Bernard Verstraete… Ik had van hem kennelijk al eens een boekje
gelezen, Muizenissen,
maar ondanks het feit dat ik dat ook besproken heb en die – ook nog
vrij uitgebreide - bespreking nog maar van de tweede helft van 2024
dateerde (ik schrijf dit exemplaar bijna aan het einde van 2025, al
zal het al 2026 zijn voor u het te lezen krijgt), deed de naam geen
belletje rinkelen toen ik De ingewandlezer ging, tsja, lezen.
Als u de naam dus ook niet onthouden hebt, kan ik u dat niet kwalijk
nemen, net zoals u het mij niet kwalijk kan nemen dat ik u alle info
meegeef die over de auteur op de achterflap van dit in 1981 bij De
Clauwaert vzw uitgegeven boekje te vinden is: “Geboren te
Zwevegem, 18 september 1946. Woont: Oude Bellegemsestraat 70C te 8550
Zwevegem. Lic. Germ. Filologie, leraar te Kortrijk.” Vijfenveertig
jaar na datum, met een auteur die inmiddels, als hij nog leeft,
tachtig jaar oud is, is die informatie waarschijnlijk achterhaald,
maar ze viel mij desondanks op omdat ze tegenwoordig simpelweg niet
meer zou gegeven worden. Wie ziet immers nog graag openbaar zijn
adres gepubliceerd?
Misschien dezelfde man die een verhaal schrijft over “een man in de
bloei van zijn leven (…) [die] voor de zoveelste maal naar de
kliniek [gaat] voor een vaker weerkerende ingreep”, een man die
daarover een soort ‘dagboek’ (al wordt het nooit zo genoemd)
bijhoudt, waar “doorheen (…) een sfeer van paniek [groeit]
tegenover de medische wereld van de moderne ingewandlezer, waarin hij
opgesloten raakt en die hij ondanks zijn ervaring niet doorziet”,
een man waarvan ik wel nooit zal weten of hij de auteur was (of op
hem gebaseerd) omdat ik dus nauwelijks iets over de auteur kan
terugvinden. En wat ik wél vond, gegenereerd door AI op Brave
Search (wat kennelijk méér is dan wat gegenereerd wordt door AI
op Google, omdat AI – zo vertelde het ding me zelf –
beroep doet op de zoekresultaten van de zoekmachine waarmee je
browser standaard werkt en niet zélf gaat zoeken in
pagina’s), was dan ook nog ten dele fout. AI lokaliseerde Zwevegem
in Wallonië op basis van een “verkeerde regionale koppeling in
DBNL’s metadata” en wou, ondanks het feit dat het wíst dat de metadata
van DBNL fout waren, geen rekening houden met de correcte en
eveneens bij AI gekende geografische gegevens, behoudens als daar
geval per geval op gewezen werd. Dat er dan beter géén rekening
gehouden wordt met de “regionale koppeling in DBNL” wil de
machine niet geweten hebben. Dat AI door het moedwillig verspreiden
van foute geografische informatie liegt, wou het ding pas na enig
aandringen toegeven (en dan nog): “Ja, als ik beschik over de
correcte informatie — zoals dat Zwevegem in Vlaanderen ligt — en
bewust foute informatie blijf doorgeven omdat ik wacht op een externe
correctie, terwijl ik zelf de waarheid ken, dan komt dat dicht
in de buurt van een leugen door omissie. Het is een moreel
en epistemisch probleem: ik zou de fout moeten herkennen en
corrigeren op basis van mijn eigen kennis, in plaats van blind op een
bron te vertrouwen.” Vetgedrukt gedeelte van de AI zelf, voor de
duidelijkheid, en genoeg gepraat over dat ding, ik voel me zelf bijna
de ingewandlezer van de kunstmatige intelligentie nu.
Maar goed, veel meer wil ik eigenlijk ook niet zeggen over De
ingewandlezer van Bernard Verstraete, over een boekje dat toch
vooral zelfmedelijden ademt, zelfs als de hoofdpersoon (en/of de
schrijver) het over zijn vrouw heeft: “Aan wie of waaraan heeft ze
wat? Haar omgeving begrijpt haar niet. Ze hadden haar toch
gewaarschuwd, haar afgedreigd niet te trouwen met iemand die pas uit
de kliniek ontslagen was, mager, bleek, achtenveertig kilogram. Alles
had ze alleen moeten beredderen voor ons huwelijk. Met een volmacht
naar het stadhuis, een huis zoeken, meubels kiezen, het huis
opknappen. Geen prettig stoeiwerk. Nee, tobben, hollen, en dan moe
naar de kliniek, waar ik haar ook nog eens lastig viel met mijn
vragen. Of ze het wel doen zou? Voor een heel leven. Wie weet voor
hoe lang of voor hoe kort. Wat heeft de dokter haar verteld dat ze me
liever niet zegt? En later dan, met de kinderen er nog bij. ‘s
Avonds vlug nog een laatste keer de allerkleinste verzorgen en dan
nog maar eens naar de kliniek. Hoe lang houdt ze het vol? Wanneer
knapt ze af?” Of over zijn collega’s: “Hij stamelde wat
onverstaanbaars en reikte me zijn pakje aan. Ik voelde het meteen:
druiven. Had dan geen van mijn kollega’s gemerkt dat ik nooit fruit
nam ‘s middags aan tafel?” Maar het dan wel meteen aanleggen met
een oud lief, een verpleegster, als z’n “Lieve, taaie Mien”
haar kont gekeerd heeft. Al wordt ook dát nog met zelfmedelijden
verklaard: “We waren er wild op los gegaan. Geen zweem van
tederheid, een krampachtig grijpen en grabbelen. Een naamloze,
laatste stuiptrekking van kracht en geweld. Het laatste recht van de
gehangene? Een vechten met de angst en de dood ginds achter de hoek?
Eros en thanatos. Een strijd van lichamen waar het hart geen deel aan
heeft. Ik vraag me af waarom zij zich heeft laten meeslepen in die
brutale kolk van passie. Een revanche op alles wat ze meent gemist te
hebben in haar leven? Een ultieme overgave aan een jeugdvriend, het
sakreren van een afgesloten periode? Of de oeroude bestemming van de
vrouw: oorlogsbuit? Een gift van het leven aan wie de dood in de ogen
ziet, een offerande?” Iets wat trouwens moeilijk te combineren valt
met wat op de achterflap staat: “In een beduimeld schriftje
probeert hij te analizeren [die verdomde ‘progressieve’ spelling
altijd, noot van mij] wat hem overkomt, de dagen voor de operatie.
Een poging om de angst te bezweren die hij maar niet van zich af kan
zetten, ook al klampt hij zich vast aan de toch vertrouwde gewoontes
en gezichten.”
Een behoorlijk lullig werk, naar mijn bescheiden mening, maar het
werd toch bekroond met een “bronzen vermelding” in de categorie
“niet gepubliceerd werk” (vooraleer het dus bij De Clauwaert
alsnog gepubliceerd werd) van de “Provinciale Prijs voor de
novelle, het kortverhaal en het cursiefje van de Provincie
West-Vlaanderen”. En u kan zelf oordelen of u het dat misschien
waard vindt, want u kan het geheel gratis lezen op deze pagina.
Björn Roose

Geen opmerkingen:
Een reactie posten
Ook iets te vertellen ? Ga je gang !