dinsdag 19 september 2017

Het geslacht Björndal (Trygve Gulbranssen)



Ik doe in mijn boekbesprekingen wel vaker, euh, een boekje open over hoe een bepaald boek in mijn collectie is terecht gekomen. Het geslacht Björndal past wat dat betreft in geen van de gebruikelijke categorieën. Ik kocht het boek namelijk uiteindelijk (ik had het al vele keren zien liggen en láten liggen) omdat het toch dít boek was waarvan mijn moeder beweerde dat ze er onze namen uit gehaald had. "Onze", zijnde die van mijn broer en mij, Gunnar en Björn. Leek me, gezien de titel alleen al, geloofwaardig, en na al die jaren wou ik eigenlijk wel eens weten wat voor karakters die Björn en Gunnar waren. Vandaar dus.

Wel ... ik weet het nog steeds niet. Er komt maar één Björn voor in het boek en dat is een niet als dusdanig aangeduide beer. Björn betekent namelijk "beer". En er komt helemaal géén Gunnar in voor. We zijn dus belogen. Of mijn moeder wist het ook zo goed niet meer.

Maakt niet uit, ik heb het boek nu gelezen. En het viel héél goed mee voor een bestseller. Want dat was het in de jaren 1930. De trilogie - want wat later gebundeld werd als Het geslacht Björndal bestond uit En eeuwig zingen de bossen (1933), Winden waaien om de rotsen (1934) en De weg tot elkander (1935) - ging meer dan 12 miljoen keer over de toonbank en werd vertaald in meer dan 30 talen, wat van auteur Trygve Gulbranssen de vierde best verkopende auteur wereldwijd maakte.

Ik zal niks verklappen dat u niet ook elders op het internet kan vinden als ik zeg dat het boek, o verrassing, rond het geslacht Björndal draait, meer bepaald een aantal generaties daarvan: Torgeir, zijn zonen Tore en Dag, diens vrouw Therese, hún zonen Tore en Dag (nee, da's geen vergissing), zijn vrouw Adelheid, hún eerste twee kinderen (beiden jong gestorven) en hun twee volgende kinderen, de tweeling Torgeir en Dag. En zoals dat gaat met dat soort verhalen is het een historie van voorspoed en tegenslagen, maar in dit geval ook van evenwicht omdat de opeenvolgende Dag Björndals (want zij zijn het steeds die de "buurtschap" leiden) tot het soort mensen behoren dat zich in goede tijden voorbereid op slechte tijden. Bij die goede tijden vinden we onveranderlijk de kersttijd en vaak lijkt het verhaal bijna rechtstreeks van kersttijd naar kersttijd te wentelen (de wereld is rond, het leven draait rond, dat kan iedere heiden u vertellen).

Maar de schrijver is bovenal sterk in het beschrijven van de geestelijke evolutie die die "achterlijke" boeren - want dat zijn ze volgens vele (op een zeker moment, maar nooit blijvend) gegoede burgers van de stad - doormaken, al mocht hij de hele episode van niet uitgesproken kalverliefde tussen Adelheid en Dag wel een stuk korter gemaakt hebben en krijg je werkelijk toch medelijden met diezelfde Adelheid als ze er maar niet in slaagt deel te worden/blijven van het geslacht Björndal.

Tussen die grote verhaallijnen door krijg je echter ook kortere, schijnbaar niet echt samenhangende stukjes te lezen. Flitsen uit het leven van dit geslacht en hun mensen, zeg maar. En dat blijkt uit het in memoriam voor de schrijver achterin het boek ook verklaarbaar. Gulbranssen wordt daarin namelijk als volgt geciteerd in antwoord op de vraag "Hoe ontstonden je romans?": "Heel typisch. Zoals ik je vertelde, heb ik als kleine jongen reeds mijn gedachten vastgelegd en het ging ook zo voort in latere jaren, toen mijn levenservaring groeide. Zo ontstonden er honderden verhalen, korte uitspraken, ja, soms slechts enkele zinnen. Allengs werden de neergeschreven stukjes langer en langer, er ontstonden hele hoofdstukken, gedeelten van een boek, dat in mij leefde en dat eerst in mijzelf groeien moest, totdat ik voelde, rijp te zijn voor het geheel."

Wie daar mee om kan, wie niet opziet tegen een écht traag verhaal, een verhaal dat met de seizoenen meedraait, enige interesse heeft voor geschiedenis (van de Scandinavische landen in het bijzonder) en voor de psychologische rijping van op hun manier - en dat geldt ook voor Adelheid - allemaal stugge mensen, kan ik lezing van deze meer dan vijfhonderd bladzijden tellende turf van Gulbranssen aanbevelen.

Was getekend,

Björn Roose

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Ook iets te vertellen ? Ga je gang !