dinsdag 18 november 2025

Virgil Gheorghiu – Het 25e uur (boekbespreking door Björn Roose)

Virgil Gheorghiu – Het 25e uur (boekbespreking door Björn Roose)
Wie eens wat meer wil vernemen over de zogenaamde ‘objectiviteit’ van de ‘online encyclopedie’ Wikipedia, zou ik zeker aanraden dit boeiende vraaggesprek van Tucker Carlson met Larry Sanger, mede-oprichter van die ‘online encyclopedie’, eens te bekijken. Hij zal er ook in horen waarom mensen als ik, ondanks het feit dat ik al langer dan vandaag wéét dat die bron verre van objectief is en ik dat liever anders zouden zien, het ding toch regelmatig gebruiken (tip: TINA), maar intussen zijn er hoe dan ook wel wat trucjes om de zogenaamde encyclopedie objectiever te maken. Er, in zoverre die bestaan, versies van de artikels in verschillende talen op naslaan, bijvoorbeeld. Ik ga niet beweren dat die allemaal ‘origineel’ zijn, zoals in: we hebben niet afgekeken van mekaar, maar in de ene versie sluipt er toch al eens wat binnen dat in de andere niet te vinden is, wellicht omdat de subjectiviteit van de ene auteur afwijkt van die van de andere, een fenomeen dat ik ook kon vaststellen betreffende Virgil Gheorghiu, auteur van het voorliggende Het 25e uur.

Dat Gheorghiu als zoon van een orthodoxe priester in 1916 geboren werd in Valea Albă in Roemenië, daar zijn de schrijvers van de Nederlandstalige en Engelstalige Wikipedia het over eens. Over het feit dat hij van 1928 tot 1936 aan de militaire hogeschool Koning Ferdinand I studeerde ook, al hebben de schrijvers van de Engelstalige versie het louter over “high school”, niet over ‘military high school’ en maken ze geen melding van het gegeven dat hij aldaar “begon (…) met het schrijven van poëzie”. Vervolgens vermelden de schrijvers van het Nederlandstalige lemma dat hij filosofie en theologie ging studeren aan de universiteit van Boekarest, waar hij ook zijn eerste dichtbundel uitbracht “met onder andere een gedicht naar aanleiding van de moord op politicus Armand Călinescu” en waar hij ook “aan zijn journalistieke carrière [begon] en werkte (…) voor verschillende kranten”. In het Engelstalige artikel wordt noch over die gedichten noch over die journalistieke carrière gesproken, studeert Gheorghiu behalve aan de universiteit van Boekarest ook nog “at Heidelberg University”, en gaat hij op reis naar Saoedi-Arabië, waar hij “the Arabic language and the Arab culture” leert en een biografie van Mohammed schrijft: “The book was translated from Romanian to French and to Persian in Iran and in Urdu in Pakistan; unfortunately [wat een duidelijke blijk van subjectiviteit, dat woord, noot van mij], this book was never translated into English.

“In juli 1941”, lezen we dan vervolgens op de Nederlandstalige versie, “ten tijde van het regime van generaal Ion Antonescu, dat zich gelieerd had aan nazi-Duitsland was hij correspondent voor het ministerie van propaganda, liep hij mee in de verovering van Bessarabië en voer hij mee op de onderzeeboot Dolfijn tijdens de maritieme blokkade van de Krim. Hij schreef drie bundels over deze veldslagen, die meerdere malen werden herdrukt.” In het Engels is dat kennelijk niet gebeurd, maar daar wordt hij wel al wat vroeger dan in het Nederlands ambassadesecretaris. Vergelijk “Between 1942 and 1943, during the regime of General Ion Antonescu, Gheorghiu served in the Ministry of Foreign Affairs of Romania as an embassy secretary.” met “Vervolgens werd hij in 1943 aangesteld door datzelfde ministerie als secretaris op de ambassade in Zagreb in bezet Kroatië”.

En dan komt er een stukje Engelstalig geheugenverlies dat zeer de moeite waard is: “He went into exile when Soviet troops entered Romania in August 1944. Arrested at the end of World War II by American troops, he eventually settled in France in 1948.” ‘Exile’ naar waar? Wordt niet vermeld. Hoe lang in verzekerde bewaring gebleven bij de Amerikanen? Wordt niet vermeld. De Nederlandstaligen zijn daar wat duidelijker over: “Toen de Sovjet-Unie in 1944 Roemenië binnenviel weigerde hij naar zijn vaderland terug te gaan. Hij en zijn vrouw vluchtten naar Oostenrijk in de hoop uiteindelijk naar Amerika te kunnen ontkomen. Ze werden echter geïnterneerd. Na zestien maanden kwam hij vrij (…) Uiteindelijk kwamen zij in 1948 in Frankrijk terecht.” ‘Geïnterneerd’ door wie? Dat wordt dan weer niet vermeld door de Nederlandstaligen, alsof zowel de Nederlandstaligen als de Engelstaligen uiteindelijk toch terugschrikken voor het vermelden van het feit dat Gheorghiu, en vele andere met hem, ook na het einde van de Tweede Wereldoorlog nog een eeuwigheid in Amerikaanse kampen doorbrachten.

