Het is nog niet eens zo lang geleden dat ik een ander boek van Milan
Kundera, met name Onwetendheid,
besprak, dus zal ik de vorig jaar overleden auteur niet opnieuw aan u
voorstellen. Het is echter wél al een tijdje geleden dat ik dit
boek, Afscheidswals, gelezen heb. Niet zo lang als het
geleden is dat ik Onwetendheid besprak uiteraard, zó goed
houd ik de volgorde van mijn besprekingen nog wel aan, maar toch van
tijdens de laatste helft van mijn zomerverlof, ‘t is te zeggen, in
de eerste paar weken van augustus. Omdat ik behalve met het
publiceren van boekbesprekingen (waarin ik een achterstand van
verschillende maanden heb) ook wat achter ben met het bespreken zelf
(op dit moment liggen er nog drie ‘af te handelen’ exemplaren op
mijn bureau), én extra vertraging opgelopen heb door het afscheid
dat ik nam van mijn vorige werkgever en mijn entrée bij de
volgende. Een vertraging die het personage, of toch een van de
personages, rond wie de Afscheidswals draait, óók oploopt,
al is er dan in het geval van mijn afscheid géén dode gevallen
(ongeacht het antwoord op de vraag of het om doodslag of moord,
eventueel à la Raskolnikov, gaat), kwam er weinig dramatiek
bij te pas, en heeft de voorbije week voor mij aangetoond dat er na
elk einde (zoals verhoopt) een nieuw begin komt, iets wat toch ook
nog uit de laatste korte hoofdstukken van Afscheidswals
blijkt, althans voor een aantal van de personages.
De tekst op de achterflap van mijn in 1991 bij Agathon/Ambo
uitgegeven exemplaar (de oorspronkelijke, nog in het Tsjechisch
geschreven, versie verscheen in 1972) is, vooral door de gehanteerde
formuleringen, een beetje kort door de bocht, ze houdt pistes die in
het boek mogelijk zijn zonder meer voor werkelijke pistes en negeert
andere totaal, maar inhoudelijk kan ik het toch niet veel beter
samenvatten, dus neem ik ze graag even over: “De verpleegster
Růžena ziet in de
seksualiteit een mogelijkheid om zichzelf te bevrijden. Ze beeldt
zich in dat ze zwanger is van de beroemde trompettist Klíma, maar al
snel blijkt dat de vrijheid waarnaar zij verlangt, noch die welke hij
wil behouden, bestaat. Terwijl zij hun spel van list en bedrog
spelen, worden het ongewilde vaderschap en het gewenste moederschap
twee oncontroleerbare krachten die het leven van iedereen gaan
beheersen. Ieder doet al het mogelijke om het lot te manipuleren,
zoals dokter Škréta,
die het algemeen welzijn dient door de zogenaamde onvruchtbare
vrouwen die voor behandeling in zijn kliniek komen, te injecteren met
zijn sperma. De personages worden achtervolgd door spijt over
verloren kansen, maar zodra ze er een keer in slagen een kans te
grijpen, blijkt de oorspronkelijke inhoud ervan verdwenen. Alle
figuren leven in een klucht waaruit ze niet kunnen ontsnappen.”
Wie daaruit bijvoorbeeld zou afleiden dat Růžena
niet écht zwanger is, iets waar genoemde Klíma op een zeker moment
van uitgaat, zit er naast, want dat is ze wel. Wie er van uit gaat
dat ze het niet van hem is, kan zich ter zake beroepen op de
kansberekening, iets wat Klíma eveneens doet, maar krijgt daarover
geen zekerheid. Wie het boek leest, zal echter in ieder geval merken
dat het behalve een drama ook ‘gewoon’ spannend is, en dat ik hem
door dit boek ter lezing aan te raden géén deprimerend stuk
literatuur (een stuk van zo’n tweehonderdtwintig bladzijden dan
nog) in de maag heb gesplitst. Of in ieder geval niet voor wie er
geen behoefte aan voelt verder onder de oppervlakte te gaan kijken.
Zoals de Engelstalige Wikipedia immers weet te melden:
“Zoals de meeste van Kundera’s werken is Afscheidswals een
boek met veel lagen. Aan de oppervlakte is het een komedie of een
burleske. Maar die komedie is alleen maar de bovenkant van het
verhaal dat veel donkerder en meer ambigue tonen bevat.”
Over de inhoud verkies ik niet te veel weg te geven - wie echt meer
wil weten, verwijs ik weerom graag naar de Engelstalige Wikipedia
-, maar ik kan wel zeggen dat de hele actie zich afspeelt over vijf
dagen (de hoofdstukken zijn dan ook Eerste dag, Tweede dag,
enzovoort gedoopt) en wel in een Tsjechische badplaats. Niet zoiets
als Františkovy Lázně,
Mariánské Lázně, of Karlovy Vary (Karlsbad), een
badplaats waar de bezoeker ook nu nog (ik was er twee jaar geleden)
de gevolgen van de neergang onder het communistisch regime kan
waarnemen, al is er dan veel ondernomen om die te stoppen en terug te
draaien, maar iets kleiners, provincialers,
geschikters om in mineur afscheid van te nemen. Gewoon iets – al
ken ik na drie reizen naar Tsjechië het land niet goed genoeg om een
expert te zijn of me er als een voor te doen - Tsjechischer
eigenlijk. Geen
Praag, geen bombast, geen uitbundigheid, niet eens iets dat echt
bibbert van de kou of stooft in de zon, simpelweg iets dat ook
vanzelf langzaam zal verdwijnen en dát
in tegenstelling tot de communistische dictaturen in Midden- en
Oost-Europa die quasi overnight
de geest gaven, maar toen Kundera (die pas een paar jaar later
definitief naar Frankrijk zou verkassen) dit verhaal schreef nog
springlevend waren en dus ook – veelal in een van de genoemde
diepere lagen, maar soms direct in beeld – in dit verhaal opduiken:
“‘Vervloekt socialisme,’ liet Klíma zich daarna ontvallen.
