zondag 18 maart 2018

De dag van de schepping (James Graham Ballard)



Een tweetal boekbesprekingen terug had ik het ook al over een werk (Super-Cannes, boekbespreking hier) van de in 2009, op 69-jarige leeftijd, overleden J.G. Ballard, dus op de auteur en zijn andere werken terugkomen lijkt me weinig zinnig.

En toch moet ik dat laatste misschien doen: De dag van de schepping heeft namelijk – uiteraard een aantal gelijkenissen met andere van zijn werken, maar ook verschillen en één specifieke eigenschap. Die specifieke eigenschap is dat het héél erg Afrikaans is, of toch Afrikaans zoals in “Afrika zoals het door een Europeaan die er gewoond heeft aangevoeld wordt”. Het is een rommeltje van opkomende en weer verlaten steden, rivaliserende bendes (“krijgsheer” is nog een eretitel voor de leiders van die groepen van een paar tientallen “soldaten” groot), achteloosheid en diepzinnigheid, ecologische rampen en schitterende natuur, en vooral véél ... koorts.

Want dat is wat deze De dag van de schepping is, een geleidelijk escalerende koortsdroom. Niet eentje van het soort waarmee je te maken krijgt in Apocalypse Now, maar een waarin de werkelijkheid gewoon steeds gekker begint te worden.

Dat belet echter niet dat in die droom/werkelijkheid of droomwerkelijkheid een aantal van de typische Ballard-thema’s opduiken: rampen (zelfs als ze in eerste instantie een zegen lijken en soms alleen maar omdat ze de personages in de weg zitten/helpen), idealen die bij contact met de werkelijkheid in hun tegendeel omslaan, de invloed van de cameralens, en hoofdpersonages die op een of andere manier niet écht in de wereld lijken te staan.

Het boek dateert intussen al van 1987, maar het verdient nog steeds ten zeerste gelezen te worden, ook al heeft de auteur van de achterflap er met zijn pet naar gegooid toen hij een korte inhoud neerschreef. Deze keer niet omdat het over een donkere toekomst vertelt, maar over een donkere realiteit.

Was getekend,

Björn Roose

donderdag 22 februari 2018

Eeuwen van duisternis (Catherine Nixey)



Hoogst zelden koop ik een boek in de “reguliere” boekhandel. Meer dan een viertal keer per jaar gebeurt dat zeker niet, als ik even die speciale categorie boeken, zijnde strips, buiten beschouwing laat. Maar af en toe stoot ik bij, bijvoorbeeld, Standaard Boekhandel toch op een boek waarvan ik denk: “Dát kan ik toch niet links laten liggen tot ik het ooit eens op een rommelmarkt of in een kringwinkel tegenkom.” Zo’n boek is Eeuwen van Duisternis van Catherine Nixey.

Alleen al vanwege het ook in deze tijden nog steeds gewaagde thema, “De christelijke vernietiging van de klassieke cultuur”, was het voor mij als filosofisch heiden het lezen waard. Maar ook de bijna dertig bladzijden lange bibliografie – wat een schat aan aanraders voor toekomstige lezing ! – en de rechtstreekse link die Nixey, zonder hem te noemen, al op de eerste bladzijde legt met de beeldenstormers van Islamitische Staat, maakten de aankoop meer dan de moeite waard.

Té veel mensen verklaren zich immers mijns inziens in hun afkeer van de veroveringszucht en vernietigingsdrang van de islam tot christen (of toch iets van die aard). Té veel mensen beseffen dus kennelijk niet – ik neem aan dat ze niet aan bewuste ontkenning doen – dat hun geloof minstens even grote daden van barbarij veroorzaakt heeft als dat andere woestijngeloof. Té veel mensen zijn zich niet bewust van het feit dat alle ééngodengodsdiensten (potentieel) in hetzelfde bedje ziek zijn, het bedje waarin ook allesoverheersende filosofieën als nationaal-socialisme, communisme of liberalisme liggen, zijnde de idee dat alles wat niet strookt met de eigen religie of overtuiging (of dat niet begrepen wordt, wat voor de gemiddelde zeloot exact hetzelfde is) mag vernietigd worden, nee, moét vernietigd worden om aldus de “ongelovigen” te redden van hun dwaling.

Dat, die idee dat het allemaal voor de bestwil van de “zondaars” is, vormt een rode draad door Eeuwen van Duisternis, terwijl Nixey ons meeneemt van Palmyra naar Athene, van kloosters naar bibliotheken, van Constantinus naar Augustinus, van Celsus naar Porfirius, van de arena van Rome naar de straten van Alexandrië, van tolerantie naar intolerantie, van Sint-Maarten naar de christenen van Efeze, van Ovidius naar Plato, en van Athene naar Perzië. Reizen en (tijds)sprongen die ruim gestoffeerd zijn met citaten en “petite histoire” (of toch minstens dingen die de christelijke gezaghebbers tot “petite histoire” proberen te reduceren hebben) en bijzonder vlot aan mekaar gelast door deze historica. Een absolute aanrader dus, deze Eeuwen van Duisternis !

Was getekend,

Björn Roose