Een terugschrikken waarvan ik uiteraard geen last heb als ik ook nog even meegeef dat de auteur volgens de Nederlandstalige schrijvers van de ‘online encyclopedie’ na die zestien maanden in dat Amerikaanse kamp vrijkwam… “nadat hij zich had kunnen inschrijven aan de faculteit theologie aan de universiteit van Heidelberg”. Iets wat hij volgens de Engelstalige schrijvers kennelijk al zo’n tien jaar eerder had gedaan…

Enfin, ze zijn het er in beide talen toch over eens dat hij een jaar na zijn aankomst in Frankrijk voorliggend Het 25e uur schreef, in het Frans La Vingt-cinquième Heure getiteld. Of nee, toch niet. In het Nederlands heet het “Een jaar later schreef hij de roman La Vingt-cinquième Heure”. In het Engels: “A year later, he published the novel Ora 25 (in French: La vingt-cinquième heure; in English: The Twenty-Fifth Hour), written during his captivity.” De duivel zit in de details, nietwaar, maar we kunnen het er – zonder dat we nog verder ingaan op wat beide versies te vermelden hebben over het boek, iets wat ook in méér dan de details uiteenloopt (wat de publicatie in Roemenië betreft bijvoorbeeld dertien jaar) – over eens zijn dat het leven van de auteur minstens voor een deel model gestaan heeft voor dat van één van de hoofdrolspelers in dat boek, de schrijver Traian Koruga. Die is immers óók schrijver, zijn vader is pope, hij gaat werken voor het Roemeense regime, gaat op de vlucht richting Duitsland als de Sovjets Roemenië binnenvallen, en komt in Amerikaanse gevangenschap terecht. Alleen heeft hij – en misschien was dat bij Gheorghiu ook wel het geval – een goeie reden om voor het Roemeense regime te gaan werken: hij heeft een joodse vrouw en hoopt haar op die manier te beschermen tegen de anti-joodse maatregelen van dat regime, wat ook nog min of meer lukt (al speelt ze wel de krant kwijt die ze in eigendom had). Wat meer is dan wat kan gezegd worden van het belangrijkste personage, een would-be keuterboer, Johann Moritz: die moet gaan lopen omdat de vader van zijn toekomstige echtgenote zeer tegen hun relatie is; hij komt in de weg te zitten van een politiecommissaris die op zijn (op dat moment al) vrouw uit is en komt zo in een kamp terecht voor verdachte ‘elementen’ en joden; hij krijgt op die manier het stempel ‘jood’ mee; hij ontvlucht dat kamp en komt in Hongarije in een ander kamp terecht, dit keer omdat hij een Roemeen is; hij wordt als zogenaamde Hongaarse vrijwilliger naar Duitsland gezonden om daar te werken en komt daar ook weer in een kamp terecht; hij slaagt er dankzij een zogenaamde rassenkenner in aan de andere kant van het prikkeldraad te komen en Waffen-SS’er te worden; hij helpt een paar Franse krijgsgevangenen ontsnappen terwijl hij zelf ook aan de haal gaat; hij loopt zo in de armen van de Amerikanen – wat hij in eerste instantie beter vindt dan in die van de Russen - en komt in hetzelfde kamp terecht als Koruga; en hij overleeft dat, maar wordt na één dag in vrijheid wéér opgepakt als potentieel vijandig element binnen de Amerikaanse bezettingszone; en ten slotte moet hij tekenen om het gevecht aan te gaan met de Russen of toch om niet langer beschouwd te worden als een potentiële vijand. Heb ik nu net de hele plot weggegeven? Op de avonturen van de vader en vrouw van Koruga en de vrouw en ouders van Moritz na zo ongeveer wel, ja, maar de essentie van Het 25e uur zit hem niet in de plot, in het avontuur, in de aaneenschakeling van miserie. De essentie zit hem in de aard van de miserie. Een aard die doorheen de hele zwerftocht van Moritz, Koruga en aanverwanten hetzelfde blijft: de ‘westerse technische samenleving’. En hoewel de kijk van Moritz op wat hem allemaal overkomt – in tegenstelling tot wat geldt voor Koruga is hij grotendeels subject, terwijl Koruga afwisselend handelend en ondergaand is – in het begin nog komisch aan doet (een beetje zoals De brave soldaat Svejk van de Tsjech Jaroslav Hašek), verdwijnt het komische element na een honderdtal bladzijden (van de kleine vierhonderd) bijna volledig en wordt de filosofie, zeker nadat Koruga Moritz weer ontmoet in Amerikaanse gevangenschap, allesoverheersend.

