maandag 12 oktober 2026

Tomate crevettes – Erik Vlaminck (boekbespreking door Björn Roose)

Tomate crevettes – Erik Vlaminck (boekbespreking door Björn Roose)
Nu de dunne boekjes van De Clauwaert v.z.w. in mijn bibliotheek allemaal gelezen zijn (of ik moest er ergens een gemist hebben) en voor het overgrote deel naar de zolder afgevoerd werden, iets waarvan mensen die mijn boekbesprekingen volgen doorheen de voorbije jaren van op afstand getuige geweest zijn, is het tijd geworden om op reis (want bij die gelegenheden lees ik die) andere dunne boekjes mee te nemen. Daarvan heb ik er namelijk ook nog wel, al zitten die dan voor de meerderheid in de non-fictie delen van mijn bibliotheek. Zo niet voorliggend Tomate crevettes van Erik Vlaminck. Dat zat wel degelijk in mijn kasten met fictie en verscheen in 1999 bij Wereldbibliotheek.

Wereldbibliotheek zijnde een uitgeverij waarbij ooit werk van onder andere Louis Couperus, Sigmund Freud, Johann Wolfgang von Goethe, Multatuli, Arthur Schopenhauer, Charles Dickens, en dergelijke auteurs meer is verschenen, dixit Wikipedia “een van de oudste uitgeverijen in Nederland (opgericht door Leo Simons in 1905)”, maar in 2014 overgenomen door Nieuw Amsterdam, in 2020 samen met uitgeverij Podium omgedoopt tot Park Uitgevers, en vervolgens als dusdanig deel geworden van de Lannoo Uitgevers Groep waarin onder andere ook Meulenhoff Boekerij en Unieboek/Het Spectrum opgenomen zijn. Wereldbibliotheek dat – zo vermeldt de uitleg vooraan in dit achtenveertig bladzijden dikke boekje – “een traditie [kent] van premie-uitgaven”, een “traditie” die in 1998 resulteerde in “de eenmalige uitgave van Alberto Moravia’s De villa van de vrijdag als geschenk voor bezoekers van Het andere boek” en in het jaar daarop in Tomate crevettes, een “traditie” die daarmee al vrij stevig uitgehold was aangezien de premie-uitgaven er oorspronkelijk waren voor de leden van de in 1925 ter ondersteuning van de uitgeverij opgerichte Wereldbibliotheek-Vereniging, mensen die uit dankbaarheid daarvoor korting kregen op uitgaven van de Wereldbibliotheek en een paar keer per jaar zo’n premie-uitgave, iets wat tweehonderddrieëndertig keer gebeurde (waarvan honderdzesenzeventig keer onder de vorm van een boekje) maar na 1986 ophield. Wat vooraan in dit boekje staat, is dus onzin, gezien de “traditie” bij het verschijnen ervan al dertien jaar wijlen was, maar goed, de auteur van het boekje, Erik Vlaminck, was in 1992 overgestapt naar Wereldbibliotheek als uitgever, wat ook verklaart waarom er achterin dit boekje samenvattingen van en stukken uit recensies over Quatertemperdagen (1992), Wolven huilen (1994), Stanny, een stil leven (1996), en De portrettentrekker (1998) staan en waarom de ‘wereld’ plotseling in Vlaanderen (Vlaminck is afkomstig uit Kapellen) te vinden was.

Nu doet dat er uiteraard niet zo heel erg veel toe, de ‘wereld’ is - al weet iedereen dat tomate crevettes, het gerecht dus, wel zeer typisch ‘belgisch’ is - ook wel een beetje te vinden in dit boekje. Erik Vlaminck lijkt namelijk sterk leentjebuur te hebben gespeeld bij enerzijds George Orwell, meer bepaald in diens Down and out in Paris and London (eigenaardig genoeg vertaald als Aan de grond in Londen en Parijs), en anderzijds Charles Bukowski (van wie ik eerder Warmwatermuziek en Kind onder kannibalen besprak). Een soort hard boiled verhaal over slapen in armenhuizen en op straat is daarvan het resultaat. Een resultaat dat absoluut niet slecht geschreven is, in tegendeel, maar waarvan ik, omdat ik voor de rest niks van Vlaminck gelezen heb, niet kan zeggen of de stijl eigen is aan de auteur of dat het een rip-off is die hij niet meer een veertigtal bladzijden weet vol te houden. Iets wat dan weer niet zo belangrijk zou zijn als ik geen weet had van de boeken van Orwell en Bukowski, maar dat nú dus wel is.

“Vroeger had ik mijn ogen maar te sluiten en ze waren er. Of ik het nu wilde of niet. Ik lag dan als verlamd op een bed en ze stonden naast me. Met spitse borsten. Of ze zaten in stoelen. Stoelen met leuningen en met kunstig gedraaide poten zoals er thuis in de beste kamer stonden. Op zulke stoelen zaten ze. Met de benen gespreid; hun knieholten rustten op de leuningen. Ze hadden steevast grijnzende, uitdagende gezichten. Met blinkende ogen. Met blinkende lippen. Ze streelden met lange vingers over hun geslacht. Openden het. Ze lachten mij uit omdat ik een stijve had”, kan dan als vrij choquerend overkomen als je niet veel gewoon bent, maar een keer je Bukowski gelezen hebt, komt dit over als het imitatieleder dat wellicht op die stoelen zit.

“Omdat ik geen schoenen meer had, heb ik bij het Community House aangeklopt. Een van de grootste problemen van een outcast zoals ik, is de schoenennood. Eten en kleren zijn in elke stad te vinden voor wie de stiel een beetje kent. Passende schoenen niet. En ik heb passende schoenen nodig want ik heb moeilijke voeten. Eelt, schimmels, kalknagels, eksterogen, over elkaar gegroeide tenen: ik heb het allemaal. Ik stond blijkbaar bij de laatsten in de rij toen God de voeten uitdeelde”, kan een stevige duik in de miserie lijken, maar het komt niet half zo echt over als wat Orwell over zijn jaren in de goot in Londen en Parijs geschreven heeft.

En bij Orwell noch Bukowski is er na vijfentwintig bladzijden in klein formaat zicht op een einde aan de ellende. Laat staan dat hun personages/zijzelf nog een paar bladzijden later weer thuis zijn, zij het dan nog niet helemaal uit de problemen. Een hebbedingetje om even snel te lezen, dit boekje, en dan weer door te schuiven naar iemand anders die een half uurtje vol te maken heeft. En dat wat op de achterflap staat, is dat dan slechts een lokkertje? Zegt “Bij de hoge schrijftafels likken lipstickwijven aan postzegels die ze met langenagelvingers op enveloppen kleven. Dear mother, dear father… Kerels met dassen en aktetassen lopen gejaagd door de hal. Alle postbeambten zijn grijs. Muisgrijs. En ik, ik heb dat prachtige repeteergeweer. Koel, glad en matglanzend. FN, made in Belgium.” dan niks over de inhoud? Nee. Tenzij dat het er ook toe behoort, natuurlijk. Een hardgekookt fantasietje in een verder ook al niet lichtgekookt wereldje.

Björn Roose

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Ook iets te vertellen ? Ga je gang !