vrijdag 20 februari 2026

Amorfe figuren – Roberto Matta (1911-2002) en de kracht van fluo – Naomi Meulemans (boekbespreking door Björn Roose)

Amorfe figuren – Roberto Matta (1911-2002) de de kracht van fluo – Naomi Meulemans (boekbespreking door Björn Roose)
Eerlijk is eerlijk, ik ben geen onvoorwaardelijke fan van wat ‘moderne kunst’ wordt genoemd. Niet dat ik alles wat onder die noemer valt per definitie zou verwerpen, maar – los van het feit dat het etiket nogal onzinnig is en ook ‘schone’ kunst ooit modern was – ik ga geen geld uitgeven aan een tentoonstelling ervan als die tentoonstelling niet minstens een combinatie met ‘schone’ kunst inhoudt. Ik zou voorliggend nummer XXXVI in de serie Phoebus Focus, gewijd aan een werk van de Chileense schilder Roberto Matta, Amorfe figuren genaamd, dan ook nooit gekocht hebben, maar ik kreeg het, zoals nu al zovele jaren het geval is met de voorgangers ervan, gratis bij de nieuwste editie van OKV-magazine, wat er dus een spreekwoordelijk gegeven paard van maakt. Een gegeven paard dat ik dan toch maar in de bek heb gekeken. Om daar, helaas, niet al te veel te vinden.

Ja, dit hoe dan ook weer verzorgd uitgegeven en vol beeldmateriaal zittende boekje is ongeveer het standaard aantal bladzijden in de serie dik, zijnde zo’n vijfennegentig, maar inclusief het Voorwoord van Katharina Van Cauteren zijn er daarvan nog geen negentien gevuld met tekst (en dan heb ik zeer ruim gemeten). De witruimte spat er zelfs op de tekstpagina’s van af en aan de vijftien bladzijden afbeeldingen van het, al dan niet onder blacklight gehouden, schilderij in kwestie heb je ook al niet zoveel: amorfe figuren zijn en blijven het, en voor een niet-kenner als ik draagt ook de herhaling daarvan niets bij aan de waardering ervoor. Zelfs niet – vandaar die blacklight en uiteraard de titel – als een deel van die figuren geschilderd is met fluorescerende kleuren. En al helemaal niet als inleider Katharina Van Cauteren of auteur Naomi Meulemans, die ook al het nummer XIV gewijd aan Karel Appels Vogel bij mekaar pende, er lyrisch gaat zitten over doen. Een zin als deze (in het Voorwoord) zorgt er voornamelijk voor dat ik me afvraag hoeveel de Phoebus Foundation voor dat schilderij betaald heeft: “De Amorfe figuren zien er bij daglicht compleet anders uit dan in het (half)duister. Pas dan komt het raadselachtige landschap tot leven, in een betoverende gloed die haast buitenaards lijkt: een toegangspoort tot een andere dimensie. Hier, in deze ongeziene werkelijkheid, fluisteren schaduwen en versmelten ongrijpbare, archetypische figuren tot een soort kosmisch geheel. De werkelijkheid lijkt slechts een vluchtige illusie en de verbeelding viert hoogtij. Via zijn werken nodigt Matta de toeschouwer uit om de confrontatie aan te gaan met de dieptes van het onderbewustzijn.” Een onderbewustzijn dat mij zei dat die Amorfe figuren niet zouden misstaan op een van die goedkope pocketuitgaven van science-fictionverhalen uit de jaren 1970, uitgaven die door de band genomen voorzien waren van covers die absoluut niks te maken had met het verhaal.

Maar misschien heb ik die covers nooit goed genoeg bekeken. “Als je het [schilderij] met een vergrootglas bestudeert”, schrijft Naomi Meulemans immers, “lijk je te worden opgezogen door mathematische berekeningen, maar op een afstand kijk je naar een abstracte, verzonnen theorie, een kunstwerk dat tegelijk een geloofsbelijdenis is.” “Is dit een voorstelling van het hiernamaals, een buitenaards leven? Of kijken we naar een onderwaterwereld vol vervormde zeepaardjes en pantoffeldiertjes?”, vraagt ze zich verder over die “geloofsbelijdenis” nog af, maar tegen dat ik daar gekomen was, was ík me al aan het afvragen hoe dat zat met háár “geloofsbelijdenis”. De voormalige architect, in de leer bij Le Corbusier, als schilder enigszins beïnvloed door Salvador Dali en André Breton, en een groot deel van zijn leven werkend vanuit het voormalige La Bandita-klooster in het Italiaanse Tarquinia (halverwege tussen Rome en het schiereiland Monte Argentario), stelde volgens haar namelijk niet alleen “specifieke eisen voor zijn doeken, waardoor ze steevast uit één stuk vervaardigd zijn, met oog voor kwaliteit en ambachtelijkheid”, maar moet ook “een zeer goede kennis gehad hebben van zijn schildersmaterialen en maakte daarvan in zijn interpretatie van de werkelijkheid ook een meerwaarde”. Wat uiteraard kán, maar van waar het een nogal lastige overgang is naar wat Van Cauteren al in haar inleiding schrijft: “(…) wat ooit een spannende innovatie was, is vandaag vaak een pain in the ass voor restauratoren. Van goede oude olieverf is immers bekend hoe die veroudert, maar nieuwe technieken vergaan op nieuwe manieren en vaak aan een ras tempo.” Of zoals Meulemans zelf schrijft: “Vóór 1940 werd het fluorescerende pigment dat Matta in Amorfe figuren verwerkte voornamelijk in een industriële context toegepast. Het werd zelden als pigment in tekeningen of schilderijen aangewend (…) Traditionele schilders waren terughoudend om die te gebruiken, uit angst voor de negatieve effecten op de kwaliteit en veroudering van hun werk.” Waarna Meulemans voor elk wat wils schrijft: “Kunstenaars als Roberto Matta trokken zich daarvan maar weinig aan” op de ene bladzijde; “Het pigment heeft slechts een levenstermijn van honderd jaar. Het is niet duidelijk of Roberto Matta hiervan op de hoogte was” op de volgende; en “(…) zelfs als dat het geval was, weten we niet of hij veel belang hechtte aan de duurzaamheid van zijn werken” daar weer meteen achter. Voor een eenvoudige jongen als ik, die hoopt na het lezen van zo’n boekje over een man die “de kracht van het fluorescerende pigment” kende en wiens “nieuwsgierigheid en artistieke experimenten (…) hem ertoe [brachten] een nieuwe, weinig geëxploreerde kant van de pigmententheorie te verkennen”, is dat allemaal helaas een weinig verwarrend. Niet dat ik, in plaats van de restaurator, dan meteen last krijg van “het problematische verouderingsfenomeen” waardoor “het oplichtende fluopigment in een melkachtige en uitgedoofde pastelvariant van de oorspronkelijke tint [verandert]”, maar mijn begrip voor en mijn verstaan van de schilder wordt er ook niet groter door. Terwijl net dát was wat ik hoopte te bereiken door dit boekje te lezen.

Björn Roose

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Ook iets te vertellen ? Ga je gang !