Wat voor de duidelijkheid geen spijtige vaststelling is. In tegendeel: waar de filosofie er in het begin van het boek er nog wat met de haren bij gesleurd lijkt te worden – een techniek die de schrijver misschien toegepast heeft om de lezer van meet af aan met z’n eigen inzicht naar de feiten te laten kijken -, heb je na verloop van tijd de indruk dat filosofie en gebeurtenissen niet meer met mekaar in wrijving komen. En dat terwijl er zelfs helemaal aan het begin van het boek een passage voorkomt over wat tegenwoordig onze alomtegenwoordige apps zouden kunnen zijn, “de technische slaaf”. “De technische slaaf is de knecht die ons iedere dag duizend diensten bewijst waar we niet meer buiten kunnen. Hij drijft onze auto’s voort, bezorgt ons licht, verschaft ons het water om ons te wassen, masseert ons, vertelt ons amusante geschiedenissen als we onze radio aanzetten, legt wegen aan, verzet bergen.” Maar het gaat hier toch “eenvoudig om een mechanische kracht”, of om een ‘rekenkracht’ zoals we hem nu zouden kunnen noemen? Nee, want “ook de menselijke slaven, de kameraden van de technische slaven van onze hedendaagse maatschappij, werden door de Grieken en de Romeinen als een blinde kracht beschouwd, voor onbezielde wezens gehouden. Men kon hen kopen, verkopen, weggeven, doden. Ze werden eenvoudig op hun spierkracht en arbeidsvermogen getaxeerd. Precies dezelfde normen, die wij vandaag de dag aan onze technische slaaf aanleggen.” Maar “we kunnen de technische slaaf [toch] niet in de plaats stellen van de menselijke slaaf”? Juist wel, alleen heeft “de technische slaaf (…) bewezen handelbaarder en minder duur dan de menselijke slaaf te zijn”, maar “wanneer men bedenkt dat de technische slaven de sleutelposities in de hedendaagse maatschappijordening innemen, is het gevaar zonder meer duidelijk (…) De mensen zijn gedwongen, willen zij hen aan zich dienstbaar maken, hun gewoonten en wetten te kennen en na te volgen. Iedere meester is verplicht om enigszins de taal en de gebruiken van zijn personeel te kennen, wil hij hen naar zijn hand zetten. De bezetter, omdat hij meestal numeriek in de minderheid is, neemt nagenoeg altijd de taal en de gewoonten van het bezette volk over, hetzij uit gemakzucht, hetzij om praktische redenen. Hij doet dit, ofschoon hij bezetter en almachtige meester is. Hetzelfde proces voltrekt zich binnen het kader van onze maatschappij, al willen we dat niet toegeven. We leren de wetten en spreekwijze van onze slaven. En aldus verloochenen we, langzamerhand en zelfs zonder ons er rekenschap van te geven, onze menselijke hoedanigheden en onze eigen wetten en normen. Wij ‘ontmenselijken’ onszelf, nemen de levensstijl van onze technische slaven over (…) De menselijke wezens zijn verplicht om te leven en zich te gedragen volgens de wetten der techniek, die vreemd zijn aan de menselijke wetten.” Ik kan zo nog wel een tijdje verder citeren, maar wil voor wie aan dit alles twijfelt gerust een paar dingen naar voren brengen om dit te staven: wanneer was de laatste keer dat een computerprogramma met u leerde werken? Wat doet u als het ‘muziekje’ van uw wasmachine afgaat? Hoe verslaafd bent u aan het algoritme van X of Facebook? Vindt u dat als iemand een groen ‘bolletje’ heeft op Teams die persoon dan ook moet ‘opnemen’ als u ‘belt’? Dat en zoveel andere dingen tonen aan hoezeer wij slaven geworden zijn van onze zogenaamde slaven.

