vrijdag 13 februari 2026

Pratend door Vlaanderen – Frans Van Mechelen (boekbespreking door Björn Roose)

Pratend door Vlaanderen – Frans Van Mechelen (boekbespreking door Björn Roose)
Dat Pratend door Vlaanderen van Frans Van Mechelen als ondertitel Ministeriële en niet-ministeriële evenwichtsoefeningen op de praatbalk meekreeg, is uiteraard geen toeval: dit boekje werd uitgegeven bij De Clauwaert v.z.w. in 1974, zo’n twee jaar nadat er een einde kwam aan Van Mechelens periode als Minister van Nederlandse Cultuur (een functie die destijds bestond in de belze federale regering wegens het nog niet bestaan van een Vlaamse ‘regering’), een periode die duurde van 1968 tot 1972, waarna Van Mechelen nog een jaar of vier volksvertegenwoordiger bleef spelen en wellicht (nog) wat meer tijd had om te schrijven.

Dat laatste zijnde een activiteit die de schrijvelaars van Wikipedia niet opviel, of die ze de moeite van het vermelden niet waard vonden, maar die van de Encyclopedie van de Vlaamse Beweging (sinds het digitaal gaan kennelijk niet meer voorzien van het epitheton ornans ‘Nieuwe’) wél. Daar, bij de Encyclopedie van de Vlaamse Beweging, verwijzen ze dan weer door naar ODIS, “de contextuele webdatabank voor de studie van intermediaire structuren in de 19de en 20ste eeuw” (whatever that is), van waar een link ligt naar KULeuven Libraries, waar correct wordt vermeld dat dit boekje het nummer 52 is in de Novellenreeks (van De Clauwaert dus). En dat mag dan wel zo wezen, maar in de feiten klopt het helemaal niet. Als Pratend door Vlaanderen een novelle is, ben ik de keizer van China.

Goed, goed, zelfs als u van dat laatste overtuigd bent, kunnen de titels van de hoofdstukken u daar meteen al van af brengen: Wat een spreker nooit of altijd doet, Vorm en inhoud zijn één, en Hoe een spreker evolueert, lijken me – bad pun intended – boekdelen te spreken. Mocht u dan echter nog twijfelen, geef ik u graag de titels van de subhoofdstukken uit Vorm en inhoud zijn één mee. Na een inleiding eindigend met de woorden “Er bestaat niet één enkele spreekvorm. Er zijn er vele. En ieder hiervan vergt naast een aangepaste inhoudsbenadering een even noodzakelijke, aangepaste vormgeving. Laten we er samen enkele onder de loep nemen.”, volgen volgende titels elkaar op: De akademische zitting of de plechtige inzet van een grootse viering, De massavergadering, Lezingen en konferenties, Het referaat, De spreekbeurt, De parlementaire redevoering, en ten slotte Kolleges.

Nummer 52 in de Novellenreeks van De Clauwaert v.z.w. is dus allesbehalve een novelle, al is het ook weer geen schriftelijke weerslag van – ach ja, ik kies er maar eentje uit, uit het rijtje hierboven – een spreekbeurt over geklets. “Dit boekje handelt (…) over de belevenissen van een ‘goed’ spreker’, schrijft Van Mechelen in zijn inleiding, Wat een spreker nooit of altijd doet, waarin hij het – hoe toepasselijk – over inleidingen heeft, en die belevenissen zijn de zijne, maar hij gebruikt die belevenissen om te illustreren wat hij over spreken te, euh, schrijven heeft. Pratend door Vlaanderen houdt daarmee ergens het midden tussen ‘de avonturen van een minister’, de evenwichtsoefeningen waarvan sprake in de ondertitel, en een – kort, zij het met zijn achtenzeventig bladzijden niet naar de normen van De Clauwaert – instructieboekje voor ándere sprekers. Dat levert dan stukken als deze (over de inleiding op): “Je moet namelijk goed weten dat een spreker steeds begint met een inleiding. Die inleiding kan op velerlei aangelegenheden betrekking hebben, zo bijv. op de organisatoren van het feest, ofwel op de reden waarom hij een half uur te laat is gekomen of op om het even wat! Als het maar onmiddellijk de aandacht van het publiek weet te vangen. Indien je echter niet zo gauw een goede inleiding vindt, kun je het Engelse voorbeeld navolgen. Zeer veel Engelse orateurs vangen nl. met een klein verhaaltje aan, zoals het vroeger bij de gewijde sprekers op de preekstoel algemeen de gewoonte was. Bij gebrek aan de eerste twee hulpmiddelen begin je gewoon met de ontleding van de titel van de conferentie. Wanneer dat achter de rug is, heb je gewoonlijk al een hele tijdspanne volgepraat. Dat truukje is erg doeltreffend wanneer het onderwerp je relatief onbekend is.” Maar ook stukken als deze (over gestoord worden tijdens een toespraak): “Na de zitting hebben vrienden mij verteld dat het de liberale jeugd was die in stoet voorbij het hoge gebouw getrokken was. Ik neem aan dat dit voorbijtrekken een zuiver toeval was en niet bedoeld om mij of mijn gehoor af te leiden. Dat het de liberale jeugd was, heb ik mij niet alleen laten vertellen, maar heb ik ook kunnen afleiden uit het feit dat er vele blauwe vlaggen waren, en dat niet iedereen mij zeer oud toescheen.”

Grappig? Bij momenten wel, ja, bijvoorbeeld hier: “Een vreemde brief – via Jan bij mij terechtgekomen – luidde als volgt: ‘Wij hebben reeds alle goede sprekers over dit onderwerp gekontakteerd, evenwel zonder resultaat. Daarom zijn we zo vrij op u een beroep te doen!’”. Maar verre van zo grappig als Ernest Claes in zijn Voordrachtgevers zijn avonturiers. Ik zou wie per se eens iets over voordrachten wil lezen dan ook het boek van Claes ruim boven dat van Van Mechelen aanraden. Zelfs al heeft Claes niet tussen mensen verkeerd waarover hij achteraf dit kon schrijven: “Een heel biezondere soort van spreken is wel de parlementaire redevoering. De spreker staat hier voor het meest gesofistikeerde; men zou haast zeggen, het meest geblaseerde publiek dat denkbaar is. Inderdaad, in het parlementair halfrond volgen de redevoeringen elkaar eigenlijk ononderbroken op. Een stroom van slordige en/of keurige spreekbeurten wordt op de aanwezigen losgelaten. Er worden zoveel oratorische, retorische en andere sprekerskunsten aangewend, dat ik ieder die zich bekwamen wil in de kunst van het spreken, aanbeveel een stage in het parlementair milieu door te maken”. Wat toch duidelijk van vele decennia voor het onze dateert, want iedere godvergeten ‘volksvertegenwoordiger’ lijkt nu van dezelfde coach les gehad te hebben. Een coach die hen allemaal hetzelfde toontje, dezelfde gebaren, dezelfde trucjes heeft aangeleerd. Dat dat alles voor de aandachtige luisteraar/kijker niet verbergt dat het de heren en dames ‘volksvertegenwoordigers’ uiteindelijk maar om één ding gaat, zichzelf verkopen, dat heeft die coach hen duidelijk niét verteld…

Björn Roose

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Ook iets te vertellen ? Ga je gang !