‘Hoezo?’ ‘Ach, hou toch op. Ze dwingen ons steeds om gratis op
te treden. De ene keer ten bate van de strijd tegen het imperialisme,
de andere keer voor een herdenking van de revolutie, de derde keer op
de verjaardag van een of andere potentaat – en als ik niet wil dat
ze ons opheffen, dan moet ik met alles instemmen (…)’”.
“Kundera zag zichzelf”,
lees ik op Unherd,
“nooit als een politiek man, als een moralist, een liberaal, een
conservatief, of als een auteur van teksten waarvan de hoogste
bestemming was in filmscripts te worden omgezet. Hij was simpelweg
een verteller.” Dat kan kloppen, hij – die
overigens ook, zoals het een postmodernist betaamt, regelmatig zelf
tussenkomt in zijn verhaal en bijvoorbeeld commentaar levert op de
personages die hij per slot van rekening zelf heeft geschapen, soms
zelfs in de vorm van verschillende mogelijke redenen waarom ze op een
bepaalde manier handelen - laat
wel zo’n beetje alle klokken luiden waar het het eventueel
gewelddadig beëindigen van Růžena’s
zwangerschap betreft, maar ik kon
toch wel het standpunt van de Amerikaan Bertlef ter zake waarderen:
“Moord is een woord dat te veel naar de elektrische stoel riekt (…)
Het gaat om iets anders. Kijk, ik vind dat je het leven in alle
facetten moet aanvaarden. Dat is het allereerste gebod, nog vóór de
tien geboden. Alle gebeurtenissen liggen in Gods handen en van ons
lot weten we niets af – waarmee ik wil zeggen dat het leven in al
zijn facetten aanvaarden betekent het onvoorziene aanvaarden. En een
kind is het onvoorziene bij uitstek. Een kind is de onvoorzienigheid
zelve. U weet niet wat ervan wordt, wat het u zal brengen, en juist
daarom moet u het aanvaarden. Anders leeft u maar half, anders leeft
u maar als iemand die niet kan zwemmen en aan de rand van de zee
pootjebaadt, hoewel de werkelijke zee alleen de diepte is.” Terwijl
ik overigens ook zeer goed kan (bad
pun intended)
leven met het standpunt van personage Jakub, degene die afscheid komt
nemen, over de ultieme zelfbeschikking (met dien verstande dat ik
niet vind dat een ander op de een of andere manier kan gedwongen
worden te helpen bij de uitvoering daarvan): “Toen ik destijds een
jaar in de gevangenis had doorgebracht, begreep ik één ding. Een
mens moet altijd ten minste één zekerheid hebben: dat hij de baas
blijft over zijn dood en dat hij het tijdstip en de wijze waarop zelf
zal kunnen bepalen. Wanneer je deze zekerheid hebt, kun je heel veel
verdragen. Je weet altijd dat je kunt ontvluchten op het moment dat
je uitkiest.” Maar
goed, Jakub zegt en denkt dan ook wel méér verstandige dingen: “Het
joeg Jakub altijd angst aan dat degenen die toekijken bereid zijn de
beul te helpen het slachtoffer vast te houden. Want de beul is in de
loop van de tijd veranderd in een huiselijke en vertrouwde figuur,
terwijl een vervolgde enigszins naar aristocratie ruikt. De ziel van
de massa die zich vroeger met vervolgde ellendigen identificeerde,
identificeert zich vandaag met de ellende van de vervolgers. Want
mensenjacht is in onze eeuw een jacht op bevoorrechten: op hen die
boeken lezen of een hond hebben.” Om dat van die hond te begrijpen,
moet u ‘helaas’ het boek lezen, maar bij de rest van die uitleg
heeft u allicht geen prentjes nodig, net zomin als bij deze (tegen
dat u dit leest, zijn de verkiezingen overal in Europa wel zo’n
beetje weer voorbij voor even, maar de uitspraak blijft kloppen):
“(…) politiek is in het leven het minst essentiële en het minst
waardevolle. Politiek is het smerige schuim op de rivier, terwijl het
echte leven van de rivier zich veel dieper afspeelt.”
Soit, ik haal er maar een
paar dingetjes uit, dingen uit de diepte van de rivier misschien, al
kan het ook schuim zijn, maar kan u, zoals eerder aangegeven, zeker
lezing van deze Afscheidswals
van Milan Kundera aanbevelen. Als het al geen kennismaking is, dan
zal u in ieder geval van dit afscheid geen spijt krijgen.
Björn Roose
Geen opmerkingen:
Een reactie posten
Ook iets te vertellen ? Ga je gang !