Van onze zogenaamde slaven en van hun promotor, de burger: “De burger is dàt menselijke wezen dat in zijn leven slechts één dimensie realiseert: de maatschappelijke. Als de zuigerstang van een machine voert hij slechts een enkele beweging uit en herhaalt die tot in het oneindige. Maar in tegenstelling tot een zuigerstang heeft de burger de pretentie om zijn activiteit tot symbool te verheffen, een symbool dat hij tot voorbeeld stelt aan de hele wereld en door de hele wereld nagevolgd wil zien. De burger is het gevaarlijkste beest dat ooit op de aardbodem is verschenen sinds de kruising van de mens met de technische slaaf. Hij bezit de wreedheid van de mens en van het dier, samen met de koude onverschilligheid van de machine.” Dat is de burger die Johann Moritz ‘vordert’; de burger die ten onrechte een stempel op iemands voorhoofd slaat en dan het feit dat die stempel daar staat beschouwt als bewijs dat die stempel daar ook hoort te staan; de burger die als het op verantwoordelijkheid dragen aankomt altijd weer zal verwijzen naar iemand hogerop in de machine; de burger die als hijzelf hogerop in die machine zit, zal zeggen dat die hele machine onder hem geen ongelijk kan hebben. Dat is de burger die van zijn slachtoffers zal eisen dat ze zich neerleggen bij het stempel dat ze gekregen hebben omdat toch echt niémand de burgers wil onrustig maken; de burger die ‘werk’ creëert omdat werk per definitie goed is (of zelfs vrij maakt); de burger die prijzen op mensenlevens plakt, de burger die mensen reduceert tot niet meer dan een human interface aan een lopende band, de burger die programmaatjes schrijft die aan mensen moeten vragen of ze wel menselijk zijn en om dat te bewijzen iets moeten doen dat verre van menselijk is. Dat is de burger die eist dat je als je een machine gaat dienen de mensen met wie je een andere machine hebt gediend als quantité négligeable gaat beschouwen. Dat is de burger die eist dat je niemand dient boven hem. Dat is de burger die je als hij niet meer kan geholpen worden, zal meesleuren in zijn graf. Dat is de burger die massa wordt, “mensenmassa, dat beest uit de Openbaring, dat met duizend voeten zijn vlees vertrapte, zijn levende lichaam verbrijzelde”. Dat is de burger die iedereen gevangen zet om de schuldige toch maar makkelijk bij de hand te hebben: “Op die manier hoeven we slechts op een knop te drukken die de betreffende initialen draagt. En nog voordat je tot drie kunt tellen, hebben we de kaart van de gezochte vóór ons met zijn foto en alle aanwijzingen: zijn lengte, zijn gewicht, de kleur van zijn haar, zijn geboorteplaats en -datum, het aantal van zijn tanden en wat ons verder nog aan hem interesseert. We behoeven de hoorn slechts van de haak te nemen en radiografisch het kamp of de gevangenis waar die persoon zich bevindt, op te bellen, en een paar uur later staat hij in levenden lijve voor het Internationaal Gerechtshof in Neurenberg. Dat is prachtig! Dat is het resultaat van de techniek! Alles gaat automatisch. Alles elektrisch. Hoe kun je verlangen dat ze jou zouden vrijlaten? Dat zou waanzinnig zijn. Je bent als een draad in een weefsel. Eenmaal erin geweven, kan men die er niet meer uittrekken. Je moet wachten tot het weefsel uit de machine komt. En dan is mèt het weefsel ook de draad uit de machine bevrijd. Een andere weg is er niet. De machine is secuur. Men moet geduld met haar hebben.” Dat is ten slotte ook de burger die wie geen burger wenst te zijn als gek wegzet: “Hoe kan men iemand bewijzen dat men niet gek is? Iedere beweging, elk woord dat men voordien als normaal beschouwd zou hebben, wordt nu uitgelegd als typerend voor een gek. Dezelfde woorden, dezelfde uitspraken, dezelfde meningen die in het gewone leven normaal lijken en zelfs intelligent, worden in een ziekenhuis symptomen van waanzin. De grens tussen de normale toestand en die van de waanzin is niet nauwkeurig vast te stellen.” Maar goed, “allen willen zich als vrijwilliger melden” voor het burgerdom. “Allen willen vechten voor de grote overwinning van morgen. Die overwinning zal de mensen geluk brengen en beschaving, vrede, brood, vrijheid, democratie.” En wie dat niet wil, wie geen vrijwilliger wil worden, die blijft maar in zijn kamp, hè. Onvrijheid of onvrijheid, da’s een redelijke keuze. Toch?

Nu goed, u merkt het, écht een zeer filosofisch boek, dit Het 25e uur. Geen idee of er nog recente drukken van gepubliceerd zijn, maar ik zou wie niet bang is z’n eventuele rooskleurige blik op onze maatschappij kwijt te spelen zeker aanraden het te lezen. Meer dan vijfentwintig uur kan dat nooit kosten.

Björn Roose

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Ook iets te vertellen ? Ga je gang !