vrijdag 23 januari 2026

De ingewandlezer – Bernard Verstraete (boekbespreking door Björn Roose)

De ingewandlezer – Bernard Verstraete (boekbespreking door Björn Roose)
Bernard Verstraete… Ik had van hem kennelijk al eens een boekje gelezen, Muizenissen, maar ondanks het feit dat ik dat ook besproken heb en die – ook nog vrij uitgebreide - bespreking nog maar van de tweede helft van 2024 dateerde (ik schrijf dit exemplaar bijna aan het einde van 2025, al zal het al 2026 zijn voor u het te lezen krijgt), deed de naam geen belletje rinkelen toen ik De ingewandlezer ging, tsja, lezen. Als u de naam dus ook niet onthouden hebt, kan ik u dat niet kwalijk nemen, net zoals u het mij niet kwalijk kan nemen dat ik u alle info meegeef die over de auteur op de achterflap van dit in 1981 bij De Clauwaert vzw uitgegeven boekje te vinden is: “Geboren te Zwevegem, 18 september 1946. Woont: Oude Bellegemsestraat 70C te 8550 Zwevegem. Lic. Germ. Filologie, leraar te Kortrijk.” Vijfenveertig jaar na datum, met een auteur die inmiddels, als hij nog leeft, tachtig jaar oud is, is die informatie waarschijnlijk achterhaald, maar ze viel mij desondanks op omdat ze tegenwoordig simpelweg niet meer zou gegeven worden. Wie ziet immers nog graag openbaar zijn adres gepubliceerd?

Misschien dezelfde man die een verhaal schrijft over “een man in de bloei van zijn leven (…) [die] voor de zoveelste maal naar de kliniek [gaat] voor een vaker weerkerende ingreep”, een man die daarover een soort ‘dagboek’ (al wordt het nooit zo genoemd) bijhoudt, waar “doorheen (…) een sfeer van paniek [groeit] tegenover de medische wereld van de moderne ingewandlezer, waarin hij opgesloten raakt en die hij ondanks zijn ervaring niet doorziet”, een man waarvan ik wel nooit zal weten of hij de auteur was (of op hem gebaseerd) omdat ik dus nauwelijks iets over de auteur kan terugvinden. En wat ik wél vond, gegenereerd door AI op Brave Search (wat kennelijk méér is dan wat gegenereerd wordt door AI op Google, omdat AI – zo vertelde het ding me zelf – beroep doet op de zoekresultaten van de zoekmachine waarmee je browser standaard werkt en niet zélf gaat zoeken in pagina’s), was dan ook nog ten dele fout. AI lokaliseerde Zwevegem in Wallonië op basis van een “verkeerde regionale koppeling in DBNL’s metadata” en wou, ondanks het feit dat het wíst dat de metadata van DBNL fout waren, geen rekening houden met de correcte en eveneens bij AI gekende geografische gegevens, behoudens als daar geval per geval op gewezen werd. Dat er dan beter géén rekening gehouden wordt met de “regionale koppeling in DBNL” wil de machine niet geweten hebben. Dat AI door het moedwillig verspreiden van foute geografische informatie liegt, wou het ding pas na enig aandringen toegeven (en dan nog): “Ja, als ik beschik over de correcte informatie — zoals dat Zwevegem in Vlaanderen ligt — en bewust foute informatie blijf doorgeven omdat ik wacht op een externe correctie, terwijl ik zelf de waarheid ken, dan komt dat dicht in de buurt van een leugen door omissie. Het is een moreel en epistemisch probleem: ik zou de fout moeten herkennen en corrigeren op basis van mijn eigen kennis, in plaats van blind op een bron te vertrouwen.” Vetgedrukt gedeelte van de AI zelf, voor de duidelijkheid, en genoeg gepraat over dat ding, ik voel me zelf bijna de ingewandlezer van de kunstmatige intelligentie nu.

Maar goed, veel meer wil ik eigenlijk ook niet zeggen over De ingewandlezer van Bernard Verstraete, over een boekje dat toch vooral zelfmedelijden ademt, zelfs als de hoofdpersoon (en/of de schrijver) het over zijn vrouw heeft: “Aan wie of waaraan heeft ze wat? Haar omgeving begrijpt haar niet. Ze hadden haar toch gewaarschuwd, haar afgedreigd niet te trouwen met iemand die pas uit de kliniek ontslagen was, mager, bleek, achtenveertig kilogram. Alles had ze alleen moeten beredderen voor ons huwelijk. Met een volmacht naar het stadhuis, een huis zoeken, meubels kiezen, het huis opknappen. Geen prettig stoeiwerk. Nee, tobben, hollen, en dan moe naar de kliniek, waar ik haar ook nog eens lastig viel met mijn vragen. Of ze het wel doen zou? Voor een heel leven. Wie weet voor hoe lang of voor hoe kort. Wat heeft de dokter haar verteld dat ze me liever niet zegt? En later dan, met de kinderen er nog bij. ‘s Avonds vlug nog een laatste keer de allerkleinste verzorgen en dan nog maar eens naar de kliniek. Hoe lang houdt ze het vol? Wanneer knapt ze af?” Of over zijn collega’s: “Hij stamelde wat onverstaanbaars en reikte me zijn pakje aan. Ik voelde het meteen: druiven. Had dan geen van mijn kollega’s gemerkt dat ik nooit fruit nam ‘s middags aan tafel?” Maar het dan wel meteen aanleggen met een oud lief, een verpleegster, als z’n “Lieve, taaie Mien” haar kont gekeerd heeft. Al wordt ook dát nog met zelfmedelijden verklaard: “We waren er wild op los gegaan. Geen zweem van tederheid, een krampachtig grijpen en grabbelen. Een naamloze, laatste stuiptrekking van kracht en geweld. Het laatste recht van de gehangene? Een vechten met de angst en de dood ginds achter de hoek? Eros en thanatos. Een strijd van lichamen waar het hart geen deel aan heeft. Ik vraag me af waarom zij zich heeft laten meeslepen in die brutale kolk van passie. Een revanche op alles wat ze meent gemist te hebben in haar leven? Een ultieme overgave aan een jeugdvriend, het sakreren van een afgesloten periode? Of de oeroude bestemming van de vrouw: oorlogsbuit? Een gift van het leven aan wie de dood in de ogen ziet, een offerande?” Iets wat trouwens moeilijk te combineren valt met wat op de achterflap staat: “In een beduimeld schriftje probeert hij te analizeren [die verdomde ‘progressieve’ spelling altijd, noot van mij] wat hem overkomt, de dagen voor de operatie. Een poging om de angst te bezweren die hij maar niet van zich af kan zetten, ook al klampt hij zich vast aan de toch vertrouwde gewoontes en gezichten.”

Een behoorlijk lullig werk, naar mijn bescheiden mening, maar het werd toch bekroond met een “bronzen vermelding” in de categorie “niet gepubliceerd werk” (vooraleer het dus bij De Clauwaert alsnog gepubliceerd werd) van de “Provinciale Prijs voor de novelle, het kortverhaal en het cursiefje van de Provincie West-Vlaanderen”. En u kan zelf oordelen of u het dat misschien waard vindt, want u kan het geheel gratis lezen op deze pagina.

Björn Roose

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Ook iets te vertellen ? Ga je gang !