet herlezen): Denkers in de ring – Filosofische polemiek uit 25 eeuwen. Onterecht, helaas, want Thijs Lijster en Jan Sietsma, auteurs van het eerstgenoemde, in 2005 bij Klement/Pelckmans verschenen, boekje van zo’n honderd bladzijden hebben een veel minder interessante ‘bundel’ afgeleverd dan Maarten Doorman en Willem Visser, samenstellers van laatstgenoemde boek, driehonderdzestig bladzijden dik en in 1995 verschenen bij Ooievaar Pockethouse. Al werden een paar van de 15 ‘ontmoetingen’ twintig jaar eerder ook wel opgenomen in ‘de ring’, meer bepaald Jean Paul Sartre versus Albert Camus en Friedrich Nietzsche versus Richard Wagner, en komen van de filosofen die verder in die ‘ontmoetingen’ betrokken zijn in ‘de ring’ ook nog elk op zich Plato, Desiderius Erasmus, David Hume, Immanuel Kant, Georg Wilhelm Friedrich Hegel, Arthur Schopenhauer, Heinrich Heine, Karl Marx, en Ludwig Wittgenstein aan de beurt.

Waarmee we het echter wat de gelijkenissen tussen beide boeken betreft wel zo’n beetje gehad hebben. Doorman en Visser leidden in hun boek telkens de genoemde filosoof in en gaven dan het woord aan hemzelf (geen ‘haarzelf’ inderdaad, net zomin als bij Lijster en Sietsma het geval is), wat voor minder filosofisch aangelegde mensen al niet altijd tot gemakkelijke lectuur leidt, maar Lijster en Sietsma vonden dat laatste niet nodig. Ze schrijven over elk van de (quasi-)ontmoetingen en de zich ontmoetenden een stuk, lullen een eind weg over de theorieën die (al dan niet bij die gelegenheid) werden ontvouwen, en daarmee moet je het als lezer doen. “Van dit andere, dat zich niet in begrippen laat vastleggen, gaat een appèl uit”, schrijven ze in het hoofdstuk over (Emmanuel) Levinas & (Jacques) Derrida: “Men kan het andere niet negeren, men moet er recht aan doen door het op te nemen in de interpretatie. Maar de interpretatie zal altijd tekort schieten (omdat een verschijnsel de context immers altijd transcendeert) en zo doet iedere interpretatie het andere tegelijkertijd onrecht aan. Zo zet Derrida ook vraagtekens bij Levinas’ behandeling van de begrippen ‘oneindigheid’ en ‘de ander’; totaliseert hij ze zelf niet?”. Een uitleg waarvan ik me in alle oprechtheid afvraag of Derrida die zélf ingewikkelder kan gemaakt hebben en of ik dan niet liever diens Adieu à Emmanuel Levinas of Geweld en metafysica had gelezen, werken die ik overigens – eerlijk is eerlijk – slechts kan opnoemen omdat de titels ervan achteraan in het boekje, onder de noemer Gebruikte en geciteerde literatuur, zijn opgenomen.

“Filosofen zijn namelijk net mensen. Ze komen bij elkaar op bezoek, blijven te lang hangen in cafés, roken veel te veel, verzetten zich tegen de autoriteiten en verwachten dat dit allemaal door diezelfde gezagsdragers wordt gefinancierd”, luidt het in het Voorwoord, en ten dele hebben Lijster en Sietsma zich ook met die aspecten van de ‘ontmoetingen’ beziggehouden, maar hun pogingen om in zeer kort bestek eveneens de minder aardse aspecten daarvan samen te vatten, zijn ook minder geslaagd. Nog los van het feit dat die aardse aspecten daardoor niet genoeg ruimte krijgen. Als de heren over Albertus Magnus schrijven dat “zijn grote kennis en brede belangstelling (…) ook tot geruchten [leidden]” en dat hij “een machine met vrouwelijke kenmerken (een zogeheten ‘androïd’) [zou] hebben gefabriceerd, die bovendien salve (gegroet) kon zeggen”, iets waarmee Thomas van Aquino “minder ingenomen [schijnt] te zijn geweest”, waarop hij “het duivelse knutselwerk aan diggelen [sloeg]”, verdient dat wat meer uitleg dan dat halve paragraafje en krijg je als lezer eerder het gevoel dat je informatie wordt onthouden dan dat je er gewonnen hebt. Net zoals dat ook het geval is wat betreft de contacten tussen Desiderius Erasmus en Pieter Gilles, die ter sprake komen in het hoofdstuk Erasmus & More, of de korte aandacht die gewijd wordt aan More’s Responsio ad Lutherum in datzelfde hoofdstuk. Wie echt meer wil weten over de verhoudingen tussen, bijvoorbeeld, Wagner en Nietzsche, de Frankfurters Walter Benjamin en Theodor Adorno, of Edmund Husserl en Martin Heidegger (wat toch weer eens een ander thema is dan de verhouding tussen Hannah Arendt en diezelfde Martin Heidegger, al zaten er overeenkomsten in), zou ik dan ook ten hoogste de al eerder genoemde lijst van Gebruikte en geciteerde literatuur aanraden.

Björn Roose

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Ook iets te vertellen ? Ga